Kleine dingen

Ken je dat, een hele dag last hebben van onnozele maar irritante voorvalletjes?
Het begint ’s morgens met gestruikel over het matje bij je bed.
Telefoon niet te vinden.
Slip van ochtendjas in de wc-pot hangend.
Tandpasta op.
Puberdochter jankend aan het appen.
Buurmans auto voor de oprit.
Enzovoorts enzovoorts tot je op het einde van de dag de zoekgeraakte dwergkees van zoontje in je bed vindt.
Nog haal je adem. Heel, heel diep.
En nèt wanneer je voorzichtig je hand uitsteekt om het beest op te pakken piest hij op je hoofdkussen..
Dan weet je dat het inderdaad de kleine dingen zijn die het hem doen.
Die de duivel in je wakker maken.

Advertenties

Verliefde buurman 2

Het was maar een tikje

‘Frank,’ viel ik uit, ‘ik geef niets om je, dat weet je onderhand. Bovendien heb ik geen zin en weinig tijd. Ga opzij of ik maak stennis.’
‘Dan breng ik je wel naar huis…’
‘Geen denken aan en nu ga ik.’ Ik reed de kar een stukje naar voren om hem zachtjes tegen de benen te tikken.
‘Kijk nou wat je doet, je rijd me zowat van de sokken. …’ Gepijnigd greep hij naar zijn knie, hinkelde een paar moeilijke passen en leunde op mijn kar. ‘Nu moet je me naar de dokter brengen, ik kan zo niet rijden, aaauuu…’
‘Stel je niet aan, het was maar een tikje.’ Verontwaardigd rukte ik de kar van hem weg; daar was hij niet op bedacht en hij zeilde onderuit waarbij hij raar op zijn knie terecht kwam en deze nu daadwerkelijk bezeerde.
Verdorie, nu had ik het voor elkaar. Me verplicht voelend gaf ik hem een hand om hem overeind te trekken. Zwaar hijgend stond hij tenslotte rechtop, wuifde de behulpzame bedrijfsleider weg   -ja hoor, het gaat prima, ik rijd met deze mevrouw mee – en nam ongevraagd mijn arm.
– Ziezo,’ was zijn tevreden commentaar, ‘nu moet je wel…’
Wat te doen?

©Bertie
Wordt vervolgd.

Verliefde buurman l

Hij blijft me volgen

Daar stonden we dan, hij met een innemend lachje, ik geïrriteerd door datzelfde lachje.
‘Sorry Frank, ik heb geen tijd. Geen interesse ook.’  Ik probeerde om hem heen te lopen waarop hij  pal voor het karretje ging staan.
‘Kom op, verdriet duurt niet eeuwig, je kunt toch wel éven naar me luisteren? Ik weet zeker dat we….’
‘Nee. Ga alsjeblieft opzij!’
‘…. een goed stel vormen, jij en ik.’ Hij praatte gewoon door.

Frank was een vroegere buurman die me al jaren aanbad en dat zo overduidelijk liet merken dat we  afwisselend om hem lachten en ons dood ergerden.
Na een verhuizing zagen we hem niet vaak meer; helaas, zodra hij ontdekte dat we uit elkaar  waren en ik op mezelf woonde zocht hij me en trof me meestal in de supermarkt, wetende dat ik vaak boodschappen doe. Drie kinderen eten nogal wat.
Hij gedroeg zich fatsoenlijk zij het volhardend in zijn verliefdheid die, zo bleek, onverminderd sterk was. Hij probeerde me bij elke ontmoeting over te halen een afspraak met hem te maken en drong drammerig aan.
Deze keer was hij erger dan ooit.

©Bertie
wordt vervolgd