Sterk water

Eind vorig jaar begon ik een bezuinigingsoffensief tegen gas-, water-  en elektriciteitsverbruik.
Rigoureus, in het begin leek het overdreven, gaandeweg wende het
Het werd een spel: op hoeveel minder zou ik deze maand staan?
En het werkte, ik ga er mee door.
Nu iets anders.
water20210827_161729Het was tijd om de watermeterstand op te nemen, ik vulde het in en zond de foto mee.  Maar kreeg toen een kader met de woorden:
U heeft minder verbruikt dan verwacht.
Er verscheen een lijst met  oorzaken.
minder personen – minder sanitair gebruik –   minder gesproeid – en nog veel meer. Verbaasd las ik het en ergerde me.  Ik wilde niets aankruisen, deed het toch maar anders blijven ze zeuren.
Binnenkort komt de jaarafrekening, ik ben zeer benieuwd of ik echt zo karig was.
Wat me verbaast is mijn ergernis.
Juist ik ben degene die geen probleem heeft met de vele camera’s, ken weinig wantrouwen, en nu val ik over deze contrôle.  Want zo voel ik het.
Is het net zoiets als de waakzame postbodes die men wil inzetten?
Is het argwaan,  het idee dat ik ergens zwart water aftap?
Is het een checkmethode om in latere nieuwbouw minder (goedkoper) sanitair in te bouwen?
Of wat?
Krijg ik wappie-gedachten? Nee toch??
=

Tafel +?

Tafel wiebelt.
Voorzichtig, geen gedoe wensend met schilferige kartonnetjes onder een van zijn poten.
Hij staat niet lekker.
Wat het is weet hij niet.
In zijn beginjaren ging het nog wel, hij stond keurig en kweet zich vaardig van zijn bestaan: het dragen van dingen.
De laatste tijd echter vermindert zijn tevredenheid.
Al vaker komt de ergernis ter tafel.  Die foute poten, dat zware uitschuifblad, de verkeerde hoekverbindingen, wat, vraagt hij zich af, mankeert hij toch?
Is hij wel uit het goede hout gesneden?
Had hij andere poten moeten hebben, iets met een bolling misschien? Afgeronde hoeken?
Hij wil weten en volgt nauwgezet de gesprekken van aanzittenden, radio en televisie in de hoop op een aanwijzing.

Morgen het laatste deel.
===

Internet, de ultieme vrijheid

Wat zouden het voor mensen zijn op social media, die -anoniem- andere mensen stijf schelden, voor rotte vis uitmaken, ze de meeste smerige zaken toewensen, met de dood bedreigen? Ik bedoel niet alleen de hopeloze moslims tegen  ( lale-gul-) , lui van alle rangen en standen doen het.
Af en toe wordt er een opgepakt, iemand die sylvana-simons dood wilde hebben maar zich niet voldoende had afgeschermd.
Het zijn maar een paar voorbeelden van slachtoffers en, ook zo typisch, het zijn veelal vrouwen. Dat zegt iets over de daders. Iets ouderwets, bijna achterlijks.

Ik las dat iemand het geintjes noemde die uit de hand liepen.
Een ander had het over ergernis of verontwaardiging.
En dat men impulsief reacties plaatste.
Ook dat er nette mensen en hooggeplaatsten aan meededen, alsof het dus acceptabel zou zijn.
Er zijn groepen en fora waarin ze elkaar opjutten.
Toen las ik van ‘zo niet bedoeld’, ‘had er spijt van’.
Tja. Daar hebben de slachtoffers niets aan.

Je kunt daders zielig vinden, tragisch, gemankeerd, gefrustreerd, onvolwassen en meer van dat.
Ze zijn in mijn ogen gewoon laf, buitengewoon laf.
Ik vraag me af wat die lui deden in de tijd vóór Internet.
==

Twee zielen één gedachte?

’s Morgens vertelde ik mijn droom over een echtpaar met een irritante hond. Halverwege viel echtgenoot in en maakte het verhaal af.
Ik stond paf, hoe wist hij dat? Simpel: hij had ongeveer hetzelfde gedroomd.
Zonder in paranormale hocus pocus te vervallen probeerden we het te beredeneren.
Waren we zo close?  Blaften we elkaar toe in bed? Hadden we  Bonzobrokken gegeten?  Nou nee…
We denken dat het misschien begrijpelijk was en wel hierom.
Al enige tijd was er ergernis over een doorlopend keffende hond in de straat.
Niemand wilde er ruzie over maken, we riepen af en toe ‘koest’ wat niets hielp en we waren het erover eens dat het een vervelende kwestie was.
Het hield ons nogal bezig, niet gek dat je dan een keer droomt over iets dergelijks.
Het is de enige logische verklaring die ik kan bedenken.

Een vriendin herkende het van haar dochters met een vergelijkbaar verhaal, het komt dus vaker voor.
Een eigenaardige ervaring.
Voordien en naderhand maakte ik het nooit mee maar misschien herkennen  de lezers het wel.
==

Over trots

Een controversieel onderwerp. Wat de een een nare eigenschap vindt, ziet de ander het als een stoere karaktertrek.
Men kan er veel kanten mee op.
Wie kent niet een kind dat trots de nieuwe speeltjes laat zien, het is vertederend.
Maar ook: de opschepper die showt met een dikke portefeuille. Dit wekt afgunst, vertaald in ergernis.
Trots waren de veldheren en ontdekkingsreiziger, leerde je op school. Zij wonnen land voor hun bazen die zo mogelijk nog trotser waren op het verworven bezit.

Het kan tot een moeilijk te begrijpen gedrag leiden.
Zoals dat van de man die, barstend van de armoe, geen steun wilde aannemen maar wel accepteerde dat zijn kind het kippenvoer opat.
Of dat van een vrouw die zo groot ging op haar spaarzaamheid dat ze de eenvoudigste eisen van haar gezin wegwuifde. Wees zuinig, was haar devies terwijl ze trots wees op haar banksaldo.
Misplaatste trots, in mijn ogen.

In de politiek kom je heel veel trots tegen, een baan hierin lijkt de ultieme vervulling te zijn.  De fierheid op een gewonnen punt is te begrijpen maar ook hier zie je iets onbenoembaars, de trots van politici die zich afwenden van bepaalde partijen en daarbij een verheven houding aannemen: kijk mij eens goed zijn.
Wat maakt ze zo trots?
(Let wel: ik ben niet voor of tegen rechts of links, daar gaat het hier niet om).

Er zijn veel meer dingen over deze eigenschap te zeggen en ontelbare voorbeelden te vinden. Maar dan wordt deze log te lang.
Ieder kan dit lijstje zelf aanvullen.
-==

Gedachten bij de rijst

Ongeveer zeventien, hautain want dodelijk verlegen.
Er dook een jongen op die volslagen knetter van me was.
Hij liep achter me aan, stond buiten naar mijn bureau te staren, verhuisde naar het volgende raam wanneer ik naar een ander vertrek liep, wachtte me op bij het fietsenhok, hing rond in de straat waar ik woonde en een paar buurkinderen had hij wijsgemaakt dat ik bij de film werkte.
Ik hield me op de vlakte, gaf nietszeggende antwoorden.
Toen schreef hij een brief. Ik ging overstag door de schitterende aanhef: ‘My angelface’.
Dit kon ik niet weerstaan.
We spraken af, namen de trein en belandden in de stad waar hij me wilde trakteren op een etentje bij de allerbeste chinees.
Prompt begon ik te zweten
Eten in het zicht van iedereen, vuurrood kleuren, de schaamte die ik op voorhand al voelde.
‘Ik heb geen honger’, begon ik, ‘ik heb nooit honger als ik een vrijer heb, ik leef van de liefde,’ probeerde ik nog grappig te zijn en hij lachte inderdaad, hij vond me nog leuker dan ik al leek, zei hij en leidde me nog nalachend naar het restaurant waar hij naast me kwam zitten. Bijna op dezelfde stoel.
‘Ik wil echt niets’, riep ik wanhopig en hij zag dat het menens was. ‘Lust je dan soep, toe, eet met me mee,’ uiteindelijk werd er voor mij een bakje tomatensoep neergezet.
Het was vreselijk, echt waar, de hele tijd heb ik koppig uit het raam gekeken, zodat hij mijn vuurrode gezicht niet zag,  de zweetdruppels vielen als regenbuien in en naast de soep en de oranje tomatenkleur vloekte met mijn purperen gezicht. De verliefde jongen streelde mijn strakke rug, keek me af en toe aan uit zijn ooghoeken, ik zag het vanuit de mijne.
We zeiden niet veel.
Na afloop schutterde ik  met een sigaret, die ook al kletsnat was en tenslotte liepen we hand in hand naar het station.
Ik stil van schaamte, hij, dacht ik, van ergernis,  maar het bleek van een bijna overlopende hartstocht te zijn, het eten had hem opgepept blijkbaar.  In de trein kwam hij met dermate zoete voorstellen dat ik opnieuw verlegen werd.
Eenmaal voor ons huis aangekomen heb ik het uitgemaakt.
‘Sorry, maar het wordt niets,’ stumperend verzon ik iets over ‘eten deed ik thuis wel’ en  rende half jankend achterom.
Ontevreden over mezelf was ik de hooghartige houding kwijtgeraakt.
Dat was een voordeel.
De jongen ook, dat was jammer.
Later verdween die rare verlegenheid. Dat was de grootste opluchting.

man – stoel

Een man zet zich
Hij is zwaar en past met moeite tussen de armleuningen.
De stoel zucht.
De man hoort het niet, gewend als hij is aan geluiden. Zijn lichaam zit er vol mee, het borrelt, kleddert, drupt en kraakt.
De stoel heeft genoeg van de overlast, slijtage plaagt hem en hij speurt naar wraak.
Hij zoekt en vindt een loszittende spijker, wurmt hem rechtop onder de zitting en wacht.
De man komt binnen, de stoel grijnst een boosaardig gna-gna-gna.

Er staat een ambulance.
De broeders komen naar buiten , zij dragen een stoel waarop een dikke man zit. Er stroomt bloed langs de poten, de man huilt en vloekt.
De stoel ook maar zijn ergernis wordt niet gehoord.
Wie luistert er nu naar een stoel.