Geen speld tussen te krijgen

Ik ga dood.
– Echt? Waarom?
Geen idee.
– Kom nou…
Weet jij het wel dan?
– Ìk ga niet dood.
Jawel.
– Ehhh..
Iederéén gaat toch dood?
– Als je het zo bekijkt.
Nou dan.

Advertenties

Rouwen, ieder doet het op zijn eigen manier.

Rouwenden hebben tijd nodig.
Hoewel een triest gegeven is het boeiend de verchillende gedragingen van nabij te zien. Je hoopt maar dat ze helpen bij de verwerking, veelal doet het dat ook.
Dit zijn een paar voorbeelden die wij zagen. De meeste mensen zijn ongetwijfeld  bekend met vergelijkbare situaties.

Koppig kookte hij ‘haar’ appelmoes met vanillesuiker. Voor hem weerzinwekkend maar zo hield hij haar levend.

Duiven waren er altijd al. Pas na zijn dood herkende ze haar man in een van hen en begreep ze waarom hij dagelijks tegenover haar huis kwam koeren.

Bijzonder droevig was de vrouw die, pas weduwe geworden, zondags Studio Sport aanzette, een programma dat ze voordien verfoeide.  Ze zag het als een soort ode aan hem en hoopte dat hij er blij mee was.

Een onleesbaar vodje papier dat ze in zijn nagelaten portemonnee vond , dat was volgens de helderziende een boodschap van gene zijde: ‘ik maak het goed’. Het maakte haar bijna gelukkig.

Na een uitgesproken slecht huwelijk verhaalde ze na zijn dood doorlopend van die prachtige echtgenoot, zijn goedheid, zijn liefde en meer. Toen uiteindelijk niemand meer luisterde hield ze er pas mee op.

Een vrouw had na echtgenoots overlijden een paar filmpjes van hem aan elkaar laten plakken en er zijn lievelingsliedjes bij laten plaatsen.
Elke dag keek en luisterde ze, huilend. Ik weet niet wanneer het ophield.

Mijn geliefde kerstster


Een beeld was het, hij sprong eruit tussen honderden andere met zijn dieprode bladeren, fluwelig en rijk. Stevige voet in mooie aarde.
Pittig rechtop in een goeie pot.
Ik kon hem niet weerstaan en nam hem mee. Hij paste precies voor het keukenraam en stond daar zo feestelijk te wezen dat ik elke dag koekjes voor hem bakte. Of een taart. Soms een lekker maaltje maakte. Dan weer een patatje haalde. Hij lustte het niet maar ik wel.
Zo hadden we het heel genoeglijk samen.

Toch was hij niet gelukkig. Er verdorde een tak. Daarna twee. Hij tierde niet en ging zienderogen achteruit.
Bladeren vervaalden tot dorre ritsels. Ik gaf meer water, toen minder, baadde hem in geurige olie waarna hij definitief de geest gaf en tenslotte begroef ik hem naast de jeneverbes.
Daar ligt hij dood te wezen.
Zonder steen, mocht hij aan reïncarnatie doen moet hij eruit kunnen. In dat geval hoop ik dat hij een paar bessen kan oppikken, het maakt de start zoveel prettiger.

Feestelijke maaltijden eet ik nog iedere dag als een vorm van rouw, een geliefde kan ik niet zomaar loslaten.
Het is mijn trouwe aard.

Oude winters

Iemand pakt de kolenkit en een stapel houtjes.
Er wordt gestookt bij het leven.
Maar het blijft koud, in slaapkamers is het Siberisch met ijzige temperaturen. Sloffen en pyjama’s worden voorverwarmd op de kachelpijp
‘Ach wat, zegt vader, wij hadden vroeger sneeuw op de bedden en sliepen gewoon door.’
Gemok.
– boven komt ook sneeuw naar binnen – dekens waaien zowat weg – ’s morgens ijspegels aan de voeten – we vriezen nog dood –
Moeder bemiddelt.
‘Er ligt genoeg hout, er zijn kolen zat. We kunnen best wat harder stoken en de trapdeur openzetten. Dat scheelt.’

’s Avonds kleumt de kring rondom de kachel die bijna op springen staat. Gezichten kleuren rood, ruggen rillen.
Iemand staat op en doet de trapdeur dicht. ‘Het trekt zo.’  Er wordt geknikt.
Vader zegt niets, hij dut langzaam in.
Moeder breit. Ze luistert naar geginnegap over ijstenen en sneeuwgraven en lacht om de stille huiver, ze sust de jongste.
Allen gapen maar gaan niet naar bed.
Stel dat ze in de slaap bevriezen.


Herfststorm, verslag in drie hoofdstukken. 2

We verbleekten.
‘Zou je niet gaan zoeken, misschien ligt hij wel dood onder de takken. En waarom gebruikte je onze bomen?’
‘Ach, what’s in a tree. De leeuw ligt volgevreten in zijn mand maar m’n broer zal wel in de buurt zijn.’ Hij keek vaag om zich heen. ‘Sjaak, waar ben je?’
Prompt reageerde het beestenspul, angstig, ze kenden Sjaak en diens leeuw. Ze worstelden met de takken en elkaar, kwamen los en vlogen over alle barricades naar buiten.
‘Hela!’ Willem protesteerde, ‘terugkeren jullie, tis melkenstijd…’ maar het vee luisterde niet.
‘…extra hooi’ gooide hij er achteraan en toen, venijnig: ‘..of ik bel het abattoir.’ Dat hielp. Ze kwamen terug, de hond wierp een lasso om hun nekken en hield de wacht.
Wij speurden ondertussen naar Sjaak.
Eindelijk, na de vlucht van de allerlaatste hamster, zagen we hem; zijn voeten staken onder de tafel uit. Hij sliep.
Willem schopte hem,’verdomme,’ vloekte hij, ‘heb je niks beters te doen? We barsten van het werk.’
Sjaak schrok. ‘Au, bedankt. Het is jouw farm, ga je gang.’ Hij sliep verder.
Kwaad keerde Willem zich naar zijn vee dat hij voor nood zolang in het fietsenhok van de kookschool parkeerde waar de heerlijkste geuren hen ten deel vielen daar de examenklas op een bijzonder nachtgerecht oefende. Verrukt rook het dierage  de gepofte maïs en de veldsla, geïnspireerd fabriceerden zij intussen hun weidemelk en graneneieren.
‘Ahhh,’ genoot ook buur Willem, ‘laat die luiaards maar snurken.’
Prompt schoten Sjaak en zijn leeuw wakker. Beledigd doken ze gezamenlijk de plaatselijke wildernis in.
Luid snuivend en vol mannelijke passie jaagden ze en kwamen te voorschijn met een tegenstribbelende kalkoen (Luister, tis nog lang geen Kerstmis…) en een slome haas die weliswaar Pasen had overleefd maar er niet malser op was geworden. Fier legden ze de buit aan onze voeten.

Je kunt beter alleen zijn dan je bij iemand eenzaam voelen.

Een bekend thema, het raakt aan de keuze: samen ongelukkig zijn of zelfstandig van je vrijheid genieten.
Niet iedereen denkt daar hetzelfde over.
‘Alleen is maar alleen’ is een van de antwoorden, men gaat automatisch uit van een chronisch verdriet.
Er zijn mensen die liever doorgaan met een slechte relatie, zij geven de voorkeur aan een foute verhouding boven rust in hun eentje. Een kennis was zo gewend aan haar harteloze echtgenoot dat ze hem miste na zijn overlijden, ze was nu alleen. Ze vereenzaamde, we zagen het gebeuren maar niemand kon haar eenzelfde chagrijn bezorgen.
En andere vrouw bad om extra tijd voor haar negentigjarige buurman die op zijn dood lag te wachten. Liefdevol verzorgd door zijn inwonende dochter was hij eenzaam, daar begreep de vrouw niets van: hij was immers niet alleen?
Zelf denk ik er anders over.
Bij het zien van een paar foto’s kwam dit oud zeer boven.  Het gevoel van verlatenheid, bijna verdwalend in een slecht-passende vriendschap maakte dat ik liever alleen was en ik maakte het uit, al was hij nog zo knap.

Het is goed dat het geaccepteerd is, je wordt als single of weduwe niet meer meewarig aangekeken op verjaardagen. Behalve door een paar antieke figuren maar die leren het nooit, zij zijn degenen die liever doormodderen in hun twee-eenzaamheid.

Vriendin, laatste deel

De juiste woorden vinden is lastig.
‘Het is altijd wat als ze zo dronken is’ zeg ik aarzelend, ‘ze schold dat ik een rotwijf ben en,’ hem peilend aankijkend, ‘dat jij goed bent in bed
Met een ruk komt zijn hoofd omhoog. ‘ Wat?? Zegt ze dat? Dat geloof je toch zeker niet? Toe, zeg dat je haar niet gelooft….’
Mijn stem trilt. ‘Jack, zij en ik, wij… sorry, we kennen elkaar tot op het bot, we kunnen elkaar bijna lezen. Ze loog niet, Jack.’
Hij zoekt naar woorden, ik ben hem voor.
‘Waarom zij, Jack, waarom die hulpeloze dronken vriendin,’ dring ik aan, ‘omdat ze zo makkelijk te pakken is? Nog steeds een mooie meid?’
Ongemakkelijk kijkt hij me aan. ‘Je zult toe moeten geven dat ze een del is al wil jij het niet inzien, ze daagt mannen gewoon uit.’
Verbijsterd staar ik hem aan. ‘Gewoon? Op iemand neerkijken en dan als prooi nemen? En haar ook nog de schuld geven? Is dat wat je bedoelt?’
‘Doe niet zo onnozel Joos, zo werkt het toch met zulke lui. Ze hebben geen moraal en drinken zich dood. Zo simpel is het.’
Het wordt me rood voor de ogen.
‘Voor mij niet Jac, ik denk daar anders over. Je kunt gaan.’
Nu is het zijn beurt van onbegrip, met grote ogen staart hij terug. ‘Dat meen je niet.’
‘Jawel. Je moet weg.’
‘Laat je onze relatie kapotmaken door dat dronken lor? Is ze voor jou meer waard dan ik? Ze heeft drank nodig, niet een naieve vriendin…’
‘En jou nog minder. Ik mag dan een kutwijf zijn, jij bent een lul. Meer heb je niet te bieden.’
Andermaal probeert hij het. ‘Joosje, zie het eens voor je. Ze zit daar aan de bar te azen op een gratis drankje en bed, dringt zich bijna letterlijk op, hoe denk je dat dat is voor een man? En wat stelt een enkel nummertje nou voor….’
‘Vanavond nog,’ snoer ik hem de mond. ‘Dit is mijn appartement en ik wil je hier niet meer hebben.’
Ik steek mijn hand uit. ‘De sleutels. Meteen.’

Na een paar dagen loop ik een paar kroegen af, ik wil haar vragen bij mij te komen wonen. Misschien kan ik haar pushen, je weet nooit.
Een tip brengt me bij het ziekenhuis waar een verpleegkundige meeloopt naar de IC. Ze haalt de schouders op.
‘Ach mevrouw, ze drinken zich gewoon dood.’

© Bertie