Vakantiehondjes

Een kennisje heeft een logeerhond, het valt haar niet mee. Vandaar de herinnering aan dit verslag.
Ongeveer 8 jaar geleden schreef ik het. Er is geen woord van gelogen.


Nooit eerder hadden we een klein soort hondje in huis gehad, nu twee tegelijk.
Enfin, we gingen er voor.
De start was indrukwekkend.
Tien minuten na aankomst  gluurde de buurkat door het achterraam toen Jack, de grootste, net naar buiten keek.
Ongelooflijk, de snelheid waarmee hij zich een gat door de deur beet en als een gevlekte bliksem achter de kat aan schoot die zich door een kier in de schutting redde. Jack sprong erachteraan en bleef met zijn nagels aan het hout hangen.
Het was heel decoratief, zo’n zwart-wit ornament, temeer daar het zich bewoog en geluid gaf.
Russel, de kleinste, stond voor een raam en keek ernaar. Hij was veel makkelijker en liet hoogstens een piepende BLAF horen.
Nieuwsgierig ging hij naar buiten om Jack te bekijken.
De kat verscheen weer, loerend door de kier; hij had een collega meegebracht.
Ze keken met hun snorrenkoppen door de opening, grinnikten hufterig en hieven een middelteen op naar de gehangene.
Razend van drift blafte Jack zich los. Hij was te dik voor de kier, lijdzaam moest hij toezien hoe kat en kompaan hem uitlachten.
Russel kreeg meelij met grote Jack, samen keften ze  zich zowat in een coma. Met vier poten tegelijk sprongen ze op en neer om over de schutting te komen. Het lukte niet.
De katten grijnsden slechts.
Russel stopte met springen en stak zijn neus door de kier;  waarschuwend deed hij zijn hoge BLAF, en nog een keer.
Verbaasd keken de katten op, sloegen zich dan op de knieën van het lachen.
Beledigd zocht hij grote broer Jack, ze keften nog wat en dronken de waterbak leeg.
We zagen het aan.
Doodop van de herrie haalden we de honden naar binnen en zetten de televisie voor ze aan.
Ze maakten ruzie over het programma maar we waren onverbiddellijk.
Tien minuten kijken en dan naar je mand.
Rust.
En dit was nog maar dag één.

Advertenties

Koffietijd theetijd slaaptijd

regen120180829_182444
Tijd voor thee.
In de serre zittend probeer ik er een boek bij te lezen. Het is lekker buiten. Blauwe lucht, een lieflijk wolkje, warme zon. Loom word ik, lomer, tot ik slaap.
Dan word ik wakker door een regelmatig geroffel. Een welkom geluid, iedereen weet hoe goed regen klinkt wanneer je zelf droog blijft.
Tijd voor koffie.
Ik ga verder met het boek.
Knus. Druppels op de ruiten, sussend geplens op het dak. Tevredenstemmend. Je zou zomaar weer gaan slapen.
En ja, een hazenslaapje overvalt me.
Na het avondeten een nieuwe leespoging.
Stil zijn de staatgeluiden, een buurkat kroelt naast me, het schemert licht.
Ik slaap in

En dan moet de nacht nog beginnen.


Muis, gisteravond

Roetss en hij was voorbij maar ik had het gezien, een ding dat te groot was voor een spin en te klein voor inbreker.
Onder de radiator door naar de tv-kast en daar bleef hij/zij/LGBT.
Ik vloog op, zette de buitendeuren open en haalde de bezem, stampte ermee op de grond, bonkte tegen kast. Het hielp niet. Hij liet zich niet verjagen, bovendien werd het koud.
Wat nu. Doorgaan met lezen?
Tja, je zit niet rustig wanneer je huis wordt ingenomen.Wat heet, je complete privacy is naar de maan. Echt waar, ik voelde me gegeneerd toen ik mijn vest uittrok.
Toen ging ik maar naar bed.
Lekker liggen deed ik niet, bangelijke gedachten teisterden me. Het dekbed bewoog, het waren mijn eigen tenen. Knagende dromen stoorden mijn slaap. Uiteindelijk bleef ik rechtop in bed zitten tot ik vanzelf omviel.

Vanmorgen gegoogled: hoe raak je een muis kwijt?
Ik had niet de juiste spullen in huis om de muis (of meerderen, wie weet?) weg te krijgen; gif wil ik niet, een kleefplankje en klem ook niet, de buurkat is op vakantie. Bleef over een middeltje met eucalyptus, iets als Dampo of Vicks. Daar schijnen muizen misselijk van te worden.
In alle hoeken staan nu schaaltjes met dampo, het huis geurt alsof het verkouden is.
Het wachten is op een muis die naar de wc rent.
Dan spoel ik hem door.

 

 

Dierengelach?

Een overbuurvrouw liet haar hond uit, een jolig beest met veel ras. Ik aaide hem en tilde een voorpoot op om eronder te krabbelen. Hij hapte naar me. ‘Huh?’ Buurtvrouw snapte er niets van.
‘Even kijken of hij tegen kietelen kan,’ legde ik uit. Ze kon er niet om lachen.
Buurkat liep langs.
‘Kom hier dat ik je kietel,’ riep ik Hij keek me aan, van boven naar beneden en terug  en verdween onder de struiken. Misprijzend.
Er blaften en keften een paar dwerghondjes, verderop in de buurt, die zou ik vast wel stil krijgen. Ik nam ze op schoot en kietelde ze onder de voeten, onder de voorpoten en kneep ze in de buik. Ze worstelden zich los en huilden nog veel harder.
Het viel me tegen.
Na het lezen van /kietelen-voor-de-wetenschap/   dacht ik de dierenvriend uit te hangen,  de meeste honden zijn immers aanhalig en sommige katten ook.
In plaats daarvan  steken ze de straat over als ze me zien.