Hoe te zeggen…

Er zit me iets dwars.
Ik zit er vol van en kan het haast niet onder woorden brengen maar zal het proberen.
Het staat me tegen, zo ontzettend tegen dat, eh, ja, hoe moet ik dat nu uitleggen, het onbeheerste gedrag dat  tot narigheid leidt.
Maak je niet dik, zegt men, maar dat is te gemakkelijk en stemt me treurig.
Misschien kan ik het beter recht voor zijn raap zeggen, ik ben er ziek van en móét het kwijt.
Die veel te grote portie patat van vanavond. Met dubbel mayonnaise.

Alcohol een dikmaker?

Van teveel alcohol wordt je dik, vet, papperig, blubberig.
We kennen de calorische waarde van een glas wijn en sterke drank, we weten dat een glas bier gelijk staat aan een paar broodjes. (hoeveel eigenlijk?)
Het is bekend.
Wat ons verbaasde waren de graatmagere lijven van een groepje alcoholisten dat we kende. Het waren geen onderkomen zielepoten die op straat leefden, integendeel, ze woonden in een gemiddeld huis, een paar hadden vrouw, kinderen en een baan (die ze op de duur kwijtraakten), ze werden verzorgd en hadden een normaal eetpatroon.  Ook in die beginperiode werden ze niet dikker.
Wanneer ze te ver afgleden aten ze minder en minder tot ze alleen nog dronken.  Je zou verwachten dat ze zwaar werden van al die caloriën, in plaats daarvan vielen ze af en gingen er bloedeloos uitzien. Pas na een ontwenningskuur kwam er weer wat vlees aan en kleur op.
Daar snap ik niets van.
Hoe werkt dat eigenlijk?

Voedsel weggooien, vette honden en dode vogels

Er wordt nog steeds teveel eten weggegooid.
Doodzonde.
Ik voel me schuldig, plaatsvervangend want ik gooi zelden eten weg. Ik trek het me zo aan dat ik af en toe loop te speuren naar uitgestrooide broodkruimels, ik wil ze oprapen en er een nieuw brood van bakken dat ik kan opsturen naar de hongerenden of verkopen en het geld overmaken.
Het lukt niet.
Vogels zijn me voor, en honden. Ze hebben natuurlijk ook een hekel aan voedselverspilling en eten de kruimels voordat ze bedorven zijn.
Tevens kijk ik uit naar wegggooide taartjes en kroketten. Ook die zijn niet te vinden, ik vermoed dat het loslopend -en vliegend gedierte in ons dorp té alert is op lekkernijen, dat ik daarom nooit gevulde koeken vind of XL chocoladerepen puur.
Alles wordt ogeslokt.
Zodoende ontdek ik met mijn zoektocht een nieuw gevaar van het wegwerpgedoe: slechte condities van dieren en denk eens aan hun gebitten, is het niet beter op voorhand de dierenartsen waarschuwen? Stel je Fikkie voor in een rolstoel of de kat aan’t infuus.
Straks vallen de mussen dood van het dak, worden een prooi voor de kauwen en die voor de buizerds en die voor, eh, enfin, die gaan ook dood. Snepvervetting en dichtgeslibde eierstokjes lijken me niet denkbeeldig. Kruimels oprapen wordt kadavers ruimen.
Het is jammer dat de verspillers dit scenario niet voorzien.
Doodzonde.