Boos weer


‘Het onweert…’ kwam ik binnenvliegen.
Echtgenoot keek op; ‘het is nog ver.’
‘Weet ik wel,  toch is het eng.’ Ik rilde.
‘Wat dondert het,’  probeerde hij. Ik kon er niet om lachen.
Nerveus liep ik de trap op naar een bovenraam, mijns ondanks gefascineerd door de aparte lichtval die onweersbuien met zich meebrengen.
Rrrrrrommmmm klonk het, plotseling vlakbij;  geschrokken rende ik weer naar beneden.
Naar de serre, stil blijven zitten is niet weggelegd voor een bangerd.
Een dikke wolk barstte open. Hoog-opspattende druppels, regennevels die van dak naar dak joegen deden me de camera grijpen maar door  een keiharde knal  trilden mijn handen teveel en opnieuw vluchtte ik, ditmaal naar de veilige huiskamer waar ik mijn man wist.
Mijn trooster,  held, veilige haven, mijn superman.
Die stoïcijns voor de  televisie bleef zitten.

Zondagmiddag en geen nieuwe boeken


Zal het droog blijven of zet de regen door?  Er vallen twee of drie druppels, de lucht is afwisselend grijs, grijs of grijs. Sproeien of nog even wachten? Zullen de verse planten het halen?
Tweemaal klinkt een verre donder; wordt het een onweersbui? De  computer vast afsluiten of eerst de bovenramen dichtdoen?  Toch maar de trap op, treuzelen bij de gordijnen. Afwachten.
Vlugge nieuwtjes scrollen. Kan het tablet trouwens tegen omweer? Wie weet dat?
TTIP ja of nee? Chloorkip of niet? Krijgt de eter er een bleke maag van of valt het mee?
Zou ik een vluchteling durven opnemen? Of twee of meer? En wat als hij in zijn neus baggert of zij de cv hoog wil zetten? Moet ik het doen?
Waarom heet die Oostenrijker van Bellen en niet von Bellen? Lijkt eerder Belgisch of Nederlands. Weten ze zoiets niet in dat land?
Zal ik een broodje tomaat nemen? Heb ik eigenlijk wel honger?
Nog even de fiets pakken? Of die vriendin bellen? Toch maar dat boek herlezen?
Komt de zon vandaag terug?
Weer drie of vier druppels en een vaag geluid, wordt het alsnog slecht? Voor de zekerheid alsnog de ramen…..

De middag is om.
.