Bij een vorig EK


‘Moet je horen, bij het Kruidvat liggen oranje boxershorts, een mand vol. Zal ik er een voor je kopen?’
Hij kijkt of ik hem een gebraden voetbal voorzet.
– ‘Nou zeg, het is maar ’n idee…
Ik weet dat hij niets voelt voor oranjegekte; zegge één vlaggetje was al wat hij ooit kocht.
Zijn afwijzing steekt me; ik ga door:
‘Lijkt je dat niks,  beiden in een oranje onderbroek en shirt, samen op de bank en als ze verliezen troosten we elkaar.  Haal ik oranje koek en kaasklompjes. IJskoude biertjes…’
Geen sjoege.
‘Kom ik naast je zitten…’
  – ‘Bij ALLE wedstrijden van Oranje.’
Eindelijk lacht hij. ‘Goed. Maar dan zonder die oranje onderbroek.’
Ik verslik me bijna.  ‘Ik bedoel natuurlijk…’
‘Ja hoor.’