Dag winter

De oude winter trok het niet meer.
Met moeite blies hij nog éénmaal  de vrieskoude noordooster aan.  Hijgend verspreidde hij de wind in stotende vlagen over het land. De vorst kwam niet verder dan een graad of negen, een enkele tien.
Sneeuwwolken seinden hem in: kannie nog? Hij knikte.
En waaierde ze traag her en der. Het waren de allerlichtste, grote opslag verwees hij naar het noorden.
Hij rustte even. De witte schoonheid gaf hem een extra vleug energie, net genoeg om kleine verstuivingen te veroorzaken.
Hij overzag zijn werk. Het was goed zo, vond hij. En genoeg.
Zachtjes blies hij zijn laatste adem.

De bel ging

Het meisje opende de deur.  ‘Ja?’ vroeg ze de zwijgende figuur.
Hij wees naar binnen.
In de keuken bleef hij staan. ‘Gisteren op stap geweest,’ was alles wat hij zei.
Angstig keek ze naar de griezelige ogen van de man wiens kater zo groot was dat hij bijna miauwde.
Hij blies naar haar; geschrokken gaf ze hem een een brokje. Ze kon hem maar beter tevreden houden en zette er een schaaltje melk bij.

Hij greep en at. Zette de melk aan zijn mond.
Voorzichtig probeerde ze een aaitje over zijn rug waarbij ze tersluiks in zijn nek keek, misschien was hij wel van zuiver ras.
‘Nee mens, ik ben geen kat,’ hij schudde zich los.
‘O, neem me niet kwalijk, ik dacht even….Uw ogen, en U blaast …’
‘Ja en krabben kan ik ook.’
Hij rekte zich uit.
‘Bedankt en ik ga weer. Vrouwen roepen me.’
Haastig deed ze de voordeur open. Hij rende de nacht in.
Ongelovig bleef ze nog even staan, hoorde ze nou echt een krolse poes janken?

ps
dit stukje is gebaseerd op een echt feit, beetje veranderd om het spannend te maken.
Leg ik uit in volgend logje.