buiten zitten

Zonnen

Nog een poos naar buiten met dit weer,  dat is heerlijk.
Alleen al het klaarzetten van de stoel en hem tien keer verschuiven tot je de de juiste plek vindt is een pleziertje.
Daarna de juiste bak zoeken voor alle attributen want je hebt heden ten dage veel nodig om een zomers uurtje op gepaste wijze door te brengen.
Leeswerk – cryptogram + pen – notitieblok – tablet – telefoon – oude huistelefoon – waterflesje – tissu’s….
Het stapelt zich op, what’s next? vraag ik me wel eens af.
Enfin, het lukt meestal in één keer.
Daar hang ik dan, kijk naar de bloemen, zucht een paar keer ‘wat zit ik lekker…’
En droom weg
schuttingvoeten20180326_170946-1-1 - kopie
==

dromen

Twee zielen één gedachte?

’s Morgens vertelde ik mijn droom over een echtpaar met een irritante hond. Halverwege viel echtgenoot in en maakte het verhaal af.
Ik stond paf, hoe wist hij dat? Simpel: hij had ongeveer hetzelfde gedroomd.
Zonder in paranormale hocus pocus te vervallen probeerden we het te beredeneren.
Waren we zo close?  Blaften we elkaar toe in bed? Hadden we  Bonzobrokken gegeten?  Nou nee…
We denken dat het misschien begrijpelijk was en wel hierom.
Al enige tijd was er ergernis over een doorlopend keffende hond in de straat.
Niemand wilde er ruzie over maken, we riepen af en toe ‘koest’ wat niets hielp en we waren het erover eens dat het een vervelende kwestie was.
Het hield ons nogal bezig, niet gek dat je dan een keer droomt over iets dergelijks.
Het is de enige logische verklaring die ik kan bedenken.

Een vriendin herkende het van haar dochters met een vergelijkbaar verhaal, het komt dus vaker voor.
Een eigenaardige ervaring.
Voordien en naderhand maakte ik het nooit mee maar misschien herkennen  de lezers het wel.
==

dromen

Dromen in eigen beheer

Nacht nadert.
Hij loopt rondjes om het bed.
Wat moet hij nou? Waarom doet hij zijn werk niet? We worden zenuwachtig van zijn gedribbel.
‘Schiet es op,’ roepen we, ‘we willen slapen.’
‘Nog even geduld, ik denk…’
We wachten.
Na een paar rondjes  vragen we of hij al klaar is met denken.
‘Jaja..’
Dan klaart hij op.
‘Yep! Ik ben er uit.  Ik stop met de dromenvoorziening, laat het over aan de eigen inbreng,  fiets naar de Azoren en open daar een patatkraam.’
Wat een grandioos plan, we zijn diep onder de indruk.
‘Echt waar? Met Azoorse sauzen?’
Hij lacht, zwaait en vertrekt door het voorraam.
‘Tja’, zegt man, ‘dan verzinnen we zelf wel wat. Zullen we een eetdroom doen?’
Goed idee. We sluiten de ogen.
Hij visualiseert een grote pan, waar op de bodem aardappelen bakken en bovenin rozijnenpannekoeken liggen.
‘Goh schat, wat een gezellige droom,’ roep ik uit, ‘samen doen?’ Ik maak er ijsjes bij en voor ieder een ontpitte mango.
Plots komt de koelkast er bij staan; hij wijst naar zijn onderste vak.
We kijken, zien mokkataartjes lonken met verleidelijke choco-ogen.
Langzaam, vervagend in de slaap, doen we ons te goed aan de overdaad.
Het is duidelijk dat we heel goed in staat zijn onze dromen zelf tebeheren.

‘Oeaahh,’ gapend komt man de keuken in, ‘ik weet niet hoe het komt maar ik werd wakker met een opgeblazen maag. Raar hè?’
‘Ik ook.  Typisch.’
=

corona·dromen·verkiezingen

Dromen komen soms uit

Moeder weet je wat ik droomde
ik zag het virus op de sloop
verstoft, verhakt en aangevreten
verwaarloosd als een slechte koop
rondom treurden alle kenners
en bedenkers van’t complot
zij zagen roem en eer vervliegen
hun hang naar aandacht viel kapot.

===

Amerika lag in twee delen                     een part voor ied’re kandidaat
ze streden beiden naar totalen
en spraken popi borrelpraat
zo zeker van hun eigen woorden
het grijsje en de potentaat,
ach Moe, opnieuw het oude liedje
wie’t beste kwaadspreekt wint de Staat.
==

Geen categorie

In gedachten

In de winkelstraat liep ik een etalage tegemoet waarin ik een bekende meende te zien die  me onzeker aankeek voor het tot me doordrong dat ik mezelf zag.

Meteen dacht ik aan de vermaningen.
Moeder: Let toch op, loop je weer te dromen…
Broer: Slome. Sufferd. Droldrie.

Zus: grijnsde achter moeders rug.
Vader: hij knipoogde.

Geen categorie

Overdenken. Over denken.

Heb jij niets te doen?
Jawel, dat zie je toch.
Wat dan?
Ik denk na.

Het was een typische ouderwetse moedervraag. Die ik -onnadenkend- zelf ook wel eens stelde.
Meestal werd het antwoord niet serieus genomen, niet erkend en vaak ook niet herkend.
Het werd niet overal aangemoedigd.
‘Denken laat je maar aan mij over.‘ Of aan een paard , de kat, vul maar in.
Op school kreeg je te horen dat je zat te dromen, terwijl je in werkelijkheid in diepe gedachten verzonken was.
Op je werk mocht je alleen denken als het goed was voor de baas, efficiency en zo, of hoe de lopende band sneller kon.
Voorstanders bestonden natuurlijk ook, er waren ouders, onderwijzers, chefs, professoren, handige verkopers en anderen die het denken wel degelijk bevorderden. Tenminste, dat hoopte ik.
Nu denk ik dat er niets veranderd is. Dat nadenken nog steeds een dubieuze aangelegenheid is.
Het word niet altijd begrepen.
Een nadeel van denken is dat het zo onzichtbaar is.  We hoeven er niet bij te gaan zitten als Rodin’s beeld maar een kleurtje of een ander duidelijk kenmerk lijkt me handig.
Diepbeige, interessant roze, licht purper. Daarmee geef je tevens het sóórt denken te kennen. Aan de kermis bijvoorbeeld, blauw met sterretjes.
Een diepe denkrimpel in de vorm van een vraagteken lijkt me ook wel wat. Doet intelligent aan, net of je echt denkt.
Je ziet meteen: hier werkt een brein.
Een ernstige gezicht is niet genoeg. De meeste politici kunnen dat opzetten maar het is geen garantie voor een denkvermogen.
==

verkouden

Het….

– Het hangt op de bank en het lacht. Rare geluiden knorren uit de keel, ze overstemmen het gehijg.
Plots vliegt het overeind, een hoestbui verscheurt de droom.
– Het staat in de keuken en niest. Hartgrondig, dat het middenrif pijn doet en de tissues drie maten te klein zijn.
– Het zit aan de laptop en traant. Bril op, bril af, het zicht blijft wazig.

U begrijpt: ik ben verkouden en niet zo’n beetje.
Gisteravond kreeg ik plots een kuchje, zo’n licht dingetje met een piep, vanmorgen was ik al bijna een patiënt en nu helemaal.
De thee met honing komt me de neus uit. In andere vorm.
De toco-tholin helpt een beetje voor de keel en de honingdrop maakt alleen maar misselijk. Het moet gewoon uitzieken, ik verwacht niet dat het lang gaat duren. Ik jammer gauw maar mankeer zelden iets ernstigs.
Dus wacht ik.
Af en toe zit ik te ijlen boven de toetsen.Dat voel ik natuurlijk niet maar mocht U het merken, weet dan dat ik het niet zelf ben.
Of juist wel, dat begrijp ik niet zo goed want ziet U, ik ben zo verkouden dat……. enfin.
=

versje

Brekie en Brekie-song


‘k Zit op m’n bankje stil te dromen
van de Sterke Bertus-tijd
vel in gedachten grote bomen,
met één zwaai een plankentapijt.

Nu is het trainen op een broodje.
met een karig keukenzwaard
er is vooruitgang, een klein mootje
bleef hangen, volgens mij was’t een staart.
==
Nog een paar dagen, dan hoop ik makkelijker te typen en ga ik weer reacties beantwoorden en alle posts lezen. Ik kijk er naar uit, langzamerhand begin ik de bloggerswereld meer te missen dan ik had verwacht ondanks het leeswerk.