Happy end

Oudtante is stervende.
Ze kijkt er naar uit, ze laat geen man en gezin na, alleen een paar hebberige nichten aan wie ze een hekel heeft.
Een groot deel van haar geest reikt al naar een nieuwe  wereld. Een klein stukje bevindt  zich ergens onderweg, een restje bewustzijn bewaart ze voor de laatste ogenblikken.
Ze registreert de zuster die druk is met kaarsen en gebedenboekjes en extra stoelen klaar zet voor de pastoor die haar het H. Oliesel  komt toedienen.
De nichten zullen erbij zijn om het overgaan te begeleiden.
Dan zijn ze zeker van haar overlijden, weet ze en glimlacht sereen.
De zuster strijkt haar vertederd over de wang. ‘U zult opgelucht naar de hemel gaan mevrouw, met een gereinigde ziel en zonder pijn.’
– En barstend van leedvermaak-  denkt de zieke. Haar  glimlacht verdiept zich.

De deurwaarder die hen opwacht namens de gezamenlijk schuldeisers.
De definitieve datum waarop de bank haar huis en boedel wil veilen.
De sleutel van haar bureau met alle bescheiden, die ze pas afgeeft na de bediening.

Pastoor maakt zijn entree, de nichten in zijn kielzog.
Tijdens de zalving weten ze zelfs een snikje op te hoesten, oudtante staart verzaligd.
Na de plechtigheid slaakt ze een diepe zucht, zoekt en haalt de sleutel tevoorschijn. Verwachtingsvol reiken de handen ernaar, ze houdt nog even in.
‘Ik ga in grote blijheid!’ murmelt ze en sluit definitief de ogen, ze lijkt te stralen.
De zuster is geroerd. ‘Daar gaat een gelukkige ziel.’
=

© Bertie Bertjens

Mat-werk

Vindt U dat ook zo handig? Propje papier, platgetrapte doperwt, hup, onder de mat. In alle vertrekken ligt daartoe een handveger en het hele gezin weet waarvoor die dient.
Het is werkelijk een uitkomst; altijd een opgeruimde vloer en nooit een ongeregeldheid waarover je struikelt. Ik kan het aanbevelen. Bijkomend voordeel is dat, naast dode materie, ook opruimbevelen worden weggeveegd en dat geeft rust in de tent. Zelfs financiële zorgen  gaan er onder evenals onsympathieke reclame. Weg er mee; we vegen er op los.
Natuurlijk zijn er nadelen maar die pak je aan. De zooi kan teveel worden, dan wordt de laag zo dik dat de mat bijna op zithoogte komt en dan moet je aan de slag. Aangezien dit maar één of twee maal per jaar voorkomt is de klus te overzien.
Tot nu toe is er maar één keer iets voorgevallen waarbij ik het moeilijk had.
Dat was me wat, stond er zomaar een vreemde man in de kamerdeur terwijl ik aan het vegen was. Verbaasd keek ik op:  ‘hoe komt U binnen?’
‘Mevrouw, ik heb viermaal gebeld…’
‘Nou, dan was ik niet thuis…’
‘Geen grappen alstublieft. Ik ben deurwaarder en heb een dwangbevel bij me, u moet NU betalen of u staat op straat.’
Dreigend keek hij me aan.
Dat laatste daagde me uit. ‘Wilt U soms onder de mat?’ vroeg ik, minstens zo dreigend.  Geschrokken hief hij zijn hand op, ‘neeneenee mevrouwtje, ik wil alleen maar geld’ en hield me het papier voor. Ik pakte het aan en schoof het meteen weg met de veger. ‘Maar – maar –  de rekening moet ik bewaren….’ schrikogend keek hij me aan.
Ik hield de veger voor zijn gezicht, ‘U kunt er ook bij, geen probleem hoor’.  Huilend rende hij weg.
Ziezo. Nooit meer last mee gehad.
Maar het schuldgevoel knaagt. Af en toe verschijnt zijn bange gezicht in mijn dromen, dan vraag ik me af, had ik hem niet beter bij zijn rekening kunnen vegen?

ps
In de korte verhaaltjesmap staat niet altijd aangegeven of en waar de stukjes geplaatst zijn. Best mogelijk dat er in een vorige weblog of bij FaceBook eerder een paar stonden.
Geen ramp, ze hebben weinig geheugenwaarde 😉