Booskapje


Gisteravond ging de bel.
Aan de deur stond een meisje met rode muts.
‘Dag mevrouw,’ zei ze, ”ik ben Roodkapje en zwaar teleurgesteld, mag ik het hier effe  kwijt?’
‘Natuurlijk, kind,’ ik haastte me haar binnen te halen en een glas limonade in te schenken. ‘Vertel het maar.’
‘Nou, ik ging dus boodschappen doen voor mijn zieke oma. De zon scheen en vogeltjes floten, ik zong van de bloemetjes en de bijtjes en huppelde op de wijs. Maar al wie ik tegenkwam, niét de wolf. Het duurde zo lang dat ik hem uiteindelijk appte en..en.. u wilt niet weten welk antwoord ik kreeg.’ Ze huilde bijna.
‘Ja dat wil ik, zoiets spannends…’
Ik doe niet meer mee, zoek maar een andere gek. Vind U dat niet gemeen? Zo mijn sprookje in de war te sturen.’
Tja, een klein beetje begreep ik de wolf wel.
‘Hm, eerlijk gezegd lijkt het me ook geen pretje om telkens je oma’s nachtpon aan te moeten trekken en wie weet smaakt ze niet vers meer. Beetje taai en zo. Dan je buik open te laten snijden, op de duur vol littekens te zitten…’
Bibberig snuffend vervolgde ze. ‘Kan allemaal waar wezen, maar de reden waaròm hij niet meer meedoet, dat maakt het nog erger.’
‘Vertel, vertel.’
‘Hij wil veel meer genieten van zijn vreterij, zegt hij. Sinds hij zijn diepste ik heeft ontdekt weet hij nu waar hij staat. De idioot.’
Ik stond paf, wie bedenkt zoiets.
‘Is hij soms in retraite geweest? Of bij een coach?’ vroeg ik.
‘Weet ik niet maar het is eng. Hij bestudeert de maanfasen en menselijk gedrag.’
‘Echt waar? Wat gaat hij dan doen?’
Ze rilde.
‘Hij wil weerwolf worden.’
==

 

Duister water

Een geheimzinnige poel.
Des verderfs? Een bodem van vermoorden, verminkten en kadavers? Halfdoden?
God weet of de duivel.
’s Nacht zijn er lugubere geluiden wanneer onderwatergeesten grote schoonmaak houden met ruwe hand. Kermend gebubbel stijgt op, vergezeld van kwalijke dampen met onnavolgbare geuren.
Een kwart lichaam stijgt ploppend naar de oppervlakte, onherkenbaar voor mens en dier.
Men hoort en huivert.
Het hoofd diep onder de dekbedden.

Langzaam, langzaam verzinkt de poel in rust.
De dageraad, bangelijk en bijgelovig,  versluiert de nacht en belicht een vriendelijke vijver. De bloemetjes spelen mee.
Tot opnieuw het licht verdwijnt.
==