Thuisvakanties

Soms bejubeld, tot voor een paar jaar terug ook door mij.
Voorheen vond ik het lekker. Geen herrie en ik voelde me  echt ‘op me eige’.
Zodra de druk van scholen niet meer telde en de kinderen hun eigen zomer bepaalden planden we onze vakanties na de bouwvak, dan hadden we tweemaal achter elkaar een paar mooie weken.
De rustige op eigen stoep, daarna de echte.

Nu echter word ik er na een week of anderhalf ongedurig van.
De planten geteld hebbende is het wel èrg stil, een achterfje is niet hetzelfde als een mooi natuurgebied waar je van de rust geniet.
De kwestie is dat je de herrie van vroeger niet meer hebt. Er zijn veel minder kinderen en die zijn òf van babyformaat of ze zitten binnen, grotere kinderen gaan op pad, op kamp.
Buurtfeestjes zijn uitgestorven op een enkele verjaardag na, muziek hoor je zelden. Barbecuën en verbouwen wordt nog wel gedaan maar niet meer op grote schaal.
Heel fijn.
Maar de hang naar rust is nu verdwenen, in vakanties wordt het uitzicht op en stilte van schuurtje, schuttingen en buurtuinen tergend saai.

Ik zoek iets, afleiding.
Zodoende heb ik uitgekeken naar een eigen vakantie.
Met een buurvrouw zocht ik naar korte tripjes, per avontuurlijke bus of boot, of wat dan ook.
We hebben er een paar op het oog en vergelijken datum en tijd.
Een dezer dagen zijn we weg en als het me bevalt ga ik alsnog verderop.
Wordt het hier ook eens rustig.
==

.

Advertenties

Opleving

Precies in het laatste strijklicht dat langs de planken scheert bloeit de roos op, je ziet hem de moedeloosheid van zich afschudden en hoort zijn verheerlijkte zuchten: zalige zon..

Zo’n zalige opleving lijkt mij ook wel wat.
Alleen, om voor één zonnestraaltje naast die roos te gaan liggen is me te gortig.
Voor je het weet sta je in het sufferdje:
‘Gisteravond hing onze plaatsgenote Bertjens bijna Naakt_over_de_schutting
teneinde de laatste zonnestraal te vangen. Ze wilde een opleving. Of de film naspelen?
Wie zal het zeggen.

Voor zover bekend heeft ze er niets aan overgehouden maar kreeg in ieder geval aandacht.’

Stel je de commotie voor.
Iemand stuurt een foto de wereld in.
Hollywood wordt wakker, Hilversum, de bladen, paparazzi loerend aan voor- en achterdeur, op zijn minst belt MAX voor een passende rol naast, eh, dat weet ik niet zo gauw.
Toch doe ik het niet.
Pa en moe draaien zich om in hun graf.
Buren lachen me uit.  (ik kom ze dagelijks tegen)

Ik neem genoegen met een foto en schenk  een bak koffie in.
Niet dat ik daar van opleef maar het is beter dan dat gehang.
Trouwens, het regent.
==

Bezoek, graag of niet?

‘Tegenwoordig is er niet veel meer aan, vroeger ging de familie bij elkaar op de koffie of zo...’
De vrouw keek rond. Enkelen knikten, verder kreeg ze weinig bijval.
Ze vergat dat die familie intussen flink was uitgedund en de overlevenden vaak een goede reden hadden om thuis te blijven. Ziekelijk, niet mobiel of gewoon geen zin meer in het miljoenste kopje koffie en thee. Bovendien hebben veel mensen hun eigen (klein-)kinderen met wie ze hun visitetijd doorbrengen.
De vrouw overdreef een beetje. Lang niet alle families liepen af en aan om dagelijks te buurten, enkele gezinnen daargelaten. Dat zag je eerder bij verknochte vriendinnen/buurvrouwen.
Wel was er meer vrienden- en familieverkeer dan nu.
Terugdenkend herinner ik me de gehaaste zondagochtenden.
Vroeg ontbijten, kinderen wassen en aankleden en vroeg lunchen, dan konden we tijdig wegkomen om zelf ergens naar toe te gaan voordat er iemand bij ons aanbelde.
Bij het ouder worden ging het geloop eraf, gelukkig maar, ik moet er niet aan dènken weekend-aan-weekend bezoek te hebben. Het geklit lag en ligt me niet zo.

Bij de jonge stellen om me heen zie ik het verschil met toen. Enkelen komen uit middelgrote gezinnen, de meesten hebben een of twee broers/zussen of, als ze erg jong zijn, vriendengroepen. Elke dag of weekend gevuld met visite zie je veel minder, ze hebben beiden een baan en om buren maken ze zich niet druk.
Ik benijd ze, ze kunnen hun eigen leven leiden.
De vrouw die er ‘niets meer aan’ vindt denkt daar anders over en waarschijnlijk zij niet alleen.

Tja, overleden ouders, zussen, broers, buren, kun je niet terughalen.
Ook kun je de tijd niet stopzetten al proberen een paar mensen het via kaartavondjes (‘dat was zo gezellig, geen tv…’) of iets dergelijks.
Ik begrijp het wel, je eigen huiskamer voelt intiemer dan een zaaltje in het gemeenschapshuis.

Maar voor mij hoeft het niet.

Net mensen


Deze zonnebloem staat met zijn hoofd boven de schutting en richt zich op de buren. Nieuwsgierig volgt hij hun leven, waarom eigenlijk? Dat weet hij zelf niet.
Wil ìk zijn aandacht dan dien ik te wachten tot halverwege de middag, tot de zon gedraaid is en  hij zich naar onze achterdeur keert. Denkt zeker dat ik eindeloos zit te wachten tot hij me ziet.
De verbeelding van grote bloemen is gewoon bespottelijk.

 

 

 

 

 

De sedum is anders, bescheidener.
Steekt rustig zijn kop uit de grond en groeit op elke plek, zonnig of niet, nat of droog, met of zonder dorre blaadjes, hij staat bescheiden te wezen in al zijn fletse rozerood.
Dat hij, van bovenaf gezien, op rauwe gehakt lijkt is grappig maar het kan hem niets schelen. Zei hij. ‘Ik ben vegetariër.’

Zomermiddag

Ik slenter wat in het achtertuintje waar stilte heerst nu de helft van de buren weg is. Honden zijn uitbesteed, een genot dat op zich al vakantie te noemen is.
De wildgroei van bloemen en onkruiden door elkaar ziet er enigszins verwaarloosd uit, toch oogt het geheel niet onaantrekkelijk. Eigenzinnig.
Hier en daar scheur ik een verdord blad, bewonder een krullerige omlijsting rond de gebarsten spiegel en het hoogreikende koninginnenkruid.
De grote wortelklonten van de waterlelies zijn opdringerig en duwen de bloemen boven water waardoor die niet tot hun recht komen. Laat ze maar, over een paar maanden gaan ze er uit.
Kauwen terroriseren met veel lawaai de molenwieken. Zouden ze echt het idee hebben de baas te zijn?
Een verdwaalde vlinder fladdert weg als ik de camera richt. Moet een bangoogje zijn.
Er zoemt iets looms.
Met een kop koffie laat ik me in de luie stoel zakken, het is hier best uit te houden.
.

 

 

Gallige start

Opstaan met verkeerd been,  bons!   Ik bind  het aan, breekt de riem.
Goedemorgen.
In de badkamer draai ik de verkeerde kraan open. Met de rechterhaak smeer ik brandzalf op de linkerhand.
De hond rent op me af, ‘Dag beestje, heb je honger?’ Hij springt schouderhoog voor een stevige lik,  wat? donker? tssss,  hij heeft het goede oog geraakt en het glazen ziet niets, halleluja.
Nu ben ik pas goed wakker. Tastend vind ik de kraan en spoel. Ik heb weer licht.
Dan…   voordeur wordt ingeslagen,  brandweer grijpt me, paniek, ik word naar buiten gezwierd,  schreeuw ‘watsandehand’. Iemand wijst naar de bovenramen.
Staan de buren in brand en ik heb niks gehoord, batterijen zijn leeg.

Kunstbeen, haak, glasoog en hoortoestel  gooi ik resoluut in de vlammen.
Ik heb er alleen maar last van.

Over tijd


Cliché: de tijd vliegt voorbij.
Het is nog waar ook.
Onbegrijpelijk;  ik heb geen baan, (als AOWster hoef ik me nergens te vertonen want ben automatisch ouderwets of achterlijk of beide),  geen gezin meer om te verzorgen, geen vlotte clubs, weinig familie (als jongste hoef je alleen nog uit te zwaaien), wat doe ik dan dat de tijd zo snel gaat?
Ik weet het niet.
Zó maak ik de zaterdagpuzzels, opeens is het woensdag marktdag,  donderdag,  vrijdag en zit ik opnieuw aan de zaterdagsudoku.
Toch ben ik niet dement (bij mijn weten), buren groeten normaal, kennissen komen gewoon op de koffie.Het is natuurlijk prettig dat ik me niet verveel.
Maar toch: waardoor gaat die tijd zo hard?
Krijg je bij het ouder worden een soort versnelling in tijdbeleving? Leeftijdsacceleratie?
Of wat?