dierendag

Dierendag…

…besteed ik naar eer en geweten.
Drie vliegen een keiharde dood bespaard door de achterdeur voor ze open te houden. Als dank flapperden ze met hun vleugeltjes.
Een spin verhuisd, met draad en al onder het afdak gehangen. Ook hij(zij?) zwaaide.
En het ìs dat ik thuisbleef, anders zou ik nog veel meer goede daden hebben verricht.

Een eendje helpen oversteken.
Keffertjes vriendelijk aankijken in plaats van ze binnensmonds uitschelden.
Buurpraatje houden met koeien.
Schijtzieke houtduif beschuitjes  voeren
En ga zo maar door.
Er kwam niets van maar het gaat om de intentie: denk eens aan de dieren.
Dat deed ik en de dag is nog niet om!
Alles beter dan je hond of kat  een hele worst te voeren.
==

vreemde dieren

Rare dag

Op verzoek, sla gerust over als je het al kent.

Vanmorgen kwam ik een buurhond tegen. Ik begon een praatje.
‘Zo, beessie, ben je nog steeds braaf?’ en krauwde hem achter zijn oren.
Hij kwispelde als een gek en spinde luid.
‘Wat?’ verbaasd stopte ik en hij reageerde meteen: miauwww.
Ik keek rond of ik de eigenaar zag maar hoorde alleen wrrrraf achter een heg.
Zeker iets nieuws, die mensen hebben alleen ’n eend, wist ik.
Beessie voorbijlopend gluurde ik door de heg.
Wat ik zag: de eend zwom in de vijver, blaffend naar een paar vissenbekjes die boven het water uitstaken en -je gelooft het niet- het do-re-mi mekkerden.
Mijn ogen en oren werden groot! Spinnende hond en blaffende eend, geitevissen.
Aarzelend liep ik een paar stappen.
Op dat ogenblik tjilpten er een groepje mussen; blij met dit normale geluid wendde ik me naar een boom. Hm, ze waren al gevlogen. Maar.. ik hoorde ze toch? Toen merkte ik het, een toompje kippen scharrelde kwetterend door de voortuin van S.
De haan wandelde er loeiend om heen.
Dit werd me teveel.
Ik moest weg, meteen, en rende naar huis.
Bij de achterdeur zat Tinus, een bevriende kater.
‘Sorry Tien,’ hijgde ik ‘ik heb geen tijd..’
‘Ja zeg, ik wil mijn plakje worst,’ antwoordde hij kwaad.
‘Nee,’ huilde ik, vloog de trap op en kroop in bed met het dekbed over mijn hoofd.
Ik durfde niet meer naar buiten.
=

dieren

Eend zwom. Zogenaamd.

Jammer dat ik de foto’s kwijt ben van de grote eend. Hij leek ’n beetje op die van het plaatje.

Na een paar regenbuien brak de zon door, we namen de fiets en maakten een ritje.
Er lagen veel plassen waarin verschillende vogels rondhingen.
Plotseling zagen we hem, tussen al dat water in het kleinste plasje, niet veel groter dan hijzelf.
Het was een vreemd gezicht. Grappig, dommig, lief en eigenwijs tegelijk.
We sprongen van de fiets en bleven staan voor een paar foto’s.
Hij vond het goed en ging gewoon door met het bewegen van zijn poten al kwam hij niet vooruit, hij zal geoefend hebben voor watertrappelen of wilde zijn  zwemkunsten vertonen.
Af en toe snaterde hij een woord dat we niet verstonden, we knikten voor de vorm.
Zo te zien was hij behoorlijk  in zijn sas.
Wat zal hem bezield hebben? Dwarsheid? Geplaagd met slechte ogen? Beetje gek, kunnen eenden gek zijn?
We zagen vaker vreemde vogels, dit was een van de aandoenlijkste.

verhaaltje

Een rare dag

Vanmorgen kwam ik een buurhond tegen. Ik begon een praatje (dat doe ik meestal).
‘Zo, beessie, ben je nog steeds braaf?’ en krauwde hem achter zijn oren.
Hij kwispelde als een gek en spinde luid.
‘Wat?’ verbaasd stopte ik en hij reageerde meteen: miauwww.
Ik keek rond of ik de eigenaar zag maar hoorde alleen wrrrraf achter een heg.
Zeker iets nieuws,  die mensen hebben alleen ’n eend, wist ik.
Jeetje, even kijken daar; ik liet beessie staan en gluurde door de heg.
Wat ik zag: de eend zwom in de vijver, blaffend naar een paar vissenbekjes die nèt boven het water uitstaken en -je gelooft het niet-  het do-re-mi mekkerden.
Mijn ogen en oren werden groot! Spinnende hond en blaffende eend, geitevissen.
Aarzelend liep ik een paar stappen.
Op dat ogenblik tjilpten er een groepje mussen; blij met dit normale geluid wendde ik me naar een boom. Hm, ze waren al  gevlogen. Maar.. ik hoorde ze toch? Toen merkte ik het, een toompje kippen scharrelde kwetterend door de voortuin van S.
De haan wandelde er loeiend om heen.
Dit werd me teveel.
Ik moest  weg, meteen, ik draaide me om en rende naar huis.
Bij de achterdeur zat Tinus, een bevriende kater.
‘Sorry Tien,’ hijgde ik ‘ik heb geen tijd..’
‘Ja zeg,  ik wil mijn plakje worst,’  antwoordde hij kwaad.
‘Nee,’ huilde ik bijna, vloog de trap op en kroop in bed.
Met het dekbed over mijn hoofd.
Ik durf niet meer naar buiten.