Paradijs in de achtertuin

‘De hof van Eden, gewoon bij je thuis. Zalig…‘ was de reactie van
matroos Beek op het vorige stukje.

Ze brengt me er bijna toe het als een echt paradijsje te beschouwen.

Voor de Boom van Kennis staat de druivenklimop model als het goede, de datura voor het kwaad. De tuinslang -een echte is te griezelig- wijst naar een doornappel die ik negeer, als deugdzame vrouw geniet ik ook zonder zonde en kleren heb ik toch al aan. Er zijn nog een paar buren thuis met wie ik rekening moet houden, ik denk niet dat ze me geloven als ik uitleg voor Eva te spelen.
Lustig ga ik door met druiven eten en bloemen plukken en pootjebaden in de vijver, almaar god prijzend met zoet geneurie.
Geloven in heilige onschuld.

Bijna, zei ik al.
Zonder Adam is er niets aan.

Advertenties

Fout sprookje


In het tamme bos sluipt de donkere kat over een schutting. Behoedzaam ontwijkt hij de uitlopers van een opdringerige passieflora en springt  geluidloos op een plat dak. Loerend zoekt hij naar de geelogige jonge lapzwans die zich verschuilt tussen de varens en een doornappelstruik, kauwend op een gestolen broodkorst.

De struik is nog klein maar, zo redeneert de lapzwans wraakzuchtig, als ik lang genoeg blijf zitten, zie ik vanzelf een appel verschijnen en daarmee zal ik de jager vergiftigen.

De onnozele heeft geen notie van groeitijden en nog minder van sprookjes laat staan van Sneeuwwitje.
Bovendien heeft hij geen geduld.
Na de laatste slik speurt hij naar de donkere. Hij ziet hem niet en waagt de sprong naar een kale kersenboomstam, klauwt omhoog en verdwijnt over het hek.
De donkere ziet het en zweeft vanaf het platte dak terug naar de schutting waar de passieflora  hem deze keer weet te strikken maar niet af te remmen en gekrent zich afkeert (het is een nogal verwaande plant), maar haalt de lapzwans pas in bij het kattenluik. Te laat. Vals snorrend laat de lap zich strelen.
Grrrrrrrr doet de donkere en neemt genoegen met de tweede aai.

DSC05717