foto·geheugen

Dat chaotische geheugen van ons…

… waarvan we allemaal zeggen ‘Maar ik vergis me niet, ik zie het voor me, ik weet het zeker, ik weet wat ik zag, die-en-die was er zelf bij…’
Ik ga er nooit meer over in discussie, laat iedereen maar blij zijn met de eigen herinneringen. Juist of niet.

Hieronder staan drie foto’s waarvan ik er twee in mijn gedachten heb als vroege ochtendopnames.
Een medevakantiegangster kwam tot de conclusie dat het avond was ten tijde van knippen.
Ik geloofde haar niet en zocht de info op. Wat blijkt?
Zomeravond in Zuid-Frankrijk, ongeveer 20 uur.
En in Duitsland was het veel later, 22 uur al blijft het moeilijk te geloven, met zoveel licht. Toch een foutje van de camera?  Of verkeerd aflezen? (ook ik geef niet toe. ☻)
Het enige wat ik goed heb is de slechtweerfoto van de Pyreneeën. Bijna nacht, veel geluiden, angstaanjagende luchten en lichten, we keken en luisterden met ontzag. Onweer in dat gebied maakt veel indruk en dat onthoud je in ieder geval.
Respectievelijk Frankrijk, Duitsland en Pyreneeën en let maar niet op de kwaliteit, dat is misschien de oorzaak van het verkeerde licht.

 

 

 

Geen categorie·seizoen

Serie. Een nieuwsgierige man.

Er was eens een man, zo vreselijk nieuwsgierig dat hij  met open ogen sliep om maar niets van de nacht te hoeven missen.
Vaak maalden zijn gedachten: heb ik echt alles aan iedereen  gevraagd, kreeg ik alle antwoorden, waarom weet ik dat niet meer. Ten lange leste sliep hij ongeweten vreemde chaotische dromen in en uit.
Meteen na het opstaan kocht hij alle kranten, las ze tot de laatste letter en schreef brieven naar vragenrubrieken. Daarna trok hij  eropuit. Voorheen met de bus maar sinds hij de chauffeur te lang ondervraagd had over motorvermogen, stuurinrichting,  afstand tussen twee haltes, voornaam van diens vrouw, kleur van zijn hemd en nog veel meer, mocht hij niet meer mee.
Overigens waren de straten uitgestorven daar iedereen wist dat hij er aankwam, hooguit ontmoette hij een onnozele zwerver en die wist in de regel niet veel.
Aan de huisarts vroeg hij hoe de assistente heette en met welk mes wratten werden weggesneden en hoe hij het scherp hield. Tot de dokter hem buiten zette.
Bij de burgemeester wilde hij weten waarmee het ambtsketen werd gepoetst en hoe vaak, of het niet te zwaar was om mans nek tot hij ook daar werd weggejaagd. Hij deed zijn beklag op het politiebureau, vroeg naar een wet die burgemeester en huisarts zou verplichten transparante antwoorden te geven en vond de wachtmeester ook niet dat de koning moest worden ingelicht?
Toen hij tenslotte drie dorpen verderop gedumpt werd  waar de inwoners hem met dezelfde vaart terug brachten wist hij nog steeds niet genoeg en vroeg aan iedereen waar hij de onvriendelijkheid aan verdiend had.
Zo zeurde hij zijn leven door.