De bloedeloze

De echte rode maan was er wel, ik heb hem ook gefotografeerd.
Maar ja, de camera en ik…
Vanmorgen zag ik plaatjes die heel wat mooier waren dus gooide ik die van mij weg.
Omdat dit te voorspellen was heb ik de maan van gisteravond opgenomen, hij gaf zoveel licht dat het opviel ondanks de bewolking die half voor zijn neus hing.
En kijk.
Foute belichting, verkeerde sluitertijd en meer van dat, alles werkte mee om er iets bijzonders van te maken. Hij lijkt nu op reflecterend water in een diepe put.
Waar vind je zoiets? In ons achtertuintje.
Mijn eigen maanmodel. ♥

Nog even over vallende sterren

Het komt nogal eens voor.
Ook aankomende nacht.
Zelf vind ik er niets aan, één keer stond ik klaar met de camera en kreeg veel strepen op de foto’s. Dat zouden dan de sterren zijn. Het zal wel, dacht ik.
Voortaan laat ik ze rustig vallen. Buiten staan terwijl je binnen een warm bed hebt, al of niet met een -genoot, god weet hoeveel mooie dromen je mist.
Enfin, voor wie er meer van wil weten hier de link.
/komende-nacht-regent-het-zeldzaam-veel-vallende-sterren
En dan nog dit: Weerplaza legt uit dat ‘De Leoniden ‘vallen’ uit het sterrenbeeld Leeuw’ maar daar weet ik niets van,  als leeuwin ben ik me van geen kwaad bewust.
Dat u het maar weet.

Een ijselijke gebeurtenis. Lang geleden.

De sfeer op die dag deugde niet.
Vanaf het ontbijt voelden we het. Iets unheimisch’.
We wisten niet waaraan het lag en liepen het hele huis na, voor- en achtertuintje. Van vliering tot kelder.
We vonden niets wat we verdachten van onheil. Hoogstens was er een vervelende buurman en aan hem waren we gewend.
In de loop van de dag veranderde de lucht. Groenigheid schemerde door de wolken, het blauw leek te vergelen. Bladeren ritselden alle kanten op, we zagen trillende takken. Bangelijke bloemen sloten zich, de waterlelies doken onder.
Bevreemd zagen we het aan. De zon scheen toch nog?
Wat maakte ze zo benauwd?
Langzaam verdween de dag.
Te vroeg. Er klopte iets niet.
Dan kwamen er schaduwen opzetten, zomaar, vanuit het niets.
Tot we naar buiten keken en een paar wezens zagen, zo eigenaardig van silhouet dat we ze niet herkenden als iets van deze wereld. Ze keken naar elkaar, als ze tenminste een gezicht hadden.
‘De camera,’ haastte echtgenoot zich, ‘vlug, straks zal niemand zal ons geloven…’
Hij vond hem.
Maar toen hij de lens op de onbekende figuren richtte schrok het toestel vreselijk en sloeg op tilt, het was duidelijk dat zijn plaat té gevoelig was.
De schaduwen bewogen, even maar. Dan losten ze op in de schemer.

Niettemin ontwikkelde zich een foto.
Slecht van kwaliteit maar de wanstaltigheden zijn duidelijk te zien.
Opgelucht dat de normaliteit terugkeerde bekeken we de opname.
Kijk en huiver.
Het beeld spreekt voor zich, en toch zag niemand dat we de waarheid spraken.

‘Geen foto, eerst betalen’

We waren eens in Scheveningen, op de boulevard waar die grote blikken beelden staan.
Een straatartiest deed iets wonderlijks voor een toeschouwer, ik weet niet meer wat. Misschien een goocheltruc.
Ik nam de camera maar hij begon onmiddellijk te gebaren van ‘nee, nee, eerst betalen’.
Dat wilde ik niet, ik zei dat het de openbare weg was en ik vrij mocht fotograferen. Hij bleef roepen van ‘verboden, eerst betalen.’ Om ons groepje niet in verlegenheid te brengen haakte ik af.

Later waren we op de braderie in een naburig dorp.
Veel dingen te zien waaronder living statues op de markt.
Een ervan stelde een priester voor en ik nam weer de camera. Het beeld bewoog en ook hij begon van ‘nee, nee,’ hij wees op een geldbakje.
Ik probeerde me te verschuilen en stiekem te werk te gaan maar echtgenoot bleef kalm, haalde een paar euro uit zijn zak, liet ze zien en stopte ze in het bakje. Toen kon ik een foto nemen, waarna ik als dank een kruisje op mijn voorhoofd kreeg.
Hij lachte er ook nog bij zodat ik me dubbel belazerd voelde.

Ik vraag me af of deze mensen dit mogen verbieden.
Ze zijn geen toevallige passanten, ze staan daar voor hobby en/of verdienste en willen gezien worden.
Wat geeft ze dan dit verbodsrecht?
Ik weet het nog steeds niet.
==

Camera en ik.

Kom, dacht ik, laat ik een paar selfies maken. Binnenkort wordt het ID-bewijs vernieuwd, kan ik eerst even checken welk gezicht ik moet opzetten voor een passende foto.
Voorheen maalde ik daar niet om maar met de jaren komen oudevrouweneigenschappen je aanwaaien waarvan de wens om een goedgelijkende foto er één is. Eerlijkheid boven alles.
Daartoe nam ik plaats in het volle licht en maakte er een stuk of tien, en profil links en rechts inbegrepen.
Zonder te controleren zette ik ze op de laptop. Dit zijn er een paar:

Had ik wéér de camera verkeerd om en nog schaduw erbij.
Ik vloekte onfotogeniek, de zin was er meteen af. En het licht was ook verkeerd.
Uiteindelijk nam ik een paar snelselfies (met de camera in de juiste richting) maar door een uitgewreven oog zijn die mislukt.
Ik durf ze niet te vertonen, zo eerlijk ben ik nu ook weer niet en als ik zo bij de fotograaf moet poseren wìl ik niet eens een nieuw ID-bewijs. Dan blijf ik wel thuis.
Fotograferen en ik, het gaat maar héél af en toe goed.

My two seconds of fame

Buurvrouw belde op, gierend van het lachen. ‘We zijn op de televisie,’ zei ze.
‘Watte?’
‘We zijn achtergrond voor Bettine. Kijk op….’

Bettine Vriesekoop verzorgde een clinic in het naburige dorp.
We waren nieuwsgierig en gingen kijken.
Het bleek een aardige vrouw die veel nuttige adviezen gaf aan de lokale club, ze werd dan ook veelvuldig gefotografeerd.
Zittend op de eerste rang konden we alles goed overzien en dat niet alleen, we bleken ook op een filmpje te staan dat uitgezonden werd door de lokale omroep..
Sjonge.
De ijdelheid voorbij en alsnog voor de camera, dat is niet niks. Nerveus zocht ik het kanaal en keek. Ik zag ons niet. Bij de derde keer herkende ik vaagjes de buurvrouw en begreep dat de zwarte jurk naast haar van mij moest zijn.
Tja.
Nou.
Twee tellen in beeld.
That’s all, folks.

Vrouw in eigen wereld

Een vrouw zit voor het raam. Ze heeft lege ogen.
Ze ziet de dingen met haar geest.
Dat had ze zich aangeleerd toen ze haar verbeelding ontdekte.
Toen ze nog klein was, vijf of zes jaar misschien, hoorde ze voor het eerst een sprookje. Over een bos met kabouters in een holle boom die bevriend waren met alle dieren. Al luisterend vormden zich plaatjes in haar hoofd en nog lang bleef ze die avond wakker om naar de zelfbedachte illustraties te kijken. Als naar een filmpje.
Het was een grootse ontdekking. Weliswaar hebben alle kinderen filmpjes in het hoofd maar niet alle kinderen zetten de camera aan.
Dit meisje deed het wel.
Bij elk nieuw verhaal en liedje werkte haar hersentjes, zelfs bij taallessen en rekenen zag ze woorden en getallen zich in groepen vormen of achter elkaar lopen. Dat was maar wat handig.
Tot ze bij een van de eerste geschiedenisverhalen in huilen uitbarstte.
De arme mensen van vroeger zag ze, met kapotte kleren, en blote voeten in brandnetels, bleke kinderen in verschoten overalletjes die niet eens een autoped hadden en ach, het was allemaal zo zielig.
Juffrouw en ouders schrokken hevig van deze onbeheerste fantasie en trokken met kracht de teugels aan.
Het resultaat was matig. Het meisje vond het vreselijk te moeten wonen in de statische wereld die haar geboden werd. Zodra de noodzaak voor rede ontbrak vertrok ze naar haar eigen omgeving van beelden die ze naar eigen smaak inkleurde en liet leven.
Zo bewoog ze zich tenslotte met open maar nauwelijks ziende ogen.
Ze dagdroomde zich door de ochtenden, middagen, avonden, jaar na jaar na jaar.
Nu zit ze voor een raam en wuift af en toe. Naar de bonte bloemen die haar toelachen en bomen als vriendelijke reuzen. Geniet van de zon die met zachte vingers haar gezicht streelt.
In de zuster die haar een kopje thee brengt herkent ze een hartelijke lakei.
Want de camera in haar hoofd snort constant.

© Bertjens

Zelfkapster, 11 jaar

Paardestaart en pony, het was een kapsel van veel meisjes.
Wat me stoorde was de pony die nooit bleef zitten zoals ik wilde dus knipte ik hem zelf, voorzichtig, netjes rond.
Zo trots als een pauw liep ik door het huis.
Er was weinig bewondering voor mijn kappersactie, de een na de andere zus bekeek me en en smoorde een grijns.
Iemand had een camera en ondanks de commentaren ging ik er extra-mooi voor zitten.
Het lukte niet zo goed door dat gelach,  anders had ik er wel beter uitgezien.  Zo verdedigde ik me.
Wat onze kinderen zeiden loog er ook niet om: ‘Ieieieieiew, dat kapseltje...’

Bang voor onweer

Oud stukje. Echtgenoot is er niet meer, mijn angst nog steeds.

‘Het onweert…’ kwam ik binnenvliegen. Echtgenoot keek op, ‘het is nog ver.’
‘Weet ik,  het is evengoed èng.’
‘Wat dondert het,’  probeerde hij  maar ik kon er niet om lachen.
Nerveus liep ik naar boven, mijns ondanks gefascineerd door de aparte lichtval die donderbuien met zich meebrengen. Rrrrrrommmmm klonk het, plotseling vlakbij;  geschrokken rende ik weer naar beneden.
Van de keuken naar de serre, stil blijven zitten is niet weggelegd voor een bangerd.
Een dikke wolk barstte open.
Hoog-opspattende druppels, regennevels die van dak naar dak joegen deden me de camera grijpen maar door een keiharde knal  trilden mijn handen teveel en opnieuw vluchtte ik, ditmaal naar de veilige huiskamer waar ik mijn man wist.
Mijn trooster, veilige haven, mijn superman.
Die stoïcijns voor de  televisie bleef zitten.

Boos weer


‘Het onweert…’ kwam ik binnenvliegen.
Echtgenoot keek op; ‘het is nog ver.’
‘Weet ik wel,  toch is het eng.’ Ik rilde.
‘Wat dondert het,’  probeerde hij. Ik kon er niet om lachen.
Nerveus liep ik de trap op naar een bovenraam, mijns ondanks gefascineerd door de aparte lichtval die onweersbuien met zich meebrengen.
Rrrrrrommmmm klonk het, plotseling vlakbij;  geschrokken rende ik weer naar beneden.
Naar de serre, stil blijven zitten is niet weggelegd voor een bangerd.
Een dikke wolk barstte open. Hoog-opspattende druppels, regennevels die van dak naar dak joegen deden me de camera grijpen maar door  een keiharde knal  trilden mijn handen teveel en opnieuw vluchtte ik, ditmaal naar de veilige huiskamer waar ik mijn man wist.
Mijn trooster,  held, veilige haven, mijn superman.
Die stoïcijns voor de  televisie bleef zitten.