boek

Lezen?

Daar bewegen er nauwelijks in zit en de bibliotheek op halve kracht draait zocht ik in de boekenkast. Je moet toch wat.
Ik stuitte op een vergeten exemplaar waarvan ik nooit heb geweten hoe het hier terecht kwam. Adem van Geluk, een bundel van Leni Saris, Jos van Manen-Pieters, Henny Thijssing–Boer.  Weer  gauw weggemoffeld.
Ik vond het boek van Daniel Kehlman, Het meten van de wereld.
Vreselijk ding.
Hierin ben ik talloze malen begonnen en even zo vaak mee gestopt.
De oubollige humor is te tergend om te vermaken en van personages’ wetenschap snap ik niks.
Ik zocht verder maar het regende opeens.
Vlug een stoel naar buiten, vol verwachting het gezicht omhoog.
Tja.
Net zat ik in positie toen het blikte.
Donder er achteraan. Paar hagelstenen. Grrr.
Narrig stond ik voor de kast.
Geen goed boek.
Geen buitendouche.
Geen pistool.
Pling. Buurvrouw redde me met een grap.
==
spanning

Iets boeiends..

..daar had ik zin in. Opgevoerde spanning met een onvoorspelbare ontknoping.
In de bibliotheek vond ik  niets van mijn gading.
Dat is jammer, het dagelijkse leven is soms wat slapjes. Het valt niet mee om voldoening te putten uit vragen als
wat voor weer wordt het?
– koppie thee, buurvrouw?
– is het al tijd voor de bollen?
– branden de aardappelen niet aan?
– waar heb ik dat potlood neergelegd
Dat soort slomigheden kan ik niet ernstig nemen, daar brand ik zelf van aan.
Natuurlijk kan ik de spanningspanning opvoeren door het potlood te verstoppen en de buurvrouw zout in haar thee te doen maar ik denk niet dat me dat lang boeit, bovendien moeten we  vrienden blijven. Zij heeft een auto.
Het  valt niet mee  de sjeu er in te houden.
Ik heb wel eens nieuwe vragen bedacht, een niet onaardige bezigheid maar er kwamen geen antwoorden.
– Vaart deze week het goudschip binnen?
– Vangt de haai eindelijk die rolmops ?
– Hoelang kan ik de melkboer nog weerstaan?
Boeiend was het wèl. Alsof ik in een Hitchcockfilm leefde.
Toen werd de spanning me teveel en heb ik drie weken met hoofdpijn op bed gelegen.
Daar was niet veel aan.
==

dag

Enkele tinten grijs

Het was een grijze dag.
In de kam zaten nieuwe grijze haren.
De stoep was grijzig, iets tussen nat en droog in.
Bij een greep in de sokkenbak liepen er, jawel, grijze in mijn handen.
Het onkruid, dat in de zon te groen oogt, stond er grauwelijk bij.
Mijn humeur was donkergrijs.
Ik belde Ziggo. Lukte niet, je dient je nummer op te geven, dan belt Ziggo jou.
Het humeur donkerde tot antracietgrijs.
Toen belde een buurvrouw of ik zin had in koffie.
Daar klaarde ik van op.
Ik groette het onkruid, trok andere sokken aan, prees de stoep die bijna bloosde.
Met de buurvrouw wachtte haar kat, hij hief zijn kop naar me op.
De dag kon niet meer stuk.