licht·zon

Het wordt licht

’s Morgens merk je het voor je je ogen opent, althans, zo lijkt het, dat je het kunt zien in je slaap.
Tegen achten bedenk ik of ik zal gaan voor koffie of nog even blijf soezen.
Maar soezen bij daglicht lukt niet altijd.
Tegen zessen ’s avonds denk ik opnieuw na: gordijnen dicht of de schemer nog even laten.
Prettige vraagstukken zijn dat.
Over schaatsen in/op open water en de TdT die niet doorgaat heb ik geen andere gedachten dan dat het geen haalbare kaart is want te laat in het jaar, de zon heeft teveel kracht.  En dat hadden we kunnen voorspellen.

Eén minizorgje is er nog en dat zijn de bestelde boodschappen die morgen worden gebracht. Ik had een paadje vrijgemaakt bij de voordeur, een aardige buurman had er meer van gemaakt maar kon niet alle ijs wegkrijgen van het trottoir, de laag is te dik.
Nu hoop ik maar dat de bezorger veilig bij de voordeur komt.
Ik zie hem al glijden en de krat wegzeilen, inhoud over de stoep en onder auto’s wegrollen, hij kreunen, ik er sukkelig bij staan, gottegot wat een toestand.
Laat ik niet verder denken, dit is niet constructief.
Straks naar een warm bed met een boek, dat is een prettiger vooruitzicht.
Nog een kop thee en een mee naar boven.
Een laatste slok, zoetjesaan in slaap vallen en doorgaan tot de zon opkomt.
==

regen

Tegenvallertje

Vanmorgen naar de prikzuster. Het regende maar ik bleef redelijk droog.
Daarna naar de supermarkt. Het regende maar alweer niet hard.
Onderweg naar huis regende het nog steeds maar de temperatuur was zo zacht dat ik het niet erg vond, zoiets als een langzaam afkoelend bad. Ik prees me gelukkig; zuidelijke druppels in december zijn net zo goed als sneeuw.
Fijn is dat, dacht ik opgewekt, tijdig opstaan, ochtendwandeling, windstil, hier en daar een vroege kauw om je heen. Voelt goed.
En dat in deze tijd.
Lekker toch.
Je snapt dat ik het prima vond.
Thuisgekomen ruimde ik de boodschappen op, een gedeelte was bestemd voor de diepvries in de schuur en daar, van keuken naar schuurdeur, daalde plotseling een hoosbui op me neer alsof er een achterstand van jaren werd ingehaald.
In die paar meter werd ik alsnog kleddernat en koud.
Verdorie.
Het is duidelijk: een mens kan niet alles hebben.
==

druk

Waar maakt een mens zich druk om

Stresserig liep ik vanmorgen heen en weer.
Het plan was: vroeg naar de winkel, een beetje huishouden, warm eten panklaar maken, bouillongroenten opzetten, vanmiddag op bezoek.
Maar voor ik begon even bloggen.
Scherm bleef zwart. Op alle knoppen. Tablet werkte wel en smartje ook maar ik was te ongedurig en legde ze aan de kant, eerst de supermarkt.
Al lopende koelde ik af.
Waarom dat zenuwengedoe,  als gepensioneerde heb ik alle tijd, wat maak ik me nou druk, is toch nergens voor nodig? Bovendien was de mist te mooi om te mopperen. Een leermoment op zich.

Nu nam ik die tijd.
Weer thuis bleef de laptop  zwart uitslaan maar so what, ik kookte en at op mijn gemak en kuierde naar schoonzus, bleef extra lang plakken.
Vier uur, scherm deed nog steeds niets. Ik ook niet. Ik viel in slaap bij het spellen van post en tv-gids.
Daarna was het te laat om iets huishoudelijks te doen.
Na het journaal bekeek ik de laptop aan alle kanten, tilde hem op en ondersteboven en warempel, ik kon het mankement oplossen.
Helemaal zelf.
Er hing een stekker los, de batterij werkte ook niet.
Toch goed van een digibeet. 😁
==

geluiden·schemer

Schemergeluiden


Wat is dat?
Met gespitste oren loop ik naar het raam.
Loerend door een kier van het gordijn zie ik duistere dingen.
Ketting en een touw, een haak, een donkere lucht en vreemde dingen.
Wat is de bedoeling, vraag ik me af, en waarom hoor ik ze?
Welk geluid maken ze dat me naar het raam roept om voorzichtig te gluren?
Waarom zo onherkenbaar? Zitten er vreemde wezens op het afdak,  ruimtevirussen, zich vermommend als aardse zaken? Wil iemand me ophangen?
Ik vrees met grote vreze.
Ik vertrouw het niet.
Ik wil ze weg hebben voor ik rare ideeën krijg en vreemde boodschappen de wereld instuur.
Maar hoe?
Er is maar één oplossing.
Ik sluit het gordijn.
===

boodschappen·Geen categorie

Boodschappen verkeerd

Vanmorgen vroeg boodschappen gedaan zodat ik de rest van de week zonder wroeging op apegapen  kan liggen.
Het ging me voornamelijk om tomaten en kaas, misschien een paar ijsjes.
Onderweg maalde het mantra in mijn hoof: kaastomatenijsjes, kaastomatenijsjes, kaastomatenijsjes.

En waarmee denk je dat ik thuiskwam? Met van alles maar zonder k-t-ij. Zoals me al honderden keren overkwam, verdorie.
Terug gaan wilde ik niet.
Bij koelkastinspectie vond ik nog een hompje kaas en anderhalve tomaat. En een paar miniroomtoetjes met maracuja. Die kan ik een kwartiertje invriezen, dan lijkt het ook op ijs.
Met de kaas en tomaten ga ik op rantsoen, dan maar een beetje opletten, dacht ik flink.
Ik neem drie dagen één dunne plak, langzaam eten met kleine  hapjes, voorzichtig doorslikken…
Ach gut 😫.
Morgenochtend nogmaals naar de winkel.
=

corona

Corona of niet…

…we zullen naar de winkel moeten.
Eens in de maand laat ik boodschappen bezorgen maar verse etenswaren heb ik ook nodig.
Het was minder druk dan anders op marktdag.
Bij de ingangen stond een fles zeep en papier om het handvat van de winkelwagen te ontsmetten. Ik deed er meteen mijn handen mee maar ja, daarna pak je een krop sla, tomaten, weegt bonen af, zoekt goed fruit enzovoorts, waarbij je je afvraagt hoeveel handen je al voor zijn gegaan. Je ziet mensen meerdere stuks oppakken  en terugleggen voor ze uitkiezen.
Hetzelfde bij de eieren, kaas, brood, beleg.
Ik wilde een doosje chirurgenhandschoenen  kopen en er een paar aantrekken maar het leek me zinloos nu ik de halve winkel al had gehad.
Op de markt was niet veel volk. Dat is niets nieuws, op kleinere plaatsen sterven markten uit, daar valt voor corona geen eer aan te behalen.
Over een paar dagen is de uitvaart van een kennis, ik weet nog niet of ook hiervoor speciale voorschriften zijn. Ik hoop niet te streng en heb bij voorbaat met de nabestaande te doen.
Een boks geven met de elleboog? Of wat?
=

schrijven

Leren schrijven

pausknol.
mand-  schr
Op een vodderig papiertje in een amper leesbaar handschrift met halfgesloten letters. Zoek het maar uit.
Ik moest even denken.
De mand hielp me op weg. Hij staat in de schuur en daar zet ik meestal lentebolletjes in.
Paasknollen dus, ik had het nota bene zelf geschreven.
De krabbels beginnen een probleem te worden.
Al vaker sta ik in winkels te raadselen: wat bedoel ik nou?
En neem me voor beter te leren schrijven. Het helpt maar een paar dagen want daar moet je geduld voor hebben. Dat heb ik niet.
Raar natuurlijk, ik heb tijd in overvloed.
Tja, tijd en geduld zijn niet hetzelfde.
Soms ga ik er voor zitten. Een langere boodchappenlijst voor de supermarkt, aansluitend voor andere winkels. Dat wordt een nette lijst, in ieder geval leesbaar.
De tussendoor-invallen maken het lastig. Pen en papier liggen altijd op tafel, waarom dan het haastige gekras?
Logisch, omdat ik een strijkbout in handen heb, een boek, telefoon, ik moet weg, er zit iemand aan de koffie, de bel gaat, ik lig in bed,  aardappelen koken over, enzovoorts.
En juist dan herinner ik me een boodschap die ik METEEN moet opschrijven anders vergeet ik hem. Daarom.
Ik kan het ook in de GSM schrijven. Dat duurt nog langer.

Uiteindelijk kan ik het gekrabbel netzogoed laten, als ik niet weet wat er staat is het effect hetzelfde als de boodschap vergeten.
Dat vergeet ik dan weer, neem een pen en…

man-vrouw

Samenwerken, soms lastig.

-Zo, nog gauw ff een wasje draaien. Geef die vuile sokken ook meteen.
Waarom die haast schat?
-Vanavond de verjaardag van M en dan wil ik de boel aan kant hebben voor we gaan.
Maar we hebben nog de hele dag..
-Nee joh, vanmiddag alle boodschappen.
Dat kan morgen toch ook?
-Denk je? Dan zijn we geen half mens na zo’n avond.
Ok, zal ik dan naar de super gaan?
-Nee, ik ga mee, jij neemt altijd het verkeerde.
Ik schrijf het wel op, zeg het maar.
-Haha, ik laat jou niet alleen in die winkel.  Wil je de stofzuiger pakken?
Maar er ligt niks…
-Toe nou, je ziet dat ik zelf geen tijd heb. De kadoshop nog, wat zal ik geven?
Bloemen zijn toch goed?
-Ze heeft een tuin vol.
Bonbons?
-Dieet. Toe, geef die sokken nou.
Ja mens, jaag niet zo; eh, kadobon? Blokker? Wat is er?
-Ik ga NIET met een truttenbonnetje naar mijn beste vriendin.
Wat is daar mis mee? Gister zei je nog dat ze zo vals was…
………
Waarom zeg je niks meer?
-Ga weg, naar de winkel of wat dan ook en kom niet eerder terug voor we naar M gaan.
Maar, dat wilde je toch zelf doen want……

zelfstandig

Ze wilde zelfstandig blijven

‘Hulp? Geen denken aan, ik kan alles nog zelf.’ Ongegeneerd likte ze een druppel van het melkkannetje. Ik keek de andere kant op. Draaide tersluiks mijn theekopje een kwartslag om een oude lippenstiftvlek te ontwijken. Ze zag het, haar opmerkzaamheid nog volkomen intact. ‘Niet schoon genoeg?’ schamperde ze. Ik haalde mijn schouders op.
Het zou niet helpen, toch bleef ik het proberen.
Het deed ons pijn haar gestuntel te zien, temeer door haar – bijna triomfantelijke –   zelfvertrouwen.  Een likje hier, vochtig dweiltje daar. De eigenwijsheid die niets meer te maken had met de wijsheid die haar vroeger eigen was, het stootte.
‘Nou ja, het is maar een voorstel. Op jouw leeftijd heb je gewoon recht op hulp, al was het maar om een keer de ramen te lappen of de kamer een grote beurt te geven…’
Mijn stem stierf weg onder haar minachtende blik. Ik kromp toen ze hervatte: ‘Net als die luie wijven die wel alles schoon willen hebben maar te beroerd zijn om zelf te werken. Híér heb je het’, wijzend op haar voorhoofd. ‘ Als ik hulp nodig heb neem ik een werkster op eigen kosten. Kom me niet aan met toegewezen hulpen, die zijn goed voor profiteurs.’ Dat was een andere ergernis voor haar, ‘het gegraai, als het maar voor niets is .’
Krukkig stond ik op.
‘Zo laat al, ik ga naar huis en kom volgende week voor de boodschappen, goed?’
Haar blik verzachtte;  ‘je bedoelt het goed kind, dat weet ik wel hoor. Maar het hoeft niet.  Ik werk als de beste!’
‘Nou, tot dan. Doeg!’
Op de mat voor de achterdeur gleed ik bijna uit over een gevallen en vergeten tomaat.
Plots geërgerd liet ik hem liggen.
Ze ruimde het zelf maar op.

©Bertie