Zalig zijn de vreetzamen

Er was geen gans, er was geen kip
noch fazant of watersnip
varkens, reeën en kalkoenen
net zo min als negerzoenen
geen van hen vermocht ons boeien
enkel en alleen de koeien
daarvan lustten we een stuk
jamm, het was vur-ruk-kul-luk
zachte boter, groen, patat
of je in de hemel at.
Het was een culinair orkest
dat nog naklinkt in de rest
die we warmen in bouillon.
Daarvoor is de magnetron