Oud geluk-nog ouder geluk→→→Adam+Eva begonnen er mee.

Van de week hoorde ik dit liedje.
Toen was geluk heel gewoon
En weer werd ik bevangen door een negatief gevoel.
Het zelfde heb ik met vergelijkbare nummers als Het Dorp
Waarom? Ik weet het niet maar ik vermoed dat het de vroeger-verheerlijking is die me tegenstaat.
Begrijp me niet verkeerd, we hadden het goed, beginjaren vijftig
De zaterdagavond leek enigszins op die van het liedje, eerst in de grote teil, er was iets lekkers bij de koffie, broer luisterde naar ‘Sprong in het Heelal’ en ik mocht meeluisteren al was ik jonger, terwijl de groten andere dingen deden, er werd gelachen. (Toen nog) zonder borrels. Het was knus.
Waarom dan die hekel? Misschien het kneuterige woordje ‘knus’?
Het stoort me ook als de tijd erna afgekraakt wordt.
Alsof we later allemaal plastic rozen hadden, onze kinderen nooit gelukkig waren, ze alleen maar in modderplassen zouden moeten zwemmen, op doorgegeven fietsen rijden.
En wat zeggen die weemoedigen als hùn vader opschept over zìjn jeugd?
‘Ja hoor, daar gaan we weer…’
‘Dat was vroeger…’
‘Je leeft in het verleden, opa…’
en…
Dat is het! Nu snap ik het.
Het moeten sprookjes zijn die doorgegeven worden zolang er mensen zijn.
En er zijn mensen die er in willen geloven en het op hùn beurt doorgeven.
Dat ik het niet eerder begreep.

ps Ik geloof niet in sprookjes.

Advertenties

Dat waren Klaas en Claus.

De kerstman had er genoeg van.
Zweefslee met luchtrendieren en rinkelbel. Irritant spelletje. Er moest meer zijn.
De plaatsvervangers in winkels en scholen waren hem ook een gruwel. De een was lelijk, de ander leek niet, de volgende kon er niets van en degenen die al dronken waren werden straalbezopen..
Nog een geluk dat de middenstand de cadeauverzorging had overgenomen.
Nu wilde hij ook van de rest af.

Hoe zou die Europese Klaas hier over denken, hij had een vergelijkbaar baantje. Van de andere kant, die man was vreselijk oud, zou die niet vastgeroest zitten?
Hij nam een kloek besluit en belde.
‘Ja?’ sufte iemand slaperig.
‘Santa hier, goedemiddag. Bent U meneer Klaas?’
‘Jazeker,’ de stem werd wakker, ‘goedemiddag collega. Ik hoef geen kerstcadeau en U krijgt ook niets. Ik zeg het maar vast.’
‘Neenee, ik weet het, U bent Dutch. Ik vraag me alleen af of U dit werk nog met plezier doet.’
Sinterklaas viel stil. Een minuut, twee, drie. Toen liet hij zich gaan.
‘Santa, ik ben mijn baan aan het afronden. Ik heb genoeg van politiek, blokkeervolk, bonte knechten, jammerende beledigden, jengelende kinderen, onwillige knollen, zeezieke reisjes op stinkende stoomboten, ontevreden ouders, rare namaaksels, slechte jenever, valse grijnzen, en…’
‘Hoho homaar Klaas, ik ken de litanie.’
‘Sorry Santa, ik viel uit mijn rol. Nog een paar dagen en dan mag het.
Een rusthuis voor oude mannen, daar ga ik naar toe. Lezen en tv kijken en dutjes doen, zie je het voor je? Af en toe een kaartje leggen met andere moede mannetjes. Ga met me mee, laat de mensen het zelf opknappen, dat doen ze immers toch al?’
‘Mmmmm, dat klinkt great, wanneer ga je?’
‘Eerste Kerstdag. Als je wilt kun je nog net iedereen uitzwaaien, weten zij veel.’
De kerstman dacht een paar seconden diep na.
‘Top, ik ga mee. Nog even de rendieren het bos insturen. Waar tref ik je?’
‘De Ritz. Goeie koffie en een beste borrel. Vergeet je niet je pakkie uit te trekken?’
‘Komt goed Klaas, tot dinsdag. Zet de whiskey maar koud.’
‘Bokma, Santa, maar dat leren we je wel. Doei.’

Dit besluit viel drie jaar geleden en niemand had het in de gaten.
Nu weet U het.

Papa wandelde.

Hij werd gevonden in de rivier,  bij een van de pijlers van de spoorbrug. De huisarts zei niet veel meer dan ‘Waarschijnlijk sprong hij zelf.’
Mama was sprakeloos.
Na de begrafenis verbrak ze de stilte
– Waarom deed hij dat nou? Hj had niets te mopperen. Zijn kleren altijd verzorgd, eten op tijd klaar, huis gepoetst…. –

Zo vraagde en klaagde ze, overtuigd van haar schuldeloosheid.
Dochter zweeg, dacht aan papa’s protesten en mama’s antwoorden.
Hij wilde graag een strandvakantie (als jij zo nodig naar zee wilt ga je maar alleen), hekelde de gescheiden slaapkamers (ieder een eigen kamer is hygienischer), zou in een restaurant willen eten, (nergens voor nodig, ik kook zelf), af en toe een borreltje drinken (met verjaardagen krijg je toch een biertje?).
Mama nam alle besluiten op de enige manier die ze kende, die van haar. Met stellige uitspraken waar haar man op de duur niet meer op reageerde.
Hij eiste alleen nog een paar uur in de weekeinden. Om te wandelen. Het liefst alleen.
Ondanks haar geschamper (zonderlingen doen dat ook) liep hij, zaterdags of zondags, bij mooi en minder mooi weer, tot hij voorgoed wegbleef.

Waaraan dacht hij in die eenzame uren, vroeg dochter zich hardop af. Aan de zee?
Mama keek haar verstoord aan. Ongeweten geestig was haar antwoord.
– Hij zal met de stroom mee hebben gewild.-