E-love


Hij kijkt haar verliefd aan.
Zij knikt naar het opgeheven glas, maakt eenzelfde prositgebaar. Vlugge slokken en het begin van een lach.
Hij opent zijn mond, schrikt, tuit dan zijn lippen: ssst.
Afwachtend ziet ze zijn nu neutrale gezicht dat nietszeggend voor zich uit staart; er slaat een deur.
Ze ergert zich aan het bangeschijtersgedoe.
Kan ze niet beter naar een geschiktere vent op zoek gaan?
Een die niet bang is voor zijn vrouw?
Ze staat op, ziet nog net dat hij zijn ogen weer naar haar toedraait; ‘barst maar’ roept ze, ‘groeten aan je vrouw.’
Als extraatje steekt ze een ordinaire middelvinger op en sluit de webcam af.
‘Sukkel.’
==

Advertenties

Gedichtendag

Een laat journaal
biedt weinig nieuws
de knop gaat om
het boek is bijna uit.
Een laatste glas
bij ’t cryptogram
“een hete ex = oude vlam?”
ik rek me uit
en doof het licht
bestijg de trap
naar’t wachtend bed.
Tevreden ga ik slapen
ik heb de dag gedicht.

Koud, bang en koffie


Lekker weer vandaag.

Toch werd het vamiddag kil in huis. Vreemd, cv brandde, ramen waren gesloten.
Zou de val van een paar weken terug me opbreken?  Daar had mijn temperatuur toch niets  mee geleden?
Nog maar eens de ronde doen en een kop hete koffie zetten. Alles was dicht, thermostaat op 22°.
Ik bleef koud. Mijn brein begon te werken, zou ik iets mankeren? Een of andere enge griep? Op het platteland kun je van alles tegenkomen met die beesten overal. Huisartsenpost bellen? En wat moest ik dan zeggen? ‘Stuur alstublieft een spoedambulance want Ik heb het zo koud’?
Dat durfde ik niet.
Toch liet het me niet met rust. Rillerig haalde ik een deken en kroop op de bank om de mogelijkheden te overdenken.
Het moest welhaast kouwe koorts zijn en godweetwat er ging gebeuren als er niet snel een oplossing kwam. Was er onlangs niet iemand overleden aan onderkoeling? Hoorde ik daar een plofje? Sloeg het al op de hersens? Laat het de brievenbus zijn, bad ik wanhopig en strompelde naar de voordeur.
En die…  stond half open, waaide wat en sloeg zachtjes dicht. Terwijl ik keek kierde het weer, opende verder en weer terug. Een windvlaag.  De stiekemerd, telkens achter mijn rug openwaaien.
Opgelucht, inwendig beschaamd, draaide ik hem in het slot.
Ik nam nog maar eens koffie. En vroeg me af hoelang die deur van het slot was geweest. De hele ochtend? Had iemand het gemerkt? Zat er niet een of andere killer onder bed? En dan? Buks mee naar boven of de broodzaag?
Het zweet brak me nogmaals uit.
Pfffff…..
Zo lastig om een bangebroek te wezen.