dor hout

Dor hout

Alles lijdt met de droogte.
Alles?
Bekijk dit, het ziet er niet erg lijdzaam uit.
Het leunt onverschillig in het raam,  zich onbewust van het afbrokkelend lijf, de naderende ondergang tegemoet. Zijn sterven is niet te stoppen.
Zo vergaat het afgeleefde bomen, ze gaan dood en verworden tot dor hout.
 Marianne_Zwagerman   vergeleek de risicogroepen ivm corona hiermee.
Een ongelukkige woordkeus, beledigend en smakeloos.  En nog dom ook.
=
blauwing in the wind

‘The garden my friend, is blauwing in the wind..’

Niet zo uitbundig als andere jaren, de droogte lijkt droger te zijn.
Ik weet dat het idioot klinkt maar zo voelt het aan, de bloemen ogen ook zo.
Je ziet het, de dorheid, alleen de lobelia is helder.
Het wordt langzamerhand tijd voor een ander soort tuinbeplanting. Dit is niet vol te houden en het vele sproeien is niet sociaal met deze lage waterstanden.
Ik ga op zoek naar bloemen die tegen droogte en zon kunnen, subtropisch of tropisch.
Een zandtuin vol cactussen is misschien een idee, een grote yucca heb ik al. Paar rotsblokken ertussen, een zgn verdwaalde sombrero erop spijkeren, gestreepte matten over de waslijn.  Schilderachtige hete zon aan de schutting, ondersteund door de Zangeres zonder Naam-op-repeat ,  ‘Mèhèxiiiiiicohooooo…’
Vurrukkulluk bij een ijskoud biertje, Klein-Mexico in Oost-Brabant.
En jullie mogen allemaal gratis op bezoek komen.
Ik groei er al helemaal in, tot volgende zomer. Olé!
Dit is echt Zuid-Amerikaanse muziek , aanklikken is NIET verplicht.

seizoen·weer

Nooit goed

Noem me ondankaar, een zeurpiet, een zeikwijf, maar ik word dat weer zo moe.
Zo droog, zo vaag. Zo saai.
Ineens heb ik er genoeg van.
In de zon mag het mooi en zomers lijken, het is zo véél van hetzelfde.
Daar word ik net zo ongedurig van als van lange regenweken.
Af en toe een onderbreking zou me blij maken.
Niet te lang natuurlijk, een paar dagen regen, storm, onweer met vurige flitsen die knallend donderen, rommelend in de verte.

Vanmorgen zag ik ijs op het platdak en werd bijna lyrisch. Hoera, een winterweekend, bibberend naar truien zoeken (hoe zien die er ook weer uit?), straks erwten kopen en een bovenpoot.  Handenwrijvend dook ik onder de douche en verbeeldde me dat ik al kippevel had. De thermostaat omhoog, halleluja.
Helaas, het stelde niets voor.
Eer dat de radiators warm waren was het ijs al gesmolten.

Lusteloos pook ik in de droge tuin,  klimops en druivenstruiken zijn bijna kaal, uitgedroogd.
Het leeft niet meer, de grond ziet er doods uit.
Zelfs het onkruid wil niet meer groeien.
Laat ik dat dan maar als een voordeel zien en hopen dat ik morgen uitgemopperd ben.
=

versje

Geldkist

Ik kwam hem tegen
bij het vegen
van een hoekje in de schuur
stof- en webbig
zocht ik hebbig
naar een kostbare figuur
maar wat lag daar
dor en onklaar
op de bodem van die kist?
Mijn geweten
en vergeten
opgesloten bucketlist.