Bloedprikken

Bericht dat ik kreeg deze week:
‘Blabla…bloedprikken… nuchter blijven en een plasje meenemen. Hiervoor kunt u een urinecontainer afhalen….’
Een container. Nou vraag ik je.
Elke keer als ik het lees en hoor vind ik het een lachwekkend woord.
Dan denk ik aan een kliko en dat niet alleen, ik zie mezelf ook zeulen met dat rammelende en klotsende ding en hem afleveren bij de prikster.
Met de zus die wijlen is werd er steevast een mini-act van gemaakt.
‘Alstublieft, de urinecontainer. Denkt U dat het genoeg is? ‘
‘Dank U, hoeveel zit erin?’
‘Litertje of 20…’
‘Dat lijkt me voldoende, ik zal hem leegmaken…’
Verder kwamen we nooit, de slappe lach verhinderde een verdere voordracht. Op het huisartsenbericht en het prikformulier wordt het woord ‘potje’ gebruikt, een heel wat sympathiekere benaming.
Ik mis de zus maar lach hier nog steeds om.
==

Advertenties

Wat doen we met de spullen?

 Dit  spreekt me aan.
Iedereen die ooit een overvolle nalatenschap heeft moeten uitzoeken en opruimen weet het, de helft (of meer) van de spullen kunnen weg maar je voelt je niettemin schuldig en leurt bij familie tot in de tiende graad:  kun jij die ouwe speldjes gebruiken?
We maakten het een paar keer mee. En waren blij met de hulp van een nuchter-denkende zoon/dochter die adviseerde; kleding naar de container,  wandversiering en andere prullaria naar de belt, leeswerk uitstallen voor de liefhebbers en wat overschiet naar een rommelmarkt. Geld, sieraden en waardevolle stukken daargelaten maar degenen die zoiets bezitten hebben waarschijnlijk een beschrijving of testament.
Door onze meemaaksels op dit gebied waren wij al eerder begonnen met het bekijken van huis en inhoud.
Bij een paar kasten hebben we ons afgevraagd: wie zou dit vest nog willen al was het een duur ding? Dat kistje met medailles? Mijn map met oude verhaaltjes? Die sexy jurk? En de meeste dingen weggegooid.
Ik leerde van, bijvoorbeeld, een paar ingebonden uitgaven van een oud tijdschrift uit de jaren 1949 tot medio ’50. Dacht iets interessants in huis te hebben maar was de enige die ze las, man noch kinderen keken er naar om. Exit tijdschriften.
Zo kom je dingen tegen die je echt beter weg kunt gooien.
En dan de vliering, kelder en garage nog. Kapotte apparatuur en gereedschappen, pannen met één oor, wrakke bureaus, zakken vol carnavalskleren.You name it.
Het enige wat ik bewaar is mezelf.
Daar heb ik nu nog geen bestemming voor.