Zakmes

Er worden meer en meer messen gebruikt door jongeren. Het is al heel lang een geducht wapen,  ik vind ze enger, angstaanjagender zelfs dan een revolver of pistool hoewel me dat ook bang zou maken. Het is, denk ik, het idee van snijden, verminken en pijn.
Toch  was het in mijn kindertijd (jaren 50) heel normaal dat mannen een zakmes bij zich hadden.
Mijn vader, volwassen broer, ooms, neven, buurmannen, allen hadden er een voor zover ik me herinner, ongeacht hun beroep, het was een mannending. Er zullen andere opvattingen zijn geweest , natuurlijk, maar die hoorde je niet.
Ze gebruikten het ding voor van alles. In de tuin, sommigen deden er hun nagels mee, sneden te lange veters door, kapten een slecht sluitende deur ofspeelgoed bij, zolen, vergelijk ze met het duizend-dingen-doekje. Of prutsten zomaar wat aan een mooie tak.
Het was super handig en een uitkomst voor wat moeder zelf niet kon.
Er gebeurde nooit iets sensationeels mee, bij woordenwisselingen werden ze niet getrokken, er werden geen rotgrappen of bangmakerijtjes gemaakt.
Een gewoon zakmes zagen we simpelweg niet als wapen. Niet groot,  meestal een eenvoudig houten heft, het paste in een achterzak.
In het circus was een messenwerpers wel spannend maar je wist dat het veilig was.
Wat je in de krant las over messen als wapens, waren narigheden in de criminele sfeer.

Wel hoorden we over enkele plaatsen die de naam van messentrekkers droegen.
Oss bijvoorbeeld raakte de naam haast niet kwijt.
Dat was een ver-van-ons-bedshow, daarbij dacht je aan grote steekmessen of stiletto’s.
Die kenden we alleen van verhalen.
==

Nestelen

Je weet  wel,  een lekker plekje zoeken.
Niet te verwarren met nesteldrang. Da’s heel wat anders.
Gewoon onderuit op de luie stoel.
Je weet toch hoe een hond dat doet?  Draaien, liggen, opstaan, deken overhoop krabben, liggen….
Kijk,  ik blaf niet maar ik begrijp zo’n dier heel goed, je zit toch niet lekker voor je je draai hebt gevonden?
Daar maak ik altijd veel werk van.
Eerst de stoel recht zetten, of juist schuin. Dit in verband met voetenbankje en bijzettafel: ze moeten op elkaar afgestemd zijn. Ook de kijkrichting naar tv.
Dan ga ik zitten; voel of de stand in orde is; zo niet dan sta ik op om nogmaals te schuiven.
De juiste houding is ook belangrijk.
Hm, centimeter naar links. Rechterbovenbeen ietsje naar voren.
Umm, voelt niet goed. Ik schuif  naar achter, wrijf met de rug tegen de leuning. Nnnnee, niet precies wat ik bedoel. Toch maar bijtrekken, dus sta ik op en verdraai de stoel weer ’n graadje terug.
Zo, nu kannie.
Hoewel, de kriebel onder links,  ik laat me achterover zakken in de linkerhoek, vastbesloten om het hierbij te laten. Ik ben toch zeker geen neuroot!
Nee, maar nog even dat voetenbankje wat afduwen, alleen de hielen er op. Boeken aan de kant, ziezo.  Ja, het vereist heel wat proefdraaien.
Na tien minuten zit ik definitief.
De avond kan beginnen. Benen gestrekt, boek erbij, puzzel naast me.. puzzel? Nou dat weer, pen, waar is de pen, niemand de deur uit, o daar valt ‘ie, rolt onder de stoel. En ik moet naar de wc, waar is mijn zakdoek nou weer, die broek zit trouwens ook niet lekker, hij trekt en…

Man wende er nooit aan en bekeek het circus telkens weer met onbegrip maar toen ik het langzamerhand afleerde viel het hem niet eens op.
Mezelf ook niet, trouwens.