Gallige start

Opstaan met verkeerd been,  bons!   Ik bind  het aan, breekt de riem.
Goedemorgen.
In de badkamer draai ik de verkeerde kraan open. Met de rechterhaak smeer ik brandzalf op de linkerhand.
De hond rent op me af, ‘Dag beestje, heb je honger?’ Hij springt schouderhoog voor een stevige lik,  wat? donker? tssss,  hij heeft het goede oog geraakt en het glazen ziet niets, halleluja.
Nu ben ik pas goed wakker. Tastend vind ik de kraan en spoel. Ik heb weer licht.
Dan…   voordeur wordt ingeslagen,  brandweer grijpt me, paniek, ik word naar buiten gezwierd,  schreeuw ‘watsandehand’. Iemand wijst naar de bovenramen.
Staan de buren in brand en ik heb niks gehoord, batterijen zijn leeg.

Kunstbeen, haak, glasoog en hoortoestel  gooi ik resoluut in de vlammen.
Ik heb er alleen maar last van.

Over tijd


Cliché: de tijd vliegt voorbij.
Het is nog waar ook.
Onbegrijpelijk;  ik heb geen baan, (als AOWster hoef ik me nergens te vertonen want ben automatisch ouderwets of achterlijk of beide),  geen gezin meer om te verzorgen, geen vlotte clubs, weinig familie (als jongste hoef je alleen nog uit te zwaaien), wat doe ik dan dat de tijd zo snel gaat?
Ik weet het niet.
Zó maak ik de zaterdagpuzzels, opeens is het woensdag marktdag,  donderdag,  vrijdag en zit ik opnieuw aan de zaterdagsudoku.
Toch ben ik niet dement (bij mijn weten), buren groeten normaal, kennissen komen gewoon op de koffie.Het is natuurlijk prettig dat ik me niet verveel.
Maar toch: waardoor gaat die tijd zo hard?
Krijg je bij het ouder worden een soort versnelling in tijdbeleving? Leeftijdsacceleratie?
Of wat?