Nooit goed

Noem me ondankaar, een zeurpiet, een zeikwijf, maar ik word dat weer zo moe.
Zo droog, zo vaag. Zo saai.
Ineens heb ik er genoeg van.
In de zon mag het mooi en zomers lijken, het is zo véél van hetzelfde.
Daar word ik net zo ongedurig van als van lange regenweken.
Af en toe een onderbreking zou me blij maken.
Niet te lang natuurlijk, een paar dagen regen, storm, onweer met vurige flitsen die knallend donderen, rommelend in de verte.

Vanmorgen zag ik ijs op het platdak en werd bijna lyrisch. Hoera, een winterweekend, bibberend naar truien zoeken (hoe zien die er ook weer uit?), straks erwten kopen en een bovenpoot.  Handenwrijvend dook ik onder de douche en verbeeldde me dat ik al kippevel had. De thermostaat omhoog, halleluja.
Helaas, het stelde niets voor.
Eer dat de radiators warm waren was het ijs al gesmolten.

Lusteloos pook ik in de droge tuin,  klimops en druivenstruiken zijn bijna kaal, uitgedroogd.
Het leeft niet meer, de grond ziet er doods uit.
Zelfs het onkruid wil niet meer groeien.
Laat ik dat dan maar als een voordeel zien en hopen dat ik morgen uitgemopperd ben.
=

Advertenties

Paddestoelen

De eerste dit jaar, hier althans.
Op een onverwachte plek, een droog stukje zanderige grond op het zzw en waar regen nooit blijft liggen.
Misschien speelt het mee dat ze rondom de stronk van een afgezaagd  boompje zitten, ik raad maar wat.
Ze zien er best mooi uit, dik en mollig, je krijgt trek in champignons.
Nu de kabouters nog.
Je vraagt je af van welk kleinsoortig ras die zijn de maat van de paddestoelen in aanmerkig genomen.
Toch es opletten wanneer ik ze tegenkom.

Weerpraatje

Er waren tijden dat we, voor zover dit mogelijk was, de boel de boel lieten of een snipperdag opnamen om naar buiten te gaan op mooie dagen.
Strand, zwembad, slootkant, teil, terras, whatever want het was:
mooi weer, daar gaan we van profiteren
eindelijk droog
de eerste zomerdag
een zalige zon
morgen regent het
enzovoorts.
Er kwamen wel zomers voor met langdurige droogtes en zon maar ze waren niet standaard.
Nu begint het daar op te lijken.
Elk voorjaar biedt nu meerdere  zomerse dagen, je ziet vaker palmboompjes in tuinen, warme jassen hangen antiek te worden en wanneer kochten we nog winterlaarsjes?
Nu is het:  koel vandaag dus
met de kinderen op pad
garage/kelder/vliering opruimen
fietsen

een dagje genieten
morgen is het weer warm enzovoorts.
Het is mogelijk dat ik me dit verbeeld, beïnvloed door de klimaatnieuwtjes. Ik denk het niet.
Misschien kan Trump het uitleggen.☻

Regen


Het regende. Het regende al vierenzeventig dagen.
De mensen verloren alle zomerbruin en hun natuurlijke teint werd lichter, enigszins vaal, als te vaak gewassen theedoeken. Langzamerhand begon zich het gevaar van een gezamenlijke apathie af te tekenen,  het enige waaraan men dacht was droog beddengoed.
Het volk morde. En fantaseerde.
Waar blijft de wetenschap, professoren zijn toch zo kundig, bestaat er niet zoiets als een wolkenkanon,  een verdampkring,  een reuzentrechter die al dat water opvangt en naar de zee loost? –
De geleerden daarentegen piekerden, filosofeerden, berekenden, schreven en componeerden, al naargelang de soort kennis die zij bezaten en dat was te weinig om het volk zoet te houden.  Ze verzochten het kabinet om extra toelages voor nieuwe onderzoeken. Zij wezen ministers op negatieve psychologische gevolgen van een ontregeld klimaat en ontdekten en passant een nieuwe ziekte: RRI (Repetitive Rain Injury).
De overheid kapittelde zowel het volk als de wetenschappers.
-Gezonder eten, maande een regeringslid.
-Deo Volente, berustte een ander.
-InshAllah, viel een collega hem bij
-Gooi de Islam eruit, raadde een kamerlid.
-Verplichte  zonnedanslessen, fantaseerde een ludieke minister.
-Hef regenbelasting, riep degene die de kas bijhield.
Eenieder deed zijn woordje waarna het besluit viel zich grondig op de problemen te oriënteren middels uitgebreide adviezen.
En zo werden er commissies in het leven geroepen.
Hulp-, stuur-, atoom- en meer groepen vormden zich, kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders werden ingeschakeld alsmede allochtone buurtvaders, het koningshuis gaf een diepte-interview ter afleiding, de minister-president liet een nerveus  maar jolig poepje.
Desondanks werd het droog en zonnig.
Het blééf droog en zonnig, al vijfentwintig dagen.
Iedereen kreeg hetzelfde gelooide vel, ietwat scheurig, als te vaak gebruikte schoenen  en bij het aanhoren van de mopperende boeren waren de mensen wel wijzer dan langer te wachten.
Het volk morde …

© Bertie