Vooruitkijken, ongeduldig of gewoon dwars


Nu is er een herfstachtig weertje
Ik speur naar een ijs-elijk sfeertje
inwendig reeds kouwelijk
bedenk ik, aanschouwelijk,
een wollige sneeuwstorm, ik zweer’t’je.

We krijgen misschien ook een winter
natuurlijk zie ik dan een flinter
van bloemen en kalfjes
en zonnige zalfjes
en zie de gezichten getinter.

Daarna komt de lente, ‘kvoel hitte
smeer bruinsel tegen het witte,
wacht lijdzaam op juli
drink cool en eet culi-
-gezond en blijf luiig lang zitte.

Zomer. Ik denk aan de stormwind
aan blad dat als goud door de straat sprint
mijn hoofd staat naar misten
en bessen aan risten
niets dat me aan de augustusmaand bindt.
==

Hoe te zeggen…

Er zit me iets dwars.
Ik zit er vol van en kan het haast niet onder woorden brengen maar zal het proberen.
Het staat me tegen, zo ontzettend tegen dat, eh, ja, hoe moet ik dat nu uitleggen, het onbeheerste gedrag dat  tot narigheid leidt.
Maak je niet dik, zegt men, maar dat is te gemakkelijk en stemt me treurig.
Misschien kan ik het beter recht voor zijn raap zeggen, ik ben er ziek van en móét het kwijt.
Die veel te grote portie patat van vanavond. Met dubbel mayonnaise.

Obstinaat

Dat ben ik nu.

‘Dwars’ kent  veel woorden   geen van alle sympathiek maar ik zit ermee opgescheept.
Ik wil niet opstaan.  Niet blijven liggen.
Een sneeuwstorm, op klompen lopen, a-politiek blijven, Trump en Erdje uitschelden, goede raad, geen bemoeials, ander telefoonnummer, meer zon, minder zon, zomertijd opschuiven, nieuwe fiets, zomertijd vorige week, boom rooien, stoep verleggen, krant de deur uit, Privé lezen…
Pfff, ik word er doodloof van.
Eerst een uurtje naast de zon zitten.