Geitenvlees?

Dacht ik het Brabants aardig te kennen, hoorde ik vanmiddag iets nieuws.
We hadden het over een voorval en rikraaiden over het verdere verloop.
‘Ik ben toch zo nieuwsgierig naar het einde,’ zei ik.
Zegt schoonzus: ‘Heb je geitenvlees gegeten?’
Huh?
‘Je bent toch nieuwsgierig? Dan geven we dit als antwoord.’
Ze lachte maar was serieus.
Dit had ik nooit eerder gehoord.
Ze komt van een ander dorp, misschien weten ze daar meer over geiten? Nee.
Ook op google kan ik niets vinden.
Het is altijd mogelijk dat iemand een grap maakte die een eigen leven ging leiden.
Thuisgekomen zocht ik nog eens, maar het blijft een raadsel.
Misschien weet iemand de betekenis hiervan?
Ik kan zelf niets bedenken.
=

Sympathie

Vanmorgen.

Ha….o?
Goedemorgen mevrouw B. Bent U mevrouw zelf?
J., ..nd…aa.
We hebben een prachtige aanbieding voor U…
La.. zit….
...voor heel weinig geld
Geen i.ter…
Wat zegt U?
GGG… INT….
U schreeuwt, ik versta het niet.
s… ..ij.
Pardon?
S… (diepe ademhaling)   stemkwijt
Daarop drukte ik hem weg.
En werd opnieuw gebeld waarna ik alles uitzette.

Bij de bibliotheek.
– Haai, lang niet gezien. Alles goed?
Ik knikte. Niet weer zo’n sessie, hoopte ik.
Ze kwam naar me toe en blabla’de. Ik verstond er niks van, met de stem zaten opeens ook mijn oren op slot.
Ze zag het. ‘Wat heb je?’
Ik wees naar de balie waarop pen en papier en schreef: stem en oren kwijt.
Ze lachte, sorry B, volgende keer beter.
Een begripvolle reactie.

In de supermarkt kwamen de oren langzamerhand tot leven.
Mijn stem verrekte het. Toen een man tegen me aanbotste mimede ik ‘Sorry’ en articuleerde overdreven: ‘mijn stem doet het niet.’
Ook hij begreep.

Er zijn veel sympathieke mensen op de wereld.
In ons dorp.
==

.

Vuurwerk, ja of nee?

Het doet veel kwaad maar heeft ook zijn bekoring. Ooit genoten wij er zelf van, samen met vrienden een groot pakket kopen en naar het nachtuur toeleven.
Eerlijkheidshalve  moet ik toegeven dat niet iedereen er zorgvuldig mee omsprong. Dat er niet nòg meer ongelukken gebeuren is bijzonder.

Wat ik vervelend vind is het (zogenaamd stiekeme) geknal wat we deze dagen horen. En dat dat gaat duren tot nieuwjaarsdag.
Het gebeurt wel dat ik, aan de waslijn staande, de hemden uit handen laat vallen door onverwachts zzzzzjiet-pang!  Zitten ze een paar tuinen verderop en gooien van achter de schutting in het wilde weg (de hemden lijden er niets mee, da’s mazzel).
Ik schrik me wezenloos wanneer er vlak bij me een rotje knalt. Ook ben ik bang dat ze me raken want van het betere gooiwerk hebben ze niet altijd kaas gegeten, het lijkt op spannende paniek van jonge jochies.
Nooit zie ik volwassenen of grote jongens die dit doen. Naar wat ik hoor ligt dat in de steden anders, daar schijnt het veel erger te zijn maar dat hoef ik niet te weten.
Onze eigen jongens deden het ook. Zoiets hoor je dan later.
Hoe kwamen jullie er aan? vroeg ik. Schouderophalend mompelden ze wat.
Tja, begreep ik,  er  was altijd wel een broer of vader die naar België ging voor het echte vuurwerk en een berg rotjes kocht.
Ik gun ze het plezier maar waarom bewaren ze het niet voor oudejaarsavond?

Veilig


We zitten weer goed in ons dorp wat betreft veiligheid, nog steeds in de braafste zone.  Zie
Misdaadmeter l
Fijn idee.
Opgelucht ga ik naar bed. En de buren en volgende straat en die daarna natuurlijk ook.
Toegegeven, een moordje meer of minder zou het leven spannender maken maar ik wil niet ondankbaar lijken.
Hier blijf ik wonen.
Saai maar zeker.