En nu de lente

Hier en daar zag ik al weblogs met mooie beelden, fleurig, lieflijk, opwekkend ook.
Daar kan mijn tuintje niet tegenop.
De tulpen zijn bijna uitgebloeid,  voorzichtig verschijnt een beginnend minibloempje maar de planten in de schaduw vertonen de meest serieuze plannen, snap je dat nou? Hebben ze hier zo’n beetje warmste tuin van Brabant, bloeien die het eerst.
Ze zullen toch geen mutaties hebben opgelopen?
Je weet niet wat vreemde virussen doen,  straks groeien er k+k kerstbomen uit. Of zeewier.
Enfin.
De ooievaarsbek, Indische aardbei en dit kruipkruidje (zie foto, ik weet de naam niet) vertonen bloesem.
Zonloos.
Een wonderlijk begin.

Politiek


Geen prettig onderwerp maar af en toe moet ik wat kwijt.
Thierry, bijvoorbeeld.
Over het ventje persoonlijk zal ik mijn mond houden.
Maar dat een groot deel van Brabantse boeren achter hem staat gaat me boven de pet. Denken ze echt dat FdD beter is voor de boeren dan het huidige kabinet en dat het Forum perfect is?
Stel je voor.
Ex-CDA-ers die weer voortkwamen uit de KVP; zij verruilden de katholieke vuist in 1980 voor een duffe christenmix en deze keer voor een ijdeltuit pur sang.
Blijkbaar is geloven  een hardnekkige gewoonte of eigenschap.
Gaan ze nu ook nieuwe gebeden in elkaar zetten? Bidprentjes invoeren?
Ochtendgebed voor Beter Boeren en-de-Forumzegen-toe?
Maïs inwisselen voor witte rijst?
Varkens, bieten en kippen veredelen?
Democratische vergunningen verdelen?
=

Een onbevredigend einde

Vanmiddag troffen we de De Rattenvanger van Hamelen
Hij drentelde rond de kerk en keek zoekend om zich heen.
– Kunnen we U helpen meneer?
– Dag dames, weet U misschien waar ik moet zijn? Iemand  zou me ontmoeten in de Kerkstraat in Brabant.
– Dat is hier, zeiden we, wie moet u hebben?
Hij haalde zijn schouders op.  – De anonieme beller. Uit een anoniem gemeentehuis.
Nou zeg, dat is lastig.
– Hoe zag hij er uit?
-Dat weet ik juist niet, hij had alles afgeschermd. Hij zei  alleen dat ik in deze regio moet zijn om dieren bijeen te muzieken  en weg te lokken. Wat denkt U, had ik het moeten weten en om welk soort gaat het?
We keken elkaar aan.  -De varkens.
– Nou U het zegt… de Hamelenman snuffelde. We knikten, -ziet U wel?
Hij haalde een fluit tevoorschijn en blies een paar noten. Prompt hoorden we geknor en schommelden er een paar dikke biggen te voorschijn. We riepen ‘hoera’ en ‘gaat U vooral door’.
Hij hield op.
– Dat wil ik wel doen maar wie betaalt me? De beller ken ik niet en voor niets doe ik het niet. Weet U wel wat een varkensasiel vraagt per dier? U hoopt toch niet dat ik ze de rivier in jaag?
Oef. Een tegenvaller.
– Misschien een zacht prijsje…?
– Geen denken aan, daar zijn er al teveel van. Ik kan U wel op de Hamelenapp zetten, oké?
Tja. Er zat niets anders op.
Hij zei bezjoer en wij riepen houdoe en gingen met spijt uiteen.
==

.

Klein spul

Nog meer opschoons. Dit was voor een schrijfclubje.

Al die regen
gatverdamme
maakt mijn hersens
tot een lamme
en een letterlege boel.

Zie me zitten,
suf te wachten
op een nobele
gedachte
uitgeteld in luie stoel.
©Bertie=

Door stikstof nu weer actueel:

Denkend aan Brabant zie ik wagens vol varkens
grommend langs oneindige maisvelden gaan.
(Met dank aan Marsman)
©Bertie=

 

Brááf!


Zo gaat het nog even door, 25 punten in totaal.
Het is een kindermisboekje uit 1954 en zwierf  vroeger rond van keukenla via dressoir naar rommelschaal en weer terug tot ik het bij de nalatenschap van mijn ouders vond. Het ligt nog steeds in onze boekenkast. Moe wilde het waarschijnlijk niet weggooien of ze hoopte op good vibrations naar het gezin, vroeger geloofde ze nog.

Ons leven overziend kan ik niet zeggen dat al die oproepen tot braafheid geholpen hebben.
We waren geen cent beter dan de Christelijken, Gereformeerden, Hervormden, Joodsen, Protestanten en meer andersdenkenden. (die term…)
In Brabant, waar begin 1960 nog steeds het katholicisme heerste, waren de gelovigen ook niet volgzamer dan wij. Wel makkelijker, ze hoefden zich niet aan anderen te spiegelen: er was maar één kerk.

Maar goed, ik ken nog steeds het weesgegroetje en zelfs in het Frans, dit  door overmatig strafwerk van de leraar. Het gebrek aan onze braafheid deed hem af en toe de gal overlopen, vandaar. Zal hij echt gedacht hebben dat ons dit tot inkeer zou brengen?
Je vous salue…   😀
==

‘En dan denk ik aan Brabant want daar brandt nog licht’

brabantse-burgemeesters-ambtenaren-geintimideerd
‘De Peel en de Kempen en de Meierij’,  ze bieden ruim plaats aan drugslabs en -criminelen, groepen die uit complete families bestaan.
Zonde van de mooie provincie.
Nu de geruchten over wietwelstand (die zelfs onnozelaren als ons bereiken) vaker bevestigd worden denk je bij Meeuwis tekst onwillekeurig aan een andere lading. Jammer voor Guus. Het is niet mijn muziek, wel een goedbedoeld lied dat ik door enthousiaste mensen hoorde meezingen.
Daar hebben ze geen jointje voor nodig.

 

Zingend hoofd

Dat heb ik.
Ik zal het uitleggen.
We waren naar een luistermiddag van enkele zangkoren uit de omgeving die een uitvoering gaven, of, zo U wilt, acte de présence in  kasteel Tongelaar
Voor mij een spiksplinternieuwe ervaring.
Het was best gezellig.
Het aanbod van drank en eten was royaal, er waren veel bezoekers en een prima zon.
Het mooie weer was gunstig zij het dat de akoestiek op een binnenplaats (die buiten was)  te wensen overliet.  In de open lucht klinken stemmen, ook de mooiste, al gauw te ijl. Ze vervliegen. Ik weet niet hoe ik het moet uitdrukken.
In de binnenruimtes klonk het beter. Levendig. We swingden mee. Prettige moderne liedjes, afgesloten met Guus Meeuwis’ Brabants volkslied. Logisch, we wonen er tenslotte.
Het enthousiasme was groot, ons applaus eveneens, de koffie opperbest.
Een geslaagde dag
Alleen die naweeën…
Nog steeds klinken muzikale zinnetjes door het hoofd. Ik kan niet anders dan ze nazingen of neuriën, wie weet droom ik er nog van.
Straks ga ik de trap op, op de maat van↓
…dan denk ik aan Brabant…

Vriendjes en vrijers

Mijn  turbulente liefdesleven begon al vroeg.
Als klein meisje was ik idolaat van een jongetje dat een straat verderop woonde. Helaas, het geloofswater was te diep: hij zat op de openbare school, ik op de roomse.
Een paar jaar later ontdekte ik de dorpsnozem en wat voor een. Hij had een knetterbrommer, enorme vetkuif vóór en een kippekontje achter op zijn hoofd, goddelijk. Jammer genoeg had hij geen oog voor kinderen als wij.
Eenmaal in Brabant aangekomen viel ik direct op de mooiste jongen van een naburig dorp. Verstaan deed ik hem niet maar knap dat hij was, knàp, ik word nog week nu ik aan hem terugdenk. Serieuze verkering zat ook hier niet in, hij vond me tuttig dat ik cola dronk. Ja zeg, ik was net veertien.
Daarna wachtte me een aardige jongen op bij school. Met hem wilde ik alleen ’s avonds de straat op, hij was minstens twee koppen kleiner en mijn broer en zus pestten me. Tja.

Na het eindexamen mocht er officieel een vrijer thuiskomen.
Prompt diende er zich een aan.
Een donkere Oost-Europese man met antieke opvattingen: ik mocht met niemand dansen dan met hem, moest sigaretten voor hem halen, naar hem luisteren
Niettemin raakte ik in zijn ban tot hij serieuze plannen kreeg. ‘Jij maakt het huis gezellig en ik werk voor jou en de kindjes…’
Hoe kreeg hij het verzonnen.

De vader van de op een-na-laatste had een bedrijfje in de bouwsector. Zoon wilde dat uitdragen; hij overlaadde me met liefdesbetuigingen op zijn vaders schrijfpapier met daarop het officiële briefhoofd. Kwam ik thuis, lag er weer een vensterenvelop van de firma V.  Ach gut, alsof een meisje daarvan onder de indruk raakt.
Hij begreep niet eens waarom de romantiek vervloog. De sneue.

Over de eindkandidaat kan ik kort zijn.
Hij slaagde cum laude.

lip2