hondenvoer

Lever en pens.

Uit boek 1946.

Je zou het maar  hebben en gestoofde lever moeten eten.
Gebakken lever met champignons roken heerlijk en smaakten ook. Maar dit.
Eén keer at ik het.  De geur en smaak vielen niet mee,  veel minder lekker dan het broodbeleg van de slager.
Het een heeft niets met het ander te maken maar het deed me denken aan de pens die mijn moeder kocht, voor de hond. Dat was nog erger,  ze bewaarde er speciaal een oude pan voor  en kookte enorme brokken. Alleen als er niemand anders thuis was, voor de geur.
Maar ja, geen afzuigkap. Ondanks open ramen stonk het hele huis ernaar, we vielen haast flauw zodra we ons huis naderden.
Waarom moest dat nou, vroegen we, er is genoeg ander voer, de meeste honden eten gewoon met de pot mee.
Het was super gezond, volgens moe, herders (een mechelse) zijn groot en moeten sterk blijven.Dat hoort bij deze soort. Nou ja zeg, een gewone huishond hoeft toch niet extra sterk te zijn. Vonden wij.
Waarom stonk dat spul zo walgelijk alsof het bedorven was? Een slager legde het uit maar ik weet niet meer van hoe of wat.
Maar goed, de hond was inderdaad een loeisterk beest die we geen van allen de baas konden met de riem, hij sleurde ons de straat over. Wat wil je ook met die pannen vol pens.
Door omstandigheden was hij na een paar jaar weg.
We zuchtten van opluchting, dag hond, dag pens.
Voor degenen die denken dat ik overdrijf: probeer het zelf uit. Sterkte alvast.
Dan nog liever de lever.
==

kookboek 1946

Kookboek 1946


Een paar degelijke tips.
Enkele regels doen nog steeds opgeld -geen vet en zout- maar die voor rheumathiek kende ik niet.
Bleekzucht (chlorose) heb ik opgezocht; het is ijzergebrek, bloedarmoede, een jongevrouwenaandoening, kies maar uit.

https://nl.wikipedia.