Huisduif

Soezend in de schaduw werd ik een vage beweging gewaar.
Ik keek op en zag een duif.
Hij liep heen en weer, naar me kijkend alsof hij me kende.
Grappig. Ik mompelde iets van ‘gezellig dat je er bent’ en soesde verder.
Hij bleef om me heen scharrelen, pikte hier en daar wat van de stoep en stapte uiteindelijk naar de serre. Tussen de vliegenkralen door die hij ook al leek te kennen.
Daar neusde hij een paar rondjes.
Een huisduif. Vertederd zag ik het aan en herinnerde me verhaaltjes van mensen die dachten dat hun overleden geliefden een groet stuurden via vlinder of duif. Een vriendin geloofde stellig dat haar dode man zich in een straatduif bevond.
Zelf zit ik daar niet mee.
Hij kwam weer naar buiten, liep meteen weer achter me aan toen ik naar binnen ging.
En watsienik? Drie groenwitte dridders op de mat en één onder mijn vaste leesstoel. Allemaal 3XL of meer.
Razend keerde ik me om, deed ksst ksst en gooide de deur dicht.
Al opruimende zag ik hem voor de (glazen) deur staan, uilig naar binnen turend.
Zou hij echt wachten tot ik hem erin liet?
Inwendig lachte ik.
Als ik zou geloven in man’s vermomde ziel dan zou dit hem niet zijn.
Hij zou zich nooit buiten laten zetten.

Advertenties

Rouwen, ieder doet het op zijn eigen manier.

Rouwenden hebben tijd nodig.
Hoewel een triest gegeven is het boeiend de verchillende gedragingen van nabij te zien. Je hoopt maar dat ze helpen bij de verwerking, veelal doet het dat ook.
Dit zijn een paar voorbeelden die wij zagen. De meeste mensen zijn ongetwijfeld  bekend met vergelijkbare situaties.

Koppig kookte hij ‘haar’ appelmoes met vanillesuiker. Voor hem weerzinwekkend maar zo hield hij haar levend.

Duiven waren er altijd al. Pas na zijn dood herkende ze haar man in een van hen en begreep ze waarom hij dagelijks tegenover haar huis kwam koeren.

Bijzonder droevig was de vrouw die, pas weduwe geworden, zondags Studio Sport aanzette, een programma dat ze voordien verfoeide.  Ze zag het als een soort ode aan hem en hoopte dat hij er blij mee was.

Een onleesbaar vodje papier dat ze in zijn nagelaten portemonnee vond , dat was volgens de helderziende een boodschap van gene zijde: ‘ik maak het goed’. Het maakte haar bijna gelukkig.

Na een uitgesproken slecht huwelijk verhaalde ze na zijn dood doorlopend van die prachtige echtgenoot, zijn goedheid, zijn liefde en meer. Toen uiteindelijk niemand meer luisterde hield ze er pas mee op.

Een vrouw had na echtgenoots overlijden een paar filmpjes van hem aan elkaar laten plakken en er zijn lievelingsliedjes bij laten plaatsen.
Elke dag keek en luisterde ze, huilend. Ik weet niet wanneer het ophield.

Zijn we al kerstvredig?

Of trainen we nog wat? In en rond het winkelcentrum vinden we een uitstekend oefenterrein.

Geduldig het schoppende kleutertje ontwijken, niet huilen als je naast de laatste ijstaart grijpt, kalm rondkijken in een trage kassarij (iemand rekent af in dubbeltjes, 46 euro), vriendelijk reageren op voorkruipers en tenslotte fluitend de omgejaste fiets oprapen. Stuur en spatbord rechtbuigen.
Meestal gedraag  je je automatisch op deze manier. Ingeval van drukte, haast plus een breed scala aan voordeelaanbiedingen, dat vooral,  voelen de dingen anders, gejaagder, alsof de klanten allemaal tegelijk op tijd thuis moeten zijn.
Loopt U dit traject deze dagen volgens bovenstaande regels? Vrede zij met U.

Lang geleden stond ik zelf in die rijen, eerst bij Appie voor een paar vergeten artikeltjes waaraan ik bijna een half uur kwijt was, daarna bij de slager. Hij bood biefstuk aan voor bijna niets, alleen geldig op 23 december. (Je zou hem wat doen, grr)
De klanten stonden tot aan het volgende dorp, chagrijnig loerend naar iedere toevallige passant, bang voor niets te komen.
Daar en toen trok ik mijn conclusies: kerstinkopen doe ik sindsdien lang van te voren.
Dan maar geen pudding voor halve prijs.
Wèl een prettig vooruitzicht op de te koken maaltijd, alle ingrediënten staan klaar in een vredige voorraad
ongetraind↓

 

Bang? Nee toch…

Volle maan.  IJselijke dingen komen voor. Toch niet echt? hoop ik.
Schrikachtig luister ik naar de nacht.
Niet hier, mompel ik mezelf gerust, dat ritseltje is een dakduif, het schijnsel  een manestraal , het gehuil is de buurbaby en –
‘Oh ja? Hahahahaaa….
Verstard lig ik daar en luister. Iets sluipt grinnikend onder het bed door. Plotseling staat het naast me.
Dodelijk bang staar ik naar gele ogen en punttanden, voel nagels langs mijn gezicht.
‘Had je niet gedacht hè?
‘Ga weg ,’ fluister ik.
Het ademt walgelijke walmen en grijpt mijn arm. Panisch stomp ik in het gezicht, en weer, tot het wezen me loslaat en verdwijnt.
Vloekend en slissend.
Rillend sta ik op, wat een rotdroom.
Ik sluit het raam, veeg wat zand weg… zand?  Met een pootafdruk??
Dan val ik flauw.