Vlieg

Er zat een vlieg op tafel. Aart haalde uit en mepte naar het beest dat net op tijd opvloog, toch nog geraakt werd en spartelend in de boter  lag.
Aart sloeg nog een keer. Deze keer lag de vlieg verstild. De boterkuip was er ook slecht aan toe, plat geslagen met spetters in de hagelslag, op de kaas, aan het plafond.
–  Wat een troep, jammerde Jans.
Aart gromde slechts.
Plots zagen ze beweging n de boter, de vlieg kwam op, wurmde zich pootje voor pootje omhoog.  Even bekeken ze de strijd van een reeds doodgewaand beest.
Woest greep Aart opnieuw de mepper, stond op en hoog aanhalend timmerde hij op de boter, de vlieg missend die redding zocht onder de theemuts. Aart greep de muts, vlieg vloog op en als hij kon had Aart ook gevlogen. Nu nam hij de theepot en wierp hem naar de vlieg.
Die zat op het plafond, de plens thee deerde hem niet. Pootjewrijvend kroop hij naar de lamp.
Jans jammerde harder, ‘Aart, Aart’ roepend, ‘hou op!’
Aart was niet meer te stoppen ondanks Jans’gejammer.
Met een stoel gooide hij de lamp aan diggelen. Daarna het voorraam,
broodrooster, zigzaggend vloog het beest door de woning met Aart achter zich aan, samen een ruïne achterlatend tot ze beiden buiten waren.
De vlieg was verdwenen. Aart stond met lege handen.
Toen gaf hij Jans maar een mep.
Omdat ze zo mekkerde.
==

Broodschotel met appels..

.. uit het kookboek van 1946.

Op het oog een sober gerecht tot je leest dat er nogal wat suiker en boter nodig was. Dure artikelen, naar men zei. Nog steeds, in feite.
Vermoedelijk zou mijn moeder de helft hiervan weglaten en een lading kaneel erover strooien om het gebrek te verdoezelen.
Appels hadden we zelf, zoals de meeste dorpsbewoners.
Het zou dus een appelschotel worden met een enkele karige snee brood want oud brood aten ze liever geroosterd. Op de kachel.
Dit gerecht kende ik niet tot ik het las in allerhande
Het verschil is groot gezien de ingrediënten: rozijnenbrood: ei, slagroom, vanillesuiker enzovoorts.
In plaats van een restjesmaal is het nu een verwentoetje.

Zelf ga ik het niet uitproberen.
Geef mij maar een glas yoghurt met rooie jam onderin en plakjes banaan bovenop, dé hit op onze verjaardagen.
Ik vind het nog steeds lekker.

De rijke en de vrek

Dit stukje herinner ik me van de Lagere School maar weet de juiste tekst niet precies.
Het klinkt als een parabel of gelijkenis, over hebzucht en ijdelheid.
Kent iemand het originele verhaal en de afloop? De moraal? De personen?
Een rijkaard daagde eens een als vrek bekendstaande koopman uit: wie zette de beste maaltijd op tafel?
De rijkaard was als eerste aan de beurt. Hij praalde graag met zijn rijkdom en verzorgde een luxueus diner. Niets ontbrak, de schalen werden doorlopend gevuld met de fijnste spijzen. Tevreden zag hij hoe de koopman zich tegoed deed.
‘Wel,’ vroeg hij tenslotte, ‘denkt u dat u dit kan evenaren?’
De koopman glimlachte slechts.
Op de dag dat hij zelf gastheer was zag de rijkaard dat er niets klaar stond. ‘Wat eten we?’ vroeg hij verbaasd.
‘We halen het zo vers mogelijk in huis. Kom.’
De koopman nam hem mee naar de markt, naar de vishandel.
‘Is de vis vers?’vroeg hij de visboer.
‘Meneer,’ was het antwoord, ‘net gevangen en zo zacht als boter.’
‘Dan kunnen we net zo goed de boter nemen,’ zei de koopman en liep naar de zuivelkraam. ‘Is het goede boter?’ vroeg hij en opnieuw kreeg hij een gunstig antwoord. ‘Meneer, gemaakt van de fijnste olie’.
‘Ja, laten we dan maar olie nemen.’
Bij de oliekraam.  ‘De zuiverste olie meneer,  helder als water.’
Zo gingen ze naar het huis van de koopman met alleen een kan water.
….?