Holland vs Brabant

   
Toen we verhuisden van west naar oost kon je hatelijke commentaren horen, van beide kanten.
Een greep uit west:
Die inboorlingen in Brabant? Hopeloos ouderwets.

Allemaal rooms maar ondertussen
Uit oost:
Die opscheppers uit Holland? Niks is het.
Waardeloos, ze deugen van geen kanten.

Het waren maar enkelen die zo spraken. Bovenstaande is nog redelijk, men riep wel erger dingen.
In die jaren (’60) leefde dat soort ideeën volop, naar wat ik hier en daar opvang bestaan ze nog steeds.
Voor heel wat mensen leken de Moerdijk en IJsselmeer natuurlijke grenzen, al het land dat ten zuiden en oosten lag liep volgens hen achter bij het oververheerlijkte Holland waar ze de achtergbleven nesten in eigen platteland gemakshalve vergaten.

Het waren resten van oude tijden.
In het kort:
De Peel, delen van Brabant, Limburg en Oost-Nederland waren inderdaad veel later met de ontwikkeling van handel en industrie en alles wat daarmee samenhangt,  denk aan verkeer, integratie, mode enzovoorts. Een logisch gevolg van gebrekkige ontsluiting van een gebied of land, een  verschijnsel dat overal ter wereld voorkomt.
Voeg daarbij een dwingende kerk en voilà, de stilstand/schterstand is een feit.

De vooroordelen blijven hangen evenals plattelandsgewoontes waaraan men hecht en die mensen nu graag cultuur noemen.
Maar we kregen ook aardige opmerkingen.
Toen een man in Schoorl hoorde dat we uit Brabant kwamen reageerde hij verbaasd:
‘Uit zo’n mooie provincie en dan kom je hiér op vakantie??’

Zelfkapster, 11 jaar

Paardestaart en pony, het was een kapsel van veel meisjes.
Wat me stoorde was de pony die nooit bleef zitten zoals ik wilde dus knipte ik hem zelf, voorzichtig, netjes rond.
Zo trots als een pauw liep ik door het huis.
Er was weinig bewondering voor mijn kappersactie, de een na de andere zus bekeek me en en smoorde een grijns.
Iemand had een camera en ondanks de commentaren ging ik er extra-mooi voor zitten.
Het lukte niet zo goed door dat gelach,  anders had ik er wel beter uitgezien.  Zo verdedigde ik me.
Wat onze kinderen zeiden loog er ook niet om: ‘Ieieieieiew, dat kapseltje...’