Vergeven en vergeten

Dat werd wel gezegd na het uitpraten van ruzies.
Het leverde gemengde gevoelens op.
Naar wat ik zie is het:  vergeven maar half en vergeten nooit.
Niet dat ik vaak ruzie had, heel weinig.
Maar ik hoorde natuurlijk wel de praat achteraf van anderen, op school, kantoor, in families en buurt.  Ondanks  goedmaking bemerkte je blijvende rancune waardoor je dacht, één verkeerd woord en de ruzie brandt opnieuw los.  Denk aan  Het Familiediner.
Ook bij goedwillende mensen die met de beste bedoelingen de onmin uitpraten zie je het.
Vergeven is  mogelijk, het komt in veel gezinnen en andere groepen voor. Ook huisdieren vergeef je.
Vergeten daarentegen is een andere zaak. Bij de eerste de beste woordenwisseling laait het oud zeer weer op.
Wonderlijk, hoe wispelturig het geheugen ook is, dat oude zeer onthoudt men.
==

Ecce homo


De mens is een vreemd wezen;

hoe naakter men hem ziet, hoe meer hij in zijn hemd .Het komt  goedkoop op me over, een variant op ‘wie lacht niet die de mens beziet.‘ (herkomst niet bekend).
Hoe dan ook. 7Je vraagt je af: wat zie je dan?
Vergeleken met de dieren lijkt de mens op een onbehaarde slingeraap en ja, dat moet een wonderlijk gezicht zijn, denk aan Tarzan en dat was nog een goedogende vent. Ik zie mijn opa al.
Maar dat wordt niet bedoeld, leerden we.
Wat dan wel, de houding, besluitvorming, intelligentie of gebrek daar aan, mentaliteit, emotioneel gedrag? In dat geval is er geen vergelijkingsmateriaal en wie bepaalt dan dat hij lachwekkend is? Dieren? Zij denken niet.
Een superpientere kan smalend doen over simpele zielen.
Een kerkelijke kan neerkijken op huichelaars.
Een braverik kan spugen op dronken carnavalvierders en een stille aanbidder minacht de keus van zijn geliefde.
Andersom echter kijken de laatsten neer op de bespottelijke arroganten.
Wie bepaalt dan het groteske van de mens?
Mensen die zich hoger achten?
Ergo.
Zij zijn de echte lachwekkenden.
==

Man spreekt

Kerels? Een slag apart.
Vrouwen? Niet te rijmen.
Kinderen? Altijd maar afwachten.
Dieren? Gadver.
Planten? Jèk.
  – Jij leeft zeker alleen?
Neenee, ik woon met mijn vrouw, ouders, zonen, dochters, kat en hond en heb een tuin rondom het huis.
  – Wat zeur je dan?
Ik zeur helemaal niet.  Zo is mijn ervaring.
  – En wat vind je van jezelf?
Niks. Ik ben de baas van het spul.
 – Maar je bent een man, dus ook een slag apart.

Dit is niet helemaal verzonnen.
Een paar jaar geleden spraken we  iemand die op deze manier zat te jeremiëren, ontevreden over zijn inwonende ouders, kinderen en kippen. Bloedserieus zei hij letterlijk:
 ‘Een gewoon mens zou het niet aankunnen, het is maar goed dat ik me kan aanpassen’.
Hij snapte niet waarom we lachten.
==

Geen aanleg voor boerin

Voortbordurend op het  boerenevenement besef ik dat ik weinig wist van het dierenleven ondanks de aanwezigheid van kat, hond, kippen en konijnen in mijn jeugd.
Ook zag ik dagelijks koeien in de wei achter ons erf, schapen, paarden.
Hoe kwam ik dan zo dom?
Desinteresse, neem ik aan.
Koeien aten gras en veekoeken (die we zelf ook stiekem proefden).
Paarden en schapen aten gras.
Konijnen waren gek op, inderdaad, gras.
Kippen lustten alles wat moe uitstrooide, meestal etensresten vermengd met maïskorrels of iets dergelijks, daar bemoeide ik me niet mee sinds ik wurmen aan een snavel zag hangen.

Ik zou niets terecht brengen van een gezonde veestapel.
Dat bleek toen iemand ons een konijn cadeau deed. Ik wilde het beestje een speklap voeren maar echtgenoot greep in.
Niet dat het wat uitmaakte, het dier eindigde uiteindelijk bij iemand die van konijnen hield. In de pan.
Met hond en kat was het handiger, de supermarkten stonden bol van gericht voer, je zou er zelf trek in krijgen.
Cavia’s en hamsters werden door de kinderen bevoorraad wat ook maar beter was. De parkiet daarentegen ontsnapte, nooit meer teruggezien.

Voor boerin was ik duidelijk niet geschikt.
Voor mensen wel, ik maakte fijne patat en zalige appeltaarten en wat denk je van knapperige verse sugarsnaps. Bloemkool in tweekazige saus. Citroenrisotto. Verse tjap tjoy. Enzovoorts.
Maar daar hebben koeien en zo natuurlijk niets aan.
Ze zouden me uitlachen.
Weten zij veel.
==

Fantastische kerstbomen

Dit is er een met dubbele kruin.
Heel bijzonder, had ik nooit eerder gezien, alleen op mensenhoofden.
Die hebben dan een heel ander kapsel.
En bij dieren met een te dikke vacht.
Ik herinner me een cavia die verscholen leefde onder zijn haar, meer kruin dan vacht.
Enfin, de kerstboom lijdt er niet onder al houdt hij zich graag op de achtergrond, hij verschuilt zich liever achter een mistbankje maar dat heeft met zijn verlegenheid te maken.
We vinden het wel apart.
Alleen het kammen is ’n beetje lastig.

Ouderen kunnen zelf denken. Echt waar!

Ouwe lobbes
luie kater
lieve knol
kaal pietje
onze lieverd
deze en meer koosnamen worden gebruikt voor bejaarde (huis-)dieren.
Het klinkt goed, men houdt van het dier.
Als mens kom je er eerbiediger van af, veel meer dan Ouwetje is het meestal niet.
En toch, ik zou liever een minder fraai koosnaampje hebben dat als halve zool toegesproken worden.
Pas weer gezien in een kledingzaak, de betreffende oude dame gaf weinig antwoord en vertrok tenslotte zonder iets te kopen.
Het zijn steevast hetzelfde soort opmerkingen.
Weet U Uw maat?
Kunt U het niet vinden mevrouwtje?
Zal ik U helpen meneer?
Ach, dat staat U natuurlijk niet meer…
en meer van die ongevraagde behulpzaamheid. Winkelpersoneel denkt dat ze daarmee goede manieren tonen maar waarom doen ze dit op het neerbuigende toontje alsof ze tegen een onwijs kind praten?
Helemaal niet gek dat sommige ouderen daar kribbig op reageren. Het zijn net mensen.

Oostvaarderplassen

En weer schijnen dieren in de Oostvaarderplassen ondervoed te raken..
Bijvoeren heeft   geen zin   aldus Staatsbosbeheer.
In een van oudsher wild gebied waar dieren  op elkaar en de natuur zijn aangewezen heeft bijvoeren inderdaad geen zin. Maar dat zijn de Oostvaarderplassen niet. Ze zijn aangelegd medio vorige eeuw, alsof je zomaar een stukje ‘wild’ kunt creëren.
Wat was eigenlijk de bedoeling?
Een stukje land gebruiken dat geschikt leek voor natuurlijk begrazing? Met hoop op een nieuw te vormen biotoop, zichzelf bedruipend? Interessant ?
Daar is Nederland absoluut te klein voor, alleen al de inkijk van omwonenden breekt een project als dit af. Bijna niemand van onze samenleving kan zich inleven in een situatie als deze, mensen die een bejaarde koe sparen zullen nooit een hongerend dier accepteren .Natuurliefhebbers hadden dit zich moeten realiseren,
En dan nog iets.
Natuur verandert doorlopend en is dientengevolge niet na te maken als blijvende bezienswaardigheid. Een natuurlijk verloop van hongerende dieren zou zijn  dat ze  zich verspreidden, op zoek naar voedsel. Dat kan in dit geval niet.  Overpopulatie, te weinig land.
Een dier uit de oerwouden zou zich schamen in zo’n veldje te wonen.