Leuke kermis, helaas zonder vis.

Zo fijn liepen we niet eerder over de kermis. Ondanks het mooie weer was het matig druk, bij alle kramen.
Jammer voor de uitbaters van attracties maar voor ons, slenteraars, leek het meer op een gezellige markt waar je af en toe bekenden tegenkomt.
Wat dat betreft zijn de corona-maatregelen een zegen, op deze manier is het terras weer een prima plek om te eten en drinken, te zitten en kijken, dat laatste vooral.
Daarna ter afsluiting oliebollen voor vriendin, vis voor mij.

Toen had ik pech dat er geen broodje haring meer te koop was want de haring was op, zei de visboer. Tja, nou, dan maar niet, deed ik luchtig.
Maar het viel me tegen.
Kermis zonder vissie.
Ik denk er nu nòg aan.
haringherring-5431437__340
=

Twijfelaarster

Ze aarzelde al toen ze in de wieg lag, rammelaar of popje?
Als peuter ging het door, driewieler of stepje, laarsje aan of laarsje uit.
De kordate juf wachtte er niet op, ze zette het kind resoluut aan een spelletje.
Op de basisschool viel niets te kiezen maar de leerstof bood hulp: met -dt of alleen een -t, moet die som zus of hoort het zo. Vriendin met Anna of toch maar met Jenny.
Als puber werd de twijfel heviger.
Elke morgen dacht ze: naar school of spijbelen, leraar Engels knapper dan de Franse,
is zoenen lekker of juist niet, broodje eten of Bossche bol.
Eindeloos redeneerde ze zonder passende besluiten te kunnen nemen, geen therapie, psycholoog, neuroloog, psychiater kon haar genezen, ook niet de aanpak van een strenge tante om over coaches maar te zwijgen.
Zo aarzelde ze voort tot ze oud was en ongehuwd op haar sterfbed lag waar de pastoor haar bijstond. Hij vroeg niets want kende haar, ze was in staat te twijfelen of ze naar de hel of de hemel zou reizen.
God was genadig en liet haar geen keus: rechtstreeks naar de hemel.
Maar hij ergerde zich wel een beetje toen hij zag dat ze zich doorlopend afvroeg: op welk wolkje zal ik gaan zitten.
engeltjeangels-3163022__340
==

Boodschappen voor morgen

Het is pas tien uur, nog vroeg genoeg om een patatje te bakken.
Maar er zijn geen aardappelen.
Of om een broodje met iets lekkers te maken
Niets lekkers in huis.
Koekje misschien?
Trommel is leeg.
Een glas wijn is ook goed.
Helaas.
Biertje dan maar.
Idem.

Ik bekijk alle blikjes fris van voor de crisis.
Nee… zonder suiker ook nog, jèk. Dat de jongelui dat lusten.
Grenadine?
Melk?
Ik neem een kop koffie.
Altijd lekker.
=

Hoe later de avond hoe dieper de gedachten.

Jammer dat ik niks meer te snaaien heb.
Een enkel blokje kaas.
Zal ik een broodje smeren? Paar aardappels schillen?
Beter van niet.
Wat zal ik morgen eens koken?
Er zijn nog paprika’s en uien, misschien wat roosmarijn erbij, weer eens wat anders.
Of die Turkse kruiden, ook lekker.
Stom dat ik die komkommer al op heb.
’n Pistoletje zou er ook wel in gaan
met ham of salami en er is nog wat brie,
lepeltje bearnaise eroverheen. *watertandend*
En er staat nog….
…effe flink zijn Bertus.
Oké.
Ik neem een appel.
Het is toch al bijna bedtijd.
==

Warm eten

Rond vijf uur liep ik door de straat.
Etenstijd, een feestje van geuren.
Bradend vlees, ergens stond soep op het menu, verderop nasi of bami en ik denk snert te hebben geroken. Niet alles kon ik thuis brengen, het was allemaal verleidelijk.
Het maakte hongerig.
Ik dacht aan het broodje dat me wachtte. Is ook smakelijk maar met een hoofd vol lekkernijen kwam het me armzalig voor.
Watertandend, kwijlend bijna hield ik mezelf voor: waarom zou ik niet nog eens koken? Wat was er mis met tweemaal op een dag warm eten, het lijkt me juist gezond. Een schaal verse groente en aardappelen met donkere jus, misschien wat extra’s erbij, rijst met kip? Soep?
Zo liep ik met mijn gedachten aan eten te denken dat ik ineens in de supermarkt stond. Ik zweer je, het was niet gepland.
Toen kwam ik tot bezinning en kocht een krop sla. Voor morgen.