Bijbelcitaat, praktische toepassing.

‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’
De spreker behoeft geen uitleg, Joh. 14:6.

Deze punten lijken me me handig in de praktijk. Verdwalen en vergissen zijn mijn beste eigenschappen en het bestaan is bij tijden uitgesproken duf.
Gelukkig kwam ik laatst onderstaand reclamebord tegen, met een uitstekend advies.
Het is niet precies bijbels.
Geeft niet, we leven maar één keer.

weg palm-sunday-5009430__340

Kritiek leveren..

..een heikel punt.  Soms ook problematisch.  Je zegt het te hard. Of te scherp. Het wordt een twistgesprek.  ‘Je snapt het niet.’  ‘Bemoei je met je kippen’.
Je durft het daarom niet altijd, ík durf het niet altijd. Liever stel ik lafjes dat ieder zijn eigen opvattingen heeft. Ook discussieer ik niet graag omdat je het -naar mijn ervaring- zelden eens wordt  maar intussen wel opgefokt raakt bij het elkaar tegenspreken.

Onlangs begon iemand over, je raadt het, corona. Het vaccin was nep evenals de griepspuit, enzovoorts.
Aanvankelijk haalde ik mijn schouders op, plaatste na een paar opmerkingen toch een tegenzetje, de ander begreep het véél beter, maar na een paar minuten zweeg ik.  ‘Sorry, ik laat het hierbij.’
We lachten maar wat.
Enige maanden geleden werden ergens het geloof en de bijbel besproken.
Daar hoorde ik teveel wat me tegenstond en vroeg om uitleg.
De antwoorden kwamen snel, over en weer werden we al drukker, niet kwaad, wel verhit. Tot we stopten. Net op tijd maar hij vond het leuk, een echt debat noemde hij het.
Ik vond er niets aan,  herinnerde me waarom moeder mijn vader dringend waarschuwde met verjaardagen:  straks NIET over het geloof en politiek beginnen. Ze wist van wanten met man,  broers en zwagers. Vrouwen hielden zich toen nog gedeisd.
kritiekwoman-3271589__340
Dus ben ik een lauwe. Uiterlijk althans, inwendig maak ik me soms razend. 
Gelukkig, denk ik dan, dat ik langzamerhand heb geleerd om niets te zeggen.
Dat proces duurde wel lang, moet ik toegeven.
===

Heilige boeken

Voor me ligt een boek met interessante teksten.
Het is oud, bevat grote  namen, verhaalt van oorlogen, geschiedkundig belangrijke gebeurtenissen.
Er staan doordachte wijsheden in, toch kan ik er nooit toe komen het helemaal te lezen.
Het oude testament.
Een pocketuitgave uit 1954.
Ook de bijbel in grotere vorm, erfstuk van thuis, kijk ik nooit in. Een stuk of wat verhalen zijn me bekend, namen ook, dus waarom zou ik.

Wat wekte mijn weerzin?
Het zal de tijd geweest zijn. Een jaren-vijftigmoraal waar door de kerken een verstikkende saus overheen werd gegoten van god en gebod. We haalden er de neus voor op, zuchtten bij de zoveelste verplichte biecht en brave jeugdboeken.
Niet gek dat een paar jaar later de kerken leegliepen en tegelijkertijd de interesse in  bijbel verdween.
Pastoor kon de pip krijgen en zijn kerk erbij.
Zo ongeveer was de stemming in ons kringetje.
Maar ik moet wel toegeven dat er best spannende dingen in de bijbel stonden, Jonas in de Walvis vond ik een knap staaltje toverij en het hoofd van Johannes op een dienblad was adembenemend.
Daar kon Dracula nog wat van leren.
==

Overtollige boeken bewaren. Of niet.

Er bestaan onnoemelijk veel boeken. Een piepkleine fractie daarvan las ik en dan het liefst op papier. Nog steeds.
Maar sinds Internet kijk ik minder en minder in de papieren woordenboeken en naslagbundeltjes.
Ze staan hier maar te staan, het mooie is al jaren verdwenen en afstoffen doe ik met de plumeau, één haaltje volstaat. Meer eisen stellen ze niet.
En dan liggen er nog een paar enorme exemplaren onderin de kast die na mijn dood waarschijnlijk hun eigen dood tegemoet gaan.
Een R.K. Bijbel, Nostradamus’ kwatrijnen, een naslagwerk van mijn geboorteplaats en twee ingebonden Katholieke Illustraties van de jaren 1948 en 1950.
Loodzware brokken, ze zouden als fundering kunnen dienen.
Af en toe vraag je je af: wat moet je daar nu mee. Gooi ze toch weg.
En dat is het punt: dat kan ik niet.
Nog wel die honden-, katten- en plantenbundeltjes maar niet de ‘echte’ boeken.
Maar voor het geval ik dat onwaarschijnlijke besluit toch neem heb ik een fotootje gemaakt. Om bij te grienen als ik ze mis.