Ongewenst bezoek

Op de markt liep ik een dame tegen het lijf aan wie ik een grote hekel heb. Beleefdheidshalve bleef ik staan bij het ‘Hallooo, hoe gáát het met je.’
Het praatje eindigde met ‘vandaag of morgen kom ik efkes an.’
‘Ik ben nooit thuis’ zei ik gauw.
Later, bij de koffie, bedacht ik dat het echt iets voor haar was om met etenstijd binnen te vallen en hongerig naar het brood te kijken. Ik deed er beter aan de poort op slot te houden.

Te goed herinner ik me de keer dat een irritant echtpaar op de stoep stond en ik niet opendeed. Na drie maal bellen  hoorde ik ze weglopen, ze gingen achterom.
Ik vloog naar het keukenraam, trok de gordijnen dicht en draaide de deur op slot.
O god, de gordijnen sloten niet aan en ik hoorde de poort al.
In paniek dook ik naar de grond waar ik onder het raam ging liggen, strak tegen de muur.
Net op tijd. Ze rammelden aan de deur, scharrelden bij het raam, murmelden. Gesmiespel. Weer stilte. Een harde tik, voetstappen en de poort die met een knal werd dichtgegooid.
Ik bevroor.
De spiegel, ik had niet aan de spiegel gedacht. Die hing tegenover het raam en de plek waar ik lag. Als ze naar binnen keken moeten ze me hebben gezien. Een klassieke spotprent.
Toch beschaamd kroop ik overeind en was naderhand opgelucht te merken dat ze me niet zagen. Of het niet wilden zeggen. Dat kan ook.
Nu deze dame nog weg zien te houden.
Of zal ik een fort bouwen?

Advertenties

Man-vrouw herinnering


Toen ik tegen de vijftig liep kocht ik een mini-servies op serveerblad en zette het op het dressoir.
Een klein sierdingetje waarop ik viel door de aansprekende kleuren.
Echtgenoot verbaasde zich hogelijk, juist ik hield niet van snuisterijtjes.’Een kinderservies? Wat moeten wij daarmee doen?’
Niks, alleen kijken. Zie je die kleuren dan niet? Heel apart.’
Hij haalde zijn schouders op.
Na een korte stilte begon hij weer. ‘Dat krijgen oude vrouwtjes ook. Potjes en beeldjes met bloemetjes en herderinnetjes….
Meteen stoof ik op. ‘Nou èn? Als ik dat nou mooi vind, ik zeg toch ook niks van jouw suffe trainingsbroeken uit het jaar nul?’
Hij lachte maar wat.
Enfin.
Een paar weken later waren we op visite bij een bevriend echtpaar. Ik voelde dat hij me aankeek en zag hem verstolen grijnzend naar een tafeltje  knikken.
Daarop stond, je raadt het al, eenzelfde serviesje.
Vriendin, ongeveer twintig jaar ouder dan wij, zag ons kijken.
Leuk hè,’ zei zij,’ die kleuren, heel apart.’

Kat. Oud verhaaltje

-Ik verveel me, dacht Pers, ik moet wat leuks doen. Hij sprong op de vensterbank.
Zorgvuldig drapeerde hij zijn spierwitte vacht tussen knalgroene geraniums waar hij ging slapen met kiertjesogen, belust op publiek.
Een man kwam voorbij; knipogend.
Een echtpaar zwaaide, loom hief Pers zijn staartpunt. Kleine meisjes staarden verliefd; hij genoot. Altijd een succes, dit spelletje; lief likte hij een voetje.
Tot
de  kop van Tijger verscheen, grinnikend. Aanstellerig  tilde hij een voorpoot en likte aan een klauw.
Donderop, mimede Pers.
Tijger grijnsde.
Ga terug naar Afrika, schlemiel.
Klakkend beet Tijger naar het raam.
Pers belde de Circusdirecteur. Die haalde Tijger subiet op en Pers ging tevreden verder met zijn spelletje.
The world is mine, spon hij.