kat

Katten

kat-3657283__340
Ik houd van ze.
Onze vroegere honden waren ook lief hoor. Maar ja, het waren, eh, nou ja, honden.
Lief, trouw, bezitterig, ze konden je zo afwachtend aankijken met die aandoenlijke ogen. Ze deden denken aan de echtgenoot die je ouders het liefst als schoonzoon zagen.
Wat ouders als schoondochter voor ogen hadden weet ik niet maar zeer zeker geen kat.
Niet dat ik op een kat leek. Ik ging niet ’s nachts de hort op, eiste nooit de beste plek in de vensterbank. Vogels lustte ik niet.
Wel had ik graag op ze wíllen lijken. Niet alleen om hun onnavolgbare gratie, het is hun eigenzinnigheid die ik bewonder.
Katten gaan ver daarin. Ze verruilen van honk zonder zich voor de gevolgen te interesseren, gaan terug – of niet-  als het ze uitkomt.
Je begrijpt: dat zou ik niet doen.
Maar die onafhankelijkheid, zich niets van iemand iets aantrekken.
En niet opzichtig uitdagend, gewoon hun gang gaan.
Het gebrek aan plichtsgevoel, dat is des kats.
Het lijkt me bevrijdend.
==

hond

Hond Anke

Heb ik wel eens verteld van Anke, de bazige basset?
Op een dag bracht man haar mee.
Nog geen jaar oud was ze al een behoorlijk bakbeest. Het zijn redelijk zware dieren op lage poten. En eigenzinnig.
Dat heb ik geweten.
Die eerste avond moest manlief weg zodat ik, toen de kinderen op bed lagen, alleen was  met haar. Ik wist niet goed wat te doen en klopte op de bank. Ze sprong er op, ze nestelde zich lekker tegen me aan. Daar viel ze in slaap.
Lekker of niet, na een poosje werd het me te warm. Zachtjes duwde ik haar opzij.
RRRRR, klonk het vanonder een hanglip.
Oei.
Wat later deed ik een nieuwe poging. Weer was het  RRRRRRRR, er ging ook een geërgerd oog open.
Bangelijk gaf ik gauwgauw een aaitje. Daarop klopte haar staart de zitting wat me weer vertederde.
Na nog een paar minuten moest ik naar de wc en wilde opstaan, langzaam en ‘zoetmaarzoetmaar’ prevelend rees ik. Onmiddellijk  RRRRRR-de ze nog harder en keek me aan, nu met beide ogen. Ik zakte weer.
De situatie werd nijpend. Ik wiebelde, Anke deinde mee, ik durfde geen vinger te bewegen tot eindelijk, eindelijk echtgenoot thuiskwam en ik op kon staan.
Anke liet zich koninklijk begroeten, de uitsloofster, man lachte zich krom.
De dagen erna raakten we aan  elkaar gewend. Ze was een van de liefste honden die we ooit hadden.