2. Lieftallige Lina nog steeds in de bibliotheek

Lieftallige Lina volgde aller ogen, zo hoorde en zag ook zij de wonderlijke aankondiging.
‘Een pruttelfilm,’ dacht ze, ‘wat ontzettend spannend.’
Ze vergat de lenteadviezen, blies de allerlaatste kruimels winterongemakken uit haar hoofd en keek hunkerend naar de veelkleurige wagen waarin ze aantrekkelijke filmmensen vermoedde.
Mooie mannen met een wulpse onderlip, donkerbuine tochtlatten en dito lok over hun babyface. (Haar smaak was nogal archetypisch, ze had tegelijk met de moedermelk zoet gezwijmel binnengekregen over ene Elvis en was dat nooit helemaal kwijtgeraakt.) Lina was net zo naïef als ze lieftallig was, ze droomde simpelweg verder waar moeder was blijven steken.

De tweede maal dat ze het bericht hoorde fronste ze. Verse spelers? Deden ze het soms met appelen? Hoe vreemd, daar wilde ze meer van weten.
Ze kuchte van opwinding. Er danste een vergeten sneeuwlettertje uit haar mond, de moeite van het opruimen niet waard.  Nu was ze volledig ontwinterd en herinnerde zich het advies: zoek de lente in jezelf.
Ze probeerde het maar de veelkleurige auto-met-roze-luidspreker kraakte haar lentebrein. Vooral de tochtlatten lieten haar niet met rust en ze herinnerde zich nu ook die stem, eveneens donkerbruin.
Lieftallige Lina werd meer en meer een Lustige Lina.

© Bertie

Advertenties

Twee verschillende honden

 Ze wachtten.
Hun baas had ze vastgebonden aan een fietsenrek, ‘rustig blijven, jongens, ik ben zo terug.’
De een was wit met zwarte vlekken, de ander was bruin. Naast elkaar zittend zagen ze er schattig uit en vertederden de mensen, werden geaaid en getutteld.  De lichte kwispelde verzaligd, de bruine reageerde matig enthousiast, zijn ego was te groot voor gepoezel.
Het duurde lang en na een kwartier werd de bruine, die altijd al slecht luisterde, ongedurig en ging staan.
– Hela, blafte hij naar de ingang, komt er nog wat van?
– Aiaiai, jankte de lichte, je mag niet ongeduldig wezen.
De bruine snauwde. -Zeur niet schijterd, en hij begon weer te blaffen. -Schiet es op, hoe lang duurt het nog?
-Ooooo, wat ben jij brutaal, dat ga ik straks vertellen, moet je zonder eten naar je nest. De lichte watertandde al, hij voorzag een dubbele portie brokken.
Geërgerd draaide de bruine zich om. -Hebberige klikspaan, moet je een schop? Hij trapte met zijn achterpoot de lichte op de tenen.
Die begon te huilen, -woehoehoevvv….
Toen werd de bruine pas echt kwaad; hij duwde een paar keer, de lichte maakte zich klein. Hun riemen en staarten draaiden ineen, het fietsenrek wankelde, de lichte huilde nog harder. Mensen bleven staan en riepen -Dolle honden, dolle honden, laten we ze afmaken!’
Net op tijd kwam de baas naar buiten. Hij overzag het tafereel en ontmoette de blik van de donkere die hem kwaad aankeek.
-Sorry sorry, hij haalde de vastgeknoopte riemen uit elkaar en de staarten. Met gehavende vacht, de lichte trekkebenend, zetten ze de sokken erin, ze trokken hun baas mee, al maar rennend tot ze thuis waren.
Daar mochten ze los lopen en kregen als troost een bak brokken-vanille met chocoladeijs toe.
-Voor die ene keer jongens. Morgen doen we weer normaal.
De lichte likte zijn hand.
De bruine keerde zich walgend af.
-Slijmerd.

ps plaatje is van Internet.