april (en maart)

Vierseizoensmaand


Ja, we weten het van april (en maart) dat hij minstens zo dwars is als een onwillig tiener.
Ze leren het nooit, klunzen jaar in jaar uit met twijfel: wat zal ik nou eens doen, laten regenen of sneeuwen of hagelen en welke maat hagelstenen?  Of toch maar zon?
Soms weten ze niet wat te kiezen en doen alles, dan krijg je die grillige dagen en als het mogelijk was zouden ze er een poolwind en tropische natte moesson tussen stoppen. Trouwens, wie zegt dat het nooit zal gebeuren? Het klimaat sleutelt zelf  doorlopend aan zijn hoedanigheid en blijft geen eeuw stabiel.
Enfin, we hadden het over april (en maart ).
Het is ook mogelijk dat april niet zozeer een klungel is, hij zou ook eigenwijs kunnen zijn.
Onwillig.
Beetje simpel wellicht.
Vandaag bijvoorbeeld kon hij niet eens zijn water ophouden en dat op zijn leeftijd, tistogwat.
Deze maanden zijn eigenlijk zielig. Alle andere tien hebben vaste kenmerken, zij zitten er tussen in als de middelste kinderen in een gezin, die hebben ook altijd voorbeelden boven en onder hen waar ze nooit op lijken.
Maar ja, we doen er niets tegen.

Het is stil.
Regendruppels tikken nog steeds op de koepel boven me.
Rustgevend geluidje.
Kijk,  toch nog wat goeds gevonden aan april. Voor dit ogenblik.
==

seizoen·versje

Vooruitkijken, ongeduldig of gewoon dwars


Nu is er een herfstachtig weertje
Ik speur naar een ijs-elijk sfeertje
inwendig reeds kouwelijk
bedenk ik, aanschouwelijk,
een wollige sneeuwstorm, ik zweer’t’je.

We krijgen misschien ook een winter
natuurlijk zie ik dan een flinter
van bloemen en kalfjes
en zonnige zalfjes
en zie de gezichten getinter.

Daarna komt de lente, ‘kvoel hitte
smeer bruinsel tegen het witte,
wacht lijdzaam op juli
drink cool en eet culi-
-gezond en blijf luiig lang zitte.

Zomer. Ik denk aan de stormwind
aan blad dat als goud door de straat sprint
mijn hoofd staat naar misten
en bessen aan risten
niets dat me aan de augustusmaand bindt.
==

eten

Hoe te zeggen…

Er zit me iets dwars.
Ik zit er vol van en kan het haast niet onder woorden brengen maar zal het proberen.
Het staat me tegen, zo ontzettend tegen dat, eh, ja, hoe moet ik dat nu uitleggen, het onbeheerste gedrag dat  tot narigheid leidt.
Maak je niet dik, zegt men, maar dat is te gemakkelijk en stemt me treurig.
Misschien kan ik het beter recht voor zijn raap zeggen, ik ben er ziek van en móét het kwijt.
Die veel te grote portie patat van vanavond. Met dubbel mayonnaise.

Geen categorie

Obstinaat

Dat ben ik nu.

‘Dwars’ kent  veel woorden   geen van alle sympathiek maar ik zit ermee opgescheept.
Ik wil niet opstaan.  Niet blijven liggen.
Een sneeuwstorm, op klompen lopen, a-politiek blijven, Trump en Erdje uitschelden, goede raad, geen bemoeials, ander telefoonnummer, meer zon, minder zon, zomertijd opschuiven, nieuwe fiets, zomertijd vorige week, boom rooien, stoep verleggen, krant de deur uit, Privé lezen…
Pfff, ik word er doodloof van.
Eerst een uurtje naast de zon zitten.