Duister denken

Een groot voordeel van sneeuw is dat de omgeving oplicht in avond en nacht.
Zojuist keek ik naar buiten en zag dat er een nieuw wit waasje over de half verregende rest ligt. Dat maakt me blij, ’n beetje in ieder geval.
Een winter mag streng zijn, ijzig koud en bergen sneeuw brengen, ik houd van extremen ondanks de overlast.
Toch is er één ding van dit seizoen dat ik moeilijk kan accepteren en dat is de donkerte.
Heerlijk, zegt men, cocoonen, waxinelichtjes, knusjes bij elkaar zitten, dekentje om je heen.
Het klinkt me klef in de oren, het koeren ontbreekt nog. Het is hooguit gezellig voor een paar dagen, dan is de waxine op. Gewoon schemeren deden we altijd al zonder geknus.

De middagen zijn te kort, de avonden eindeloos, je gaat naar bed om te slapen tot het weer licht is.
Het feit dat ik weduwe ben maakt het er niet beter op. Tja, ik ga me geen nieuwe echtgenoot aanschaffen om een paar donkere maanden door te komen. Het zou wel handig zijn maar wat zeg je tegen zo’n man in februari? Houdoe en tot de volgende winter?
Liever zou ik een kamerkampvuur aanleggen.
Als de buren er niet op tegen waren. En er genoeg aanmaakhoutjes zijn. En…
Zie je nou wat die donkerte met me doet? Ik word er niet goed van.

Advertenties

Herfststorm in drie hoofdstukken. Slot.

Toen grepen we in.
Een ramp overleven en met een aftandse haas afgescheept worden? Nee…
We keken  elkaar aan en begrepen.
Brachten het waterkanon in stelling en schoten Willem met al zijn dieren de fietsenstalling uit, de donkerte in, Sjaak en de leeuw joegen we er achteraan. Haas en kalkoen stopten we in een zak, daar zou de kookschool wel weg mee weten.
De scholieren namen de buit in hun armen, vertroetelden en voerden wortels en maïs. ‘Eerst bijvoeren,’ zeiden ze, ‘dan zijn ze met kerstmis eetbaar.’ Daar hadden beide dieren vrede mee.
Dankbaar waren de leerlingen ook, ze hadden niet veel op met loslopend vee en schreeuwende broers, ze bakten als dank verse aardappelen met champignons,  maakten verantwoorde mayonaise  met tijm en peterselie, ze plukten zelfs tomaten en sla, en dat midden in de nacht.
Gretig doken we op de maaltijd, hongerig als we waren door de stormachtige gebeurtenissen.
Na de koffie bekeken we ons huis waar de ravage ons zo afstootte dat we meteen om een voordelige woning mailden die onmiddellijk werd geleverd.
We zetten hem op een mooie plek.
In de opkomende zon en een schoongewaaide lucht rustten we uit op ons spiksplinternieuwe terras met uitzicht op de populinde waarvan de takken al aardig uitliepen.
We waren moe. Een nacht als deze, besloten we, willen we nooit meer meemaken.
En sliepen in.

November-decemberdagen


Nog bijna vijf weken tot de kortste dag, daar leef ik naar toe. Sterker, ik omarm kerstmis alleen al voor het idee: donkerder kan niet.
Daarna leef ik op.
Kalender en klok in de gaten houden (alweer een minuut daglicht gewonnen), naar maan en  lucht kijken, heldere hemel afdwingen, en dan is het eindelijk februari en zit je met daglicht aan de vijf-uur-koffie.  Halleluja.
Sneeuwen en vriezen? Geen probleem, het is licht.
De donkerte van december is een verschrikking, in huis tenminste.  Vanaf pakweg 16 uur ’s middags tot ’s morgens  8 uur zonder daglicht te moeten leven vind ik moeilijk.
Ik droom soms van een grot als van beren, zou dat iets zijn?
Winterslapen. Tot de voorjaarszon me wekt.
Het einde.