Spartaans

De afgelopen dagen zag ik veel mensen met handschoenen. Het weer was er ook naar.
Zelf gebruik ik ze nog niet omdat ik alleen korte stukjes loop of fiets.
Hierbij dacht ik aan de opvattingen van mijn moeder die ons wilde harden. Niet te vroeg met dikke kleren, zo lang mogelijk zonder wanten,  blootshoofd op de schaats.
Bewegen hielp het beste tegen kou. Dan ging je maar rennen en met de armen zwaaien.
Wij waren niet blij met haar ‘wreedheid’, verontwaardiging stak elke winter de kop op en we zochten zelf tussen het wintergoed. Mutsen en sjaals hoefden we niet maar wanten zeer zeker. Ze breidde ze zelf van, naar ze zei, de allerbeste 3Suisseswol, (voor jongeren onbekend?) en waren meestal te dun. Wat kon ons dat merk schelen, warme handen wilden we.
Een van de grote zussen breidde ze met dubbelgaren maar dat vond moeder overdreven: zo wenden we niet aan kou.
Een beetje gelijk had ze natuurlijk wel, van spelen, hardlopen en schaatsen bleef je lekker warm  maar die handen, verstijfde vingers die naderhand tintelden tot je er misselijk van werd en bijna jankte van de pijn.
Enfin, we overleefden alle winters en groeiden rustig door, koud of niet.
Pas bij volwassenheid wierpen haar woorden vrucht af, handschoenen droeg ik hoogstens bij langere fietstochten terwijl mijn man het liefst wollen dekens om zijn stuur zou draaien.
Nu heb ik ze haast nooit nodig.
Komt goed uit.
←Dit is het laatste paar wat ik nog heb:

Verbroken…


Vanavond viel de verbinding met Internet uit.

Ach, nou ja, dat wordt lezen. Dacht ik. En ik las.
Zojuist toch even even geprobeerd op tablet, en ja, verbinding hersteld.
Dat had me in de beginjaren van computergebruik moeten gebeuren, in alle staten was ik. Indien er geen kind voorhanden was belde ik er een: ‘heb je even tijd? Alsjeblieft en please? Ik weet niet wat ik gedaan heb maar de boel is kapot en wat moet ik nu doen enzovoorts.’
Daar had ik geen rust van, dacht alleen maar aan wat ik had willen mailen of wat dan ook,  kwam niet op het idee om iets anders te doen. Nerveus werden alle knoppen geprobeerd, een wonder dat ik niets stuk maakte.
Intussen heb ik niet alleen ’n beetje bijgeleerd, ik ben ook wat minder freaky. Geen web? Pech gehad; televisie, boeken, beetje breiwerk, puzzels, er is altijd een vervangmiddel en vaak is het nog leuk ook. Of ik bel een zus.
Niet meer in paniek raken wanneer ik het web niet op kan, er is ook nog een andere wereld.
Een verworvenheid al zeg ik het zelf.
Nu het weggevallen geluid nog.
Of zal ik zelf zingen? 🎶

Boswandeling

Vanniddag zag ik een geruite tijger in het bos.  Luierend, languit in het groen.
Geschrokken bleef ik staan. Hij keek, keurde me van hoofd tot voeten en terug.  En luierde verder.
Naast opgelucht voelde ik me beledigd zo te worden afgeserveerd. Zo taai ben ik nog niet, riep ik hem. Vlug liep ik door.
Herfstige schoonheid leidde me af. Kunstige webben vertoonden zich,  met regenpareltjes versierd. Lange draden verbonden boom en struik, een zachtwollen lichtblauwe gleed over mijn gezicht. Hè? Wol? Ik bekeek de draad, zag dat hij van een tienmeterhoge tak afhing. Vreemd. Zouden spinnen de missing link hebben gevonden en meteen maar het breirag hebben ontdekt? Nee…..
Nou ja, het zal de zon zijn, nam ik aan, speling van het licht. Een speelgoedbeest en een rafeltje.
Die gedachte stelde me gerust.
De grote vijver rondend keerde ik terug, opnieuw genietend van het najaar volgde ik het pad naar de grote weg.
Een meter of tien daarvoor was een ritmisch getik te horen, iets bekends, iets van vroeger. Nieuwsgierig keek ik rond en warempel, daar zat een omatijger te breien aan een groengeblokte sjaal.
‘Mooi hè, past bij zijn geruite jas’ glunderde ze terwijl ze me trots de lange lap toonde.

Over boeken


Lezen is een van de fijnste hobbies, boeken de beste artikelen om te krijgen/lenen/door te geven.
Niet iedereen houdt ervan; ik ken genoeg mensen die zelden of nooit een boek inzien. Of zeggen: veel te dik, dan sla ik de helft over. Daar begin ik niet aan. Ze houden het bij een weekblad en de krant dan wel sufferdje.
Daar begreep ik voorheen niets van.
Goedgeschreven romans, biografiën, detectives, historische boeken, noem maar op, konden me niet lang genoeg duren.
De laatste tijd echter komt het steeds vaker voor dat ik boeken dicht sla.  Ik heb het gevoel dat er teveel auteurs zijn die langdradige geschiedenissen breien van plots die je in hoofdstuk 1 al ziet aankomen, evenals de ontknoping.
Het zal mijn ongeduld zijn. Met een paar jaar leeservaring leer je al de geheimzinnigheden van een doorsnee politieroman te doorzien. (Over spionageromans kan ik niet meepraten, daarvan raak ik altìjd de draad kwijt).
Dan zijn er richtingen waar ik niet van houd, bde’s (bijna-dood-ervaring) boeien me niet, iemand als Castaneda met zijn hallucinaties niet, new age niet, ‘psychologische’ hulpjes niet. Zweverigheid sowieso niet en daar zijn er juist zo veel van met titels die je misleiden en voor je het weet zit je weer met zo’n boek dat je niet uitleest.
Nu kun je ook mij horen zeggen: veel te dik, daar begin ik niet aan.
Dat had ik echt nooit gedacht.
Ook mamma wordt ouder.