Onder de oude boeken..

boekbooks-4812032__340
..die klaar liggen om weg te doen stond nóg een doos.
Een vergetene.
Wat ik daar in vond houdt me een paar dagen aan het sorteren, een stapel bekenden waarvan ik niet eens meer wist dat ik ze had.
Vestdijk, Brouwers, Carmiggelt, Dichtwerk, enzovoorts.
Of ik het allemaal (her-)lees weet ik nog niet, Vestdijk herinner ik me als langdradig. Of ik begreep het verhaal niet.
Maar de vondst zet me wél aan het denken.
Morgen ga ik zoeken in de krochten van diepvries en kelder, wie weet wat ik daar nog vind, vergeten snacks, entreco’tje, gebraden kip, jammie.
Op een verborgen geldkist hoef ik niet te rekenen,
we maakten alles op.
=

Niets meer aan te doen (1)


Bij het openmaken van de doos trilden mijn handen. Verdorie, al
wéér een kater.
pakpapier1Geërgerd rukte ik het plakband aan flarden.
Een opgevouwen krant verscheen. Zonder argwaan nam ik hem op, keek en…
…legde hem meteen terug.
En keek opnieuw, me vasthoudend aan de tafel.
Dit, dit bestond niet.
Dit kon niet.
Geschokt, stom, zag ik de voorste helft van onze jonge kat. Op z’n zij, bek half open, kopje gedraaid met een kierend oogje. Een kreukelige vuilniszak stak er half onderuit.
Ik viel bijna flauw en zakte op een stoel.
Hulpzoekend dwaalden mijn ogen de keuken rond, zagen niets dan de spiegel met mijn eigen witte gezicht.
Geen moment twijfelde ik aan de afzender, mijn ex van wie ik dacht dat hij eindelijk onze scheiding accepteerde.
En nu dit, mijn god. Dit was te erg, hier moest ik wat aan doen.
Dat zou ik hem inpeperen en tikte zijn nummer in.
Hij nam niet op, de lafaard, zijn gram was gehaald.
Wat nu.
Een vuile mail? Politie waarschuwen? In een tweet rondsturen?
Langzamerhand veranderde mijn schrik in woede, dit was geen kleinzielig getreiter meer.
Nog een geluk dat we geen kinderen hadden. Deze gedachte benam me bijna de adem —een kind, alles voor een kind, waarom denk je dat ik drink? Toe, Josh, maak me een baby.… –
Ik huiverde.
Een baby, met mijn drankzucht en zijn lafheid, ik huiverde nogmaals.
=
© Brt. bertjens

De een is de ander niet.

Echtgenoot keek televisie en las tegelijkertijd de krant terwijl een kop koffie voor hem stond. Naast hem lag de hond. Door een plotselinge beweging stootte de hond tegen de tafel, kopje bleef staan maar lepeltje vloog eruit. Voordat het de grond raakte had hij het al gevangen, teruggelegd en las verder. Niets aan de hand.

Met één oog keek ik naar de tv. Met het andere op een cryptogram, potlood in de aanslag. Een boek lag naast me.
Ik nam het boek op waarbij het potlood uit mijn hand viel en op de tafel verder rolde. Verwezen keek ik het na tot ik zag dat het net niet op de grond viel, toen pas pakte ik het weer op. Sukkelig als gewoonlijk.

Meteen was ik terug in kindertijd, die doos-zonder-deksel.
Man daarentegen bleef alert als hij altijd was. Reflexmatig reageerde hij op dit soort ongelukjes en ook bij ernstige voorvallen kon ik op hem rekenen.
Hoe kom je bij elkaar, denk je dan, zo verschillend te zijn.
Hij geloofde niet in toeval, ik vroeg me af welke factor dan wèl meespeelde bij het koppelen van ons.
verschilpuzzle-1126509__340
==

Er zit weer leven in het dorp

Met blije verbazing bekeek  ik de heringerichte terrassen.
Er staan paaltjes met een koord waaraan de boodschap: voetgangers oversteken. De  trottoirs zijn bezet met  tafel en stoelen, passend gerangschikt op corona-afstand.
Natuurlijk heb ik begrip voor de horecaondernemers en ik bewonder hun lef:  de  stoep nemen ze gewoon mee.
Het is ook niet erg,  omlopen voor een paar terrassen in het centrum is niet te veel.
Alleen, ik verwachtte er niets meer van. Ik raakte gewend aan de levenloosheid, zielloosheid, doodsheid – you name it- van het dorp.
De weekmarkt uitgedund tot anderhalve man en een paardenkop. Gesloten cafés  en eethuizen, hoogstens een afhaalloket, bank op slot, bibliotheek ook, geen films, niets te doen in het park,  geen clubfeesten, alle dingen die een plaatsje leefbaar maken,
En nu zijn ze er weer.  Niet allemaal  maar dat hoeft ook niet.
Alsof de zon en warmte besteld waren zaten er direct weer fietsers, straks komen de campinggasten, een enkele toerist.
De boodschappen doe ik met nieuw plezier al mag de afstand in de supermarkten van mij blijven.
==

Oud en wijs genoeg? Vergeet het maar.

‘Wat  moest ik ook alweer doen in de keuken?  Uhm… o ja, de koffiemelk pakken.’
‘Ik weet toch zéker dat ik hier die sleutels heb neergelegd.
‘Ga ik voor brood naar de winkel, vergeet ik het alsnog.’

Van die dingen. Niet dagelijks maar het wringt.
Was ik blij dat ik bij het volwassen worden eindelijk niet meer die doos-zonder-deksel was (mijn moeders woorden), ga ik nu weer terug in de tijd.
Om bang van te worden.
Het is dat ik veel mensen ken die hetzelfde meemaken en toch gezond ouder worden, anders zou ik ernstig denken aan een naargeestige nabije toekomst: een reisje back to basic.
Dementie.
Het is een schrikbeeld. Het kost me moeite om niet iedere kleinigheid te interpreteren als een aanwijzing in de trant van ‘Zie je wel? Daar heb je het al.’ Daarom houd ik me voor dat het logisch is.  Alles slijt, het geheugen ook. Je kunt minder onthouden.
Daar klamp ik me stevig aan vast.
Aan dit, eh, aan wat ook alweer??

Van eikels en miniknaks

Niet nadenkend, vaag rondkijkend, zo liep ik naar de winkel.
Plotseling zag ik iets bekends op de stoep liggen.
-Hé, een miniworstje. Wie verliest zoiets nou?- dacht ik.
Een stukje verderop lagen er nog meer. Ik snapte er niets van tot ik een gescheurde vuilniszak zag waar van alles uitpuilde.
-Natuurlijk, daar komen ze vandaan- begreep ik.
Ineens viel het me op dat de hele straat bezaaid lag met miniworstjes. Wat raar.
Toen pas zag ik dat het geen worstjes maar eikels waren.
-Och ja, oktober, het is er de tijd voor-  herinnerde ik me.

Ter verontschuldiging: ze lijken echt op elkaar.  Als je vluchtig kijkt. En niet nadenkt.
Bent wat mijn moeder noemde: een doos zonder deksel. (het woordje doos had toen nog geen bijbetekenis)