Koffiepraat in december

‘Heb jij wel eens ergens spijt van?‘  was een andere vraag die iemand stelde.
‘Wat heet, het is bijna mijn naam,’ antwoordde ik.
Dat soort dingen zijn echt decemberonderwerpen. Weemoed over het afgelopen jaar, beetje nostalgie en van het ene sentiment komt het andere.
Vanmiddag aan de koffie kwam het ook ter sprake, in deze dagen wordt teruggekeken, ‘alweer bijna een jaar…’.
Daar komt  corona nog bij, een thema waarover we  niet uitgepraat raken en dat overal een extra boosdoener is.
‘De laatste jaren weten we niet meer wie onze buren zijn, dat is door het virus nog erger geworden.’  Zelf vind ik dat een voordeel. ‘Met de hele straat iets organiseren is er ook al niet meer bij.’
Het was duidelijk dat hij dit jammer vond, ook een soort van spijt.
De rouwvraag kwam weer langs, met voorbeelden van gedeelde kennissen.
Ach ja.
Ook dit gaat over.
Naderhand kletsten we weer over gewone dingen.
Toen werd het nog gezellig.
==

Over rouwen

Kun je van tevoren treuren, een soort reserve-rouw opslaan?
Het was een terloopse vraag waar je toch over gaat nadenken en wat je onder woorden wil brengen.
Het is zeer persoonlijk en er zijn waarschijnlijk veel antwoorden mogelijk,  dit is hoe ik het ervoer.

Op voorhand denken aan een lege stoel, dat lukt niet wanneer zorg en angst te groot zijn.
Afscheid nemen en samen het proces regelen, dat zou je als zodanig kunnen beschouwen maar dat is iets wezenlijk anders, afleiding, de patient  terwille zijn, een poging tot begrip.
Al weet je dat het einde nadert, toch dringt besef niet helemaal door.
Het echte gemis, het inzien dat iemand nooit meer terugkomt ondanks het wachten, dat laat zich pas voelen na de dood.
Dan pas kun je rouwen. —
Denk alsjeblieft niet dat ik hier ’n beetje zit te treuren, het onderwerp kwam ter sprake in een telefoongesprek.
Over Kerstmis  en vroeger en weet-je-nog-zonder-mondkapje, waar moet je het met familie anders over hebben in december, sowieso een tijd van terugdenken.
En over rouwen dus ook.
==

November-decemberdagen


Nog bijna vijf weken tot de kortste dag, daar leef ik naar toe. Sterker, ik omarm kerstmis alleen al voor het idee: donkerder kan niet.
Daarna leef ik op.
Kalender en klok in de gaten houden (alweer een minuut daglicht gewonnen), naar maan en  lucht kijken, heldere hemel afdwingen, en dan is het eindelijk februari en zit je met daglicht aan de vijf-uur-koffie.  Halleluja.
Sneeuwen en vriezen? Geen probleem, het is licht.
De donkerte van december is een verschrikking, in huis tenminste.  Vanaf pakweg 16 uur ’s middags tot ’s morgens  8 uur zonder daglicht te moeten leven vind ik moeilijk.
Ik droom soms van een grot als van beren, zou dat iets zijn?
Winterslapen. Tot de voorjaarszon me wekt.
Het einde.