Dat was de zaterdag en halve zondag

De fancy fair bleek een interne aangelegenheid maar daarom niet minder aardig. En lachwekkend goedkoop.
Met de handen vol boeken en nog wat rommeltjes stopte ik met neuzen en kocht er een tas bij, één euro voor een stevige tas is een prima koop.
De beste terrassen waar we naderhand aan toe waren zaten propvol, we trokken naar de volgende plaats en kwamen terecht bij het terras van de toekan. (Niet dat van het plaatje)
Jongens wat was het heerlijk.
Ruim van plek, zalige zomerwarmte,groot zonnescherm en af en toe een briesje dat bijna zwoel aanvoelde (we dronken echt alleen limonade).
Dan wil je niet naar huis en dat deden we ook niet.
Nog wat drinken, beetje eten. Beetje veel, eerlijk gezged.De laatste happen gingen in slow motion.
Koffie, nog even door de dorpen rijden en toen ik thuis was en de aankopen bekeek viel ik boven de nieuwe oude boeken in slaap en werd wakker bij de winst van Nederland op Duitsland. Een verrassend ontwaken.
Toen ben ik naar bed gegaan waar ik verder sliep. Wat wil je ook, rozig van de zon en een buik vol.
Onverwachtse bijkomstigheid: de gezichten waren bijgekleurd. Niet veel,  net zichtbaar.
In oktober…
Zo’n reservezomertje, ik mag dat wel.
==

Advertenties

Het blijft tobben

Mijn spijkerbroek zat krap,  evenals het shirt
man keek tersluiks, ik naar zijn startend  buikje
dus zei hij niets en ik zweeg ook.

Ik deed aerobics
hij de racefiets
lopen deden we samen
daar kregen we veel honger van.

Verre fietstochten, opnieuw de gym
pauzes onderweg
foerageren hoort daarbij
enzovoorts.
==
Roken is geen punt, drinken ook niet, maar lekker eten….

Vriendin, laatste deel

De juiste woorden vinden is lastig.
‘Het is altijd wat als ze zo dronken is’ zeg ik aarzelend, ‘ze schold dat ik een rotwijf ben en,’ hem peilend aankijkend, ‘dat jij goed bent in bed
Met een ruk komt zijn hoofd omhoog. ‘ Wat?? Zegt ze dat? Dat geloof je toch zeker niet? Toe, zeg dat je haar niet gelooft….’
Mijn stem trilt. ‘Jack, zij en ik, wij… sorry, we kennen elkaar tot op het bot, we kunnen elkaar bijna lezen. Ze loog niet, Jack.’
Hij zoekt naar woorden, ik ben hem voor.
‘Waarom zij, Jack, waarom die hulpeloze dronken vriendin,’ dring ik aan, ‘omdat ze zo makkelijk te pakken is? Nog steeds een mooie meid?’
Ongemakkelijk kijkt hij me aan. ‘Je zult toe moeten geven dat ze een del is al wil jij het niet inzien, ze daagt mannen gewoon uit.’
Verbijsterd staar ik hem aan. ‘Gewoon? Op iemand neerkijken en dan als prooi nemen? En haar ook nog de schuld geven? Is dat wat je bedoelt?’
‘Doe niet zo onnozel Joos, zo werkt het toch met zulke lui. Ze hebben geen moraal en drinken zich dood. Zo simpel is het.’
Het wordt me rood voor de ogen.
‘Voor mij niet Jac, ik denk daar anders over. Je kunt gaan.’
Nu is het zijn beurt van onbegrip, met grote ogen staart hij terug. ‘Dat meen je niet.’
‘Jawel. Je moet weg.’
‘Laat je onze relatie kapotmaken door dat dronken lor? Is ze voor jou meer waard dan ik? Ze heeft drank nodig, niet een naieve vriendin…’
‘En jou nog minder. Ik mag dan een kutwijf zijn, jij bent een lul. Meer heb je niet te bieden.’
Andermaal probeert hij het. ‘Joosje, zie het eens voor je. Ze zit daar aan de bar te azen op een gratis drankje en bed, dringt zich bijna letterlijk op, hoe denk je dat dat is voor een man? En wat stelt een enkel nummertje nou voor….’
‘Vanavond nog,’ snoer ik hem de mond. ‘Dit is mijn appartement en ik wil je hier niet meer hebben.’
Ik steek mijn hand uit. ‘De sleutels. Meteen.’

Na een paar dagen loop ik een paar kroegen af, ik wil haar vragen bij mij te komen wonen. Misschien kan ik haar pushen, je weet nooit.
Een tip brengt me bij het ziekenhuis waar een verpleegkundige meeloopt naar de IC. Ze haalt de schouders op.
‘Ach mevrouw, ze drinken zich gewoon dood.’

© Bertie

Dorstige ouderen

Mevrouw, dit is een straatonderzoek over het eet- en drinkgedrag onder ouderen, mag ik U wat vragen?
— Ja hoor vraag maar op.
U bent nog steeds slank, volgt U een dieet?
— Nee.
Hoe doet U het dan?
— Ik eet en drink.
O ja?
 — Dagelijks een half sneetje brood en drie portjes bij de lunch, soms vier.
O my god…
 — Als tussendoortje een paar rumbonen. Een matige avondmaaltijd, daarna komt de rest van de  port op tafel. Mijn man heeft liever een jongetje, de lieverd. Hij leeft ’n beetje in het verleden.
(Slik)En U voelt zich goed?
  — Naar omstandigheden. Op je tachtigste schuurt het hier en daar, dat is begrijpelijk hè.
Ja, dat zal wel. Lijden Uw hart en bloedvaten hier niet mee?
  — Nou, dat weet ik niet hoor, dat is aan de huisarts. Ik ben kortademig, heb moeilijke voeten, vergeet wel eens wat, net als mijn  moeder en opoe. Heel zielig, ze waren nog wel zo braaf, de stumpers. Maar goed, ze stierven in fatsoen.
Bent U niet bang voor een ziekelijke oude dag?
  — Jongen, ik bèn ziekelijk en oud en voor de helft versleten. Moet ik soms de evenwichtsbalk op?
Nee, maar toch, zo zorgeloos met Uw lichaam om te gaan….

— Vino pellite curas*
Eh, pardon?
  –Dat leer je nog wel. Dat hoop ik voor je.

  ==========
*Verdrijf de zorgen met wijn. – Horatius