Hoe later de avond hoe dieper de gedachten.

Jammer dat ik niks meer te snaaien heb.
Een enkel blokje kaas.
Zal ik een broodje smeren? Paar aardappels schillen?
Beter van niet.
Wat zal ik morgen eens koken?
Er zijn nog paprika’s en uien, misschien wat roosmarijn erbij, weer eens wat anders.
Of die Turkse kruiden, ook lekker.
Stom dat ik die komkommer al op heb.
’n Pistoletje zou er ook wel in gaan
met ham of salami en er is nog wat brie,
lepeltje bearnaise eroverheen. *watertandend*
En er staat nog….
…effe flink zijn Bertus.
Oké.
Ik neem een appel.
Het is toch al bijna bedtijd.
==

Advertenties

Warm eten

Rond vijf uur liep ik door de straat.
Etenstijd, een feestje van geuren.
Bradend vlees, ergens stond soep op het menu, verderop nasi of bami en ik denk snert te hebben geroken. Niet alles kon ik thuis brengen, het was allemaal verleidelijk.
Het maakte hongerig.
Ik dacht aan het broodje dat me wachtte. Is ook smakelijk maar met een hoofd vol lekkernijen kwam het me armzalig voor.
Watertandend, kwijlend bijna hield ik mezelf voor: waarom zou ik niet nog eens koken? Wat was er mis met tweemaal op een dag warm eten, het lijkt me juist gezond. Een schaal verse groente en aardappelen met donkere jus, misschien wat extra’s erbij, rijst met kip? Soep?
Zo liep ik met mijn gedachten aan eten te denken dat ik ineens in de supermarkt stond. Ik zweer je, het was niet gepland.
Toen kwam ik tot bezinning en kocht een krop sla. Voor morgen.