Jeugdverdriet en zo werd je groot

_
Een stok, een stok, met een geruite rok
te ruime bloes
verplicht door Moes
en degelijke schoenen.
Ik huil, ik huil, de longen uit mijn lijf
zo raar te gaan
voor lul te staan
geen kans zelfs om te zoenen?
Een zus, mijn zus, zij troostte me met liefde
‘jij blijft niet dun
je krijgt je fun’
ze schiep me visioenen
en plots, ineens,
werd ik een vrouw
nog ietwat schouw
maar leerde mijn fatsoenen.

© Bertie

Kant

_
Lang zocht ik naar nieuwe stof voor een bloes.
Nergens vond ik iets van mijn gading tot ik buiten in de zon lag; soezend keek ik naar de lucht en daar verscheen een kanten lap in de lucht. Zo mooi, precies het soort stof dat ik in gedachten had. Ik zuchtte ervan.
Terwijl de wolken voorbij zeilden bleef de lap hangen, daalde een stukje en stopte weer. Ooohhh, dacht ik,  ik mag hem hebben!
Vlug haalde ik hem naar me toe.
Van dichtbij was hij nòg mooier, het zou zonde  zijn hem te verknippen en dat deed ik ook niet.
Toen heb ik hem weer teruggezet.
Dan maar geen bloes.