ogen·staaroperatie

‘Het werd Licht’

Vorige week viel het me op dat de zon niet alleen heet was maar ook schel. Of fel.
Net als de televisie,  ik kon het beeld niet verzachten. Het kwam natuurlijk door het geopereerde oog, dat was nog gevoelig voor licht, nam ik aan. Dat ik er last van had maakte de spiegel duidelijk, ik zag er niet florissant uit, beetje lijdzaam. Beetje heel erg zelfs.
Toen drong het tot me door: het oog is wel degelijk verbeterd, nu zie ik pas hoe de wereld rondom eruitziet. Verbazingwekkend zo helder als alles nu is, net een cadeautje.
De dahlia’s zijn rooier, de druiven mooier, dorre planten dooier. Ha, het maakt me bijna dichter.­čÖä
De keerzijde echter…..
Wat ik voor gezellige krullen aanzag blijkt een warrig zoodje pieken.
Ik ben niet bleek/bruin maar zie er regelrecht akelig uit. Spooky.
Het huis valt mee, de spullen ook, leve stofzuiger, was- en vaatwasmachine.
Jammer dat echtgenoot er niet meer is, dit zou humor geweest zijn.
Ik h├│├│r het hem al zeggen: ‘Je weet zelf niet wat een mooie bejaarde je bent.’
Flauw voor een buitenstaander, troostend voor onszelf.
Nu lach ik in gedachten terwijl ik naar antirimpelcreme zoek.
==

compliment

Over complimenten


Een van de beste dingen die iemand kan geven en krijgen, mooier dan een echt cadeautje.
Hoe kon je als kleintje stralen als iemand jouw jasje mooi vond, liep je niet rond als een pauw?
Met het groter worden bekeek je het anders.
De complimenten van Moe waren goedbedoeld maar hadden weinig waarde, ze vond al haar kinderen artistiek, knap en pienter. Haar woorden zeiden ons niet veel.
Over die van vrijers kan ik kort zijn: liefde maakt blind. Een amusant gedoe omdat het de lachlust opwekte in huiselijke kring. Het was niet aardig van me maar sommige dingen m├│├ęst ik kwijt: ‘Weet je wat hij zei? Hij vond me een engeltje….’
Lieve woordjes van de kinderen waren ontroerend, daar genoot ik van. Die hoorde ik graag, wie niet? En van echtgenoot, uiteraard.
Eens kreeg ik een onhandig maar schattig compliment van een man in een mailgroepje.
Het onderwerp was een gerecht waarover we ieder een eigen idee inbrachten. Tijdens het schrijven liep het water me in de mond, misschien te duidelijk.
Zijn reactie:
‘Potverdomme, wat kun jij me lekker schrijven.’

Op school scoorde ik er niet veel. En m├▓cht iemand me iets vriendelijks zeggen dan gebeurde het geen tweede maal. Mijn stuurse gezicht hielp ook niet mee.
Ik kon er niet mee omgaan, geloofde ze niet altijd en werd er onzeker van.
Misschien was het de puberteit, een gemankeerde karaktertrek, ik weet het niet.
Maar opeens was ik volwassen.
Toen deed het er minder toe.
==