Alleen thuis

Het is avond en stil.
Ik lees met halve aandacht.
Ik let op vreemde geluiden, zet de televisie zachter.
Sssssh. Wat was dat? Nog een keer, wegstervend, pfff, een film.
De volumeknop gaat dicht.
Verder lezen, waar was ik nou weer?  Ik vind de pagina niet meteen, schrik op door voetstappen. Trillend sta ik recht, luister, hoor ze voorbij gaan.
Diep zuchtend drentel ik door de kamer, zie een spook in de spiegel en schrik. Lijkwit, de ogen groot van angst.
Beter om naar bed te gaan?  In slaap vallen door vermoeide leesogen?
Het is pas elf uur, ben ik straks  te vroeg wakker.
Hoor ik de buren? Ik hoop het, een veilig gevoel.  Hoewel, die zijn toch op vakantie? Maar…
Wat is dat geruis dan? Ik kijk rond, herken opgelucht het suizen van leidingen. Ik merk dat ik beef van angstige spanning.
Gekras bij het raam doet me nogmaals verstijven. Voorzichtig kierend staar ik een kat in zijn ogen die luguber gloeien of is het de maan? Beweegt daar een gordijn?
Resoluut zet ik de tv uit en ga naar boven. Kijk onder bed, in kasten, achter gordijnen, durf dan pas naar de wc en wastafel.
Moe van de spanning slaap ik snel in.

Bang zijn is niet te harden.
==

Maan


Morgen is het volle maan
Blijvend een beeld dat tot de verbeelding spreekt.
Mensen kunnen zich niet voorstellen dat hij alleen maar hangt te niksen, hoogstens voor lantaarn speelt.
Maar doet het dan niets met de aarde behalve de getijden veroorzaken?
Nee, zie sterrenkunde/vraag-en-antwoord
Bijgelovigen zegt een wetenschappelijk uitleg niets.
Zij hopen een weerwolf te zien of het mannetje.
Schrijven hun humeur er aan toe en verzinnen allerlei andere dingen.

Zelf  vind ik een volle maan mooi maar niet meer dan dat.
Toen we nog vrijden en ik romantische boeken las staarde ik dromerig naar de lucht.
‘Mooi hè,’ zei ik dan. ‘Ja nou,’ antwoordde hij die naar mij keek, daar was geen verzinsel bij.
Het is dan ook een aantrekkelijke sfeer die de maan uitstraalt,  mooi en eng tegelijk en je kunt je voorstellen dat er verhalen omheen worden geweven.
Van maangaren, zoeter kun je niet hebben.
=

Bijna een griezelverhaal

Het zachte zuchtgeluid weerklonk nu achter haar.
Raspend bij vlagen, ingehouden daartussenin.
Op een avond wachtte het haar op toen ze naar boven ging.
Akelig, beklemmend, benauwend.
Dan naast haar op het hoofdkussen. Ze kromp bij het geluid..
Ze analyseerde de zucht, vluchtig, in een poging zich niet te laten meeslepen in overspannen angsten. Wie ademde op deze manier?
Niet de echtgenoot, hij was er niet meer.
Die viezelijke ouwe oom? Maar hij was dood en kreeg een kruis na.
Ze schrok op door een diepe hijg, de ongeduldige zucht van een wachtende.
Geschrokken keek ze naar de keuken vanwaar het geluid kwam.
Ze rende, niemand te zien. Of toch?
Bang zette ze zich weer in haar stoel, steels om zich heen kijkend. Kwam iemand haar halen? Waarom?
Ze huilde hardop…..

Ooit blogde ik dat ik graag een griezelverhaal wilde schrijven maar het niet durfde. Bang voor mijn eigen creaties.
Herhaaldelijk begon ik er aan, even vaak moest ik afhaken. Ook nu.
Waarom begin ik dan telkens?
Griezelverhalen zijn fascinerend.
Jammer dat ze zo eng zijn.

Mocht iemand hier een vervolg op weten, dan ben ik heel nieuwsgierig en plaats het.

Griezelplan


Dat plan heb ik al heel lang, een eng verhaal schrijven. Een serieus stuk zonder mijn gebruikelijke flauwe kul.
Maar ik durf niet meer.
Als schijtlijster voelde ik me niet goed bij het bedenken alleen al.
En wanneer ik het schreef bestierf ik het bijna.
Te vaak was ik druk met pen of toetsen, schichtig rondkijkend, de adem over mijn rug voelend van de grote griezel die met kille vingers naar mijn hals greep en zijn hatelijk gegorgel in mijn oor fluisterde of sissend gore taal uitbraakte en dan, o god, dit moet niet…
…dan maakte ik er liever een zootje onzin van. Iets minder engs. Sissen werd slissen, hatelijk werd stompzinnig, griezel werd halve gare. De angst verging maar het verhaal ook.

De nieuwste technologie is eveneens een goed griezelonderwerp.
Denk aan een huishoudrobot die de geest krijgt door een verkeerd geïmplanteerd brein. Alles afsluit en naar je gaat staren. De hele dag met flikkerende ogen naar je kijkt, uur na uur, weigerend de buitendeuren te openen, je achterna loopt op trappen en in de badkamer, bij het koken, almaar kijkend, je blik probeert te vangen, gadverdamme….
…en weer maakte ik er een lolletje van.

Ik houd het netjes, akeliger voorbeelden geef ik niet. Over het kruip- en sluipgedierte zal ik het maar niet hebben.
Ze komen allemaal op hetzelfde neer: ik verzin wat en ben te bang om verder te schrijven.
Misschien later, ooit.