Zomermiddag

Ik slenter wat in het achtertuintje waar stilte heerst nu de helft van de buren weg is. Honden zijn uitbesteed, een genot dat op zich al vakantie te noemen is.
De wildgroei van bloemen en onkruiden door elkaar ziet er enigszins verwaarloosd uit, toch oogt het geheel niet onaantrekkelijk. Eigenzinnig.
Hier en daar scheur ik een verdord blad, bewonder een krullerige omlijsting rond de gebarsten spiegel en het hoogreikende koninginnenkruid.
De grote wortelklonten van de waterlelies zijn opdringerig en duwen de bloemen boven water waardoor die niet tot hun recht komen. Laat ze maar, over een paar maanden gaan ze er uit.
Kauwen terroriseren met veel lawaai de molenwieken. Zouden ze echt het idee hebben de baas te zijn?
Een verdwaalde vlinder fladdert weg als ik de camera richt. Moet een bangoogje zijn.
Er zoemt iets looms.
Met een kop koffie laat ik me in de luie stoel zakken, het is hier best uit te houden.
.

 

 

Samenwerken, soms lastig.

-Zo, nog gauw ff een wasje draaien. Geef die vuile sokken ook meteen.
Waarom die haast schat?
-Vanavond de verjaardag van M en dan wil ik de boel aan kant hebben voor we gaan.
Maar we hebben nog de hele dag..
-Nee joh, vanmiddag alle boodschappen.
Dat kan morgen toch ook?
-Denk je? Dan zijn we geen half mens na zo’n avond.
Ok, zal ik dan naar de super gaan?
-Nee, ik ga mee, jij neemt altijd het verkeerde.
Ik schrijf het wel op, zeg het maar.
-Haha, ik laat jou niet alleen in die winkel.  Wil je de stofzuiger pakken?
Maar er ligt niks…
-Toe nou, je ziet dat ik zelf geen tijd heb. De kadoshop nog, wat zal ik geven?
Bloemen zijn toch goed?
-Ze heeft een tuin vol.
Bonbons?
-Dieet. Toe, geef die sokken nou.
Ja mens, jaag niet zo; eh, kadobon? Blokker? Wat is er?
-Ik ga NIET met een truttenbonnetje naar mijn beste vriendin.
Wat is daar mis mee? Gister zei je nog dat ze zo vals was…
………
Waarom zeg je niks meer?
-Ga weg, naar de winkel of wat dan ook en kom niet eerder terug voor we naar M gaan.
Maar, dat wilde je toch zelf doen want……

Over vader- en moederdag

Echtgenoot en ik hebben veel moeite gedaan om de kinderen te laten afzien van het vieren van deze dagen. We vonden (en ik vind nog) het dagen waarbij een bloemetje of een ander kleinigheidje voldoende was.
Het ging moeizaam.
Er waren de tekeningen en ingefluisterde ideetjes van kleuter-  en andere juffrouwen. Dat waren vertederende cadeautjes waar je niet omheen kon.
Later probeerden we het uit te leggen, dat het opgedrongen feesten waren, te commercieel, niet nodig.
Helemaal zonder franje kwamen we er niet langs.
Dat maakten we af met  ‘Kopen jullie samen een bos bloemen, dan zorgen wij voor taart en wat lekkers.’
Niet alle kinderen hadden er vrede mee maar op de een of andere manier kwamen we er uit.
Gelukkig maar, deze dagen zijn geen onenigheid waard.

Voorjaarsonrust?

Daar heb ik weinig last van.
Vroeger vond ik het logisch.  De hele winter zat een gezin gepropt in een rookhol, zowel van benauwende haarden als van sigaretten, gebukt gaande onder de ‘gezelligheid’ die toen heette te heersen en dan nog diverse kookluchtjes waar geen klapraampje tegenop kon.
Voor kinderen ging het wel; feestdagen hielden de sjeu er in en bij sneeuw en ijs was er het genot van schaatsen en sleetjes.
Sommige moeders echter haakten naar schone lucht.
Weg met dat gebruinde behang,  berookte gordijnen en tafelkleed,  muffe beddengoed en onfrisse kasten vol kleren, in het sop ermee. Wasmachines snorden, stofzuigers galmden in holle kamers, een paar dochters raagden en lapten.
Mijn moeder en menig zus en tante heb ik na afloop zien genieten als ze blij rondkeken en snoven: wat ruikt het hier weer lekker.
Vergelijkbaar met een softdrugje. En de opgewektheid hield dagenlang aan

Als kind vond ik het spannend maar heb die behoefte al lang niet meer.
Behangen en schilderen? Dat zie ik nog wel.
Kasten en kelder opruimen? Dat heb ik al zo vaak gedaan, ik ga de spullen niet nogmaals verplaatsen. Hetzelfde geldt voor schuurtje en garage.
Vliering? Laat die stofdraden maar hangen, ze vormen een geschikt gordijn om de rommel aan het zicht te onttrekken.
Er wordt niet gerookt en gestookt, de cv doet zijn werk. Stofzuigen doe ik wekelijks net als bed verschonen en vitrages heb ik niet meer.
Waar ik wel om geeft zijn de eerste bloemen en ik kan het niet laten om iets fleurigs binnen te halen.
Ze staan midden op tafel, truttig misschien maar ik vind het prachtig.
Blij kijk ik rond , snuif en denk: wat ruikt het hier weer lekker.

Theater in de achtertuin

Oh herfstig lot, roept varen uit.  Hoe vreeslijk bruin wordt mijne huid.
Is dat al, zegt druif, reëel. Zie dan mijn blad vergaan tot geel.

Leverkruid zwijgt, hij schaamt zich rot. Hij waant zich kleurloos en  bespot.
Nee, dan cosmea. Met een kleur roept zij zich uit tot fine fleur.
Mis, roept groene passiebloem. Ik ben nog fris, aan mij de roem.

Fietsen

Kom, dacht ik na de lunch, laat ik eens een ouderwets eindje fietsen. Het ziet er zonnig uit en met de hitte zal het wel meevallen.

Bij het opstappen voelde ik de warmte; hier hield ik me opnieuw voor de gek: straks in het open veld is er frisse wind.
Na vijf minuten reed ik dat open veld in. (de omgeving hier bestaat uit niets anders).
Toen geloofde ik alsnog de weersvoorspelling.
Hup Bertus, sprak ik mezelf toe, warme wind is ook wind, nog een klein stukje  naar de Maas. En verdomd, na tien kilometer haalde ik het. Rechtuit het water in reed ik,  fietste een rondje naar de overkant en terug, zwaaide naar de pont en kroop aan wal.
Nu kon ik er weer tegen en reed nogmaals tien bradende kilometers, ditmaal richting bos. Alweer een verrukking, zwaaiend aan koele lianen speelde ik Jane zonder Tarzan, het zal hem in de aanloop te heet zijn geweest maar het hinderde niet.
Restte  nog een stukje huiswaarts. Dat was zwaar. Gelukkig staan er meevoelende bloemen in de achtertuin; ze zwaaiden bij thuiskomst en wenkten me naar het vijvertje, trokken een stoel bij en zo rustte ik uit.
Een ritje door de Maas, zwaaironde door het bos en een voetbad tussen de lelies, mooi hoor.
Laat de boeren maar dorsen