Leren schrijven

pausknol.
mand-  schr
Op een vodderig papiertje in een amper leesbaar handschrift met halfgesloten letters. Zoek het maar uit.
Ik moest even denken.
De mand hielp me op weg. Hij staat in de schuur en daar zet ik meestal lentebolletjes in.
Paasknollen dus, ik had het nota bene zelf geschreven.
De krabbels beginnen een probleem te worden.
Al vaker sta ik in winkels te raadselen: wat bedoel ik nou?
En neem me voor beter te leren schrijven. Het helpt maar een paar dagen want daar moet je geduld voor hebben. Dat heb ik niet.
Raar natuurlijk, ik heb tijd in overvloed.
Tja, tijd en geduld zijn niet hetzelfde.
Soms ga ik er voor zitten. Een langere boodchappenlijst voor de supermarkt, aansluitend voor andere winkels. Dat wordt een nette lijst, in ieder geval leesbaar.
De tussendoor-invallen maken het lastig. Pen en papier liggen altijd op tafel, waarom dan het haastige gekras?
Logisch, omdat ik een strijkbout in handen heb, een boek, telefoon, ik moet weg, er zit iemand aan de koffie, de bel gaat, ik lig in bed,  aardappelen koken over, enzovoorts.
En juist dan herinner ik me een boodschap die ik METEEN moet opschrijven anders vergeet ik hem. Daarom.
Ik kan het ook in de GSM schrijven. Dat duurt nog langer.

Uiteindelijk kan ik het gekrabbel netzogoed laten, als ik niet weet wat er staat is het effect hetzelfde als de boodschap vergeten.
Dat vergeet ik dan weer, neem een pen en…

Samenwerken, soms lastig.

-Zo, nog gauw ff een wasje draaien. Geef die vuile sokken ook meteen.
Waarom die haast schat?
-Vanavond de verjaardag van M en dan wil ik de boel aan kant hebben voor we gaan.
Maar we hebben nog de hele dag..
-Nee joh, vanmiddag alle boodschappen.
Dat kan morgen toch ook?
-Denk je? Dan zijn we geen half mens na zo’n avond.
Ok, zal ik dan naar de super gaan?
-Nee, ik ga mee, jij neemt altijd het verkeerde.
Ik schrijf het wel op, zeg het maar.
-Haha, ik laat jou niet alleen in die winkel.  Wil je de stofzuiger pakken?
Maar er ligt niks…
-Toe nou, je ziet dat ik zelf geen tijd heb. De kadoshop nog, wat zal ik geven?
Bloemen zijn toch goed?
-Ze heeft een tuin vol.
Bonbons?
-Dieet. Toe, geef die sokken nou.
Ja mens, jaag niet zo; eh, kadobon? Blokker? Wat is er?
-Ik ga NIET met een truttenbonnetje naar mijn beste vriendin.
Wat is daar mis mee? Gister zei je nog dat ze zo vals was…
………
Waarom zeg je niks meer?
-Ga weg, naar de winkel of wat dan ook en kom niet eerder terug voor we naar M gaan.
Maar, dat wilde je toch zelf doen want……

Ze wilde zelfstandig blijven

‘Hulp? Geen denken aan, ik kan alles nog zelf.’ Ongegeneerd likte ze een druppel van het melkkannetje. Ik keek de andere kant op. Draaide tersluiks mijn theekopje een kwartslag om een oude lippenstiftvlek te ontwijken. Ze zag het, haar opmerkzaamheid nog volkomen intact. ‘Niet schoon genoeg?’ schamperde ze. Ik haalde mijn schouders op.
Het zou niet helpen, toch bleef ik het proberen.
Het deed ons pijn haar gestuntel te zien, temeer door haar – bijna triomfantelijke –   zelfvertrouwen.  Een likje hier, vochtig dweiltje daar. De eigenwijsheid die niets meer te maken had met de wijsheid die haar vroeger eigen was, het stootte.
‘Nou ja, het is maar een voorstel. Op jouw leeftijd heb je gewoon recht op hulp, al was het maar om een keer de ramen te lappen of de kamer een grote beurt te geven…’
Mijn stem stierf weg onder haar minachtende blik. Ik kromp toen ze hervatte: ‘Net als die luie wijven die wel alles schoon willen hebben maar te beroerd zijn om zelf te werken. Híér heb je het’, wijzend op haar voorhoofd. ‘ Als ik hulp nodig heb neem ik een werkster op eigen kosten. Kom me niet aan met toegewezen hulpen, die zijn goed voor profiteurs.’ Dat was een andere ergernis voor haar, ‘het gegraai, als het maar voor niets is .’
Krukkig stond ik op.
‘Zo laat al, ik ga naar huis en kom volgende week voor de boodschappen, goed?’
Haar blik verzachtte;  ‘je bedoelt het goed kind, dat weet ik wel hoor. Maar het hoeft niet.  Ik werk als de beste!’
‘Nou, tot dan. Doeg!’
Op de mat voor de achterdeur gleed ik bijna uit over een gevallen en vergeten tomaat.
Plots geërgerd liet ik hem liggen.
Ze ruimde het zelf maar op.

©Bertie