Paasdrukte?

‘Tsunami aan toeristen dit paasweekend: hoe ontwijk je de enorme drukte?’
kopt De Gelderlander.
Het ligt er aan hoe je de dagen wil doorbrengen.
Keukenhof, auto’s bewonderen, meubels kijken, strand, speeltuin bezoeken, boswandeling?
Als ik bloemen wil zien ga ik naar de plaatselijke bloemenwinkel, daar is een pracht van een etalage.
Hetzelfde geldt voor de autoshowroom van onze garages.
Evenals de meubels. (in eigen huis zie je meestal ook tafels en stoelen)
Strand bouw je zelf in de achtertuin. Parasol, schep zand op het stoepie, zonnebril en ligbed.
Aan een speeltuin hoef ik niet te denken, godzijdank.
Een bos kun je bij elkaar fantaseren door langs de kamerplanten heen en weer te lopen.
Mocht dit allemaal niet lukken dan is er altijd nog een rustig café in de buurt.
En er zijn  afgelegen weggetje met bermen vol bloemen en gras. Heerlijk toch? Veeg de hondenpoep opzij en leg een plaid neer.

Zelf houd ik het bij thuis, al of niet onder het afdak, in of uit de wind en zon.
Met koffie, fris, ijs of een biertje. Of allevier als er visite komt. Dan gaan we eieren koken en -misschien- opeten en praten tot ze weer vertrekken.
Daarna een boek, tablet, weekendpuzzels. Mijn favorieten.
Af en toe wegsoezen. Wie een huisdier heeft neemt daar een voorbeeld aan,  strek de poten en knor zachtjes.
Er staat nog een telefoongesprek op stapel.

Ik verheug me op een toeristenloos weekend., laat die tsunami maar aan mij voorbijgaan.
Maar ik snap dat ik makkelijk praten heb, niet iedereen heeft een oudevrouwensmaak.
=

Advertenties

De eerste èchte warme avond

Verderop in de straat is een feestje.
Elders een drukke babbelvisite.
Bij de een ruft de barbeknoei, de ander stookt de vuurpot heet, geurig alsof er een mens in de pan zit.
Het zijn van die dingen die we zelf ook deden toen we een jonger gezin hadden (behalve de vuurpot), de laatste jaren bakken we liever iets in de keuken en brengen de schaal naar buiten.
Maar dat is natuurlijk niet de juiste manier om de stemming erin te houden.
Enfin, het went wel. Dat doet het elk jaar.
De overige aanwonenden zitten rustig, ze zeggen wat, ze bellen wat, ze internetten wat. Drinken een glas. Ook ik.
Een verrukkelijk koel biertje in een beslagen glas.
Zum Wohl.

Weekendbegin

Het was vrijdagavond, een paar jaar geleden
De thermostaat was niet goed afgesteld en we staarden suffig want te warm naar de tv, verkoelend biertje in de hand.  Zweterige kaas op een plankje tussen ons in.
We namen een slok. En nog een. Zo sukkelden we soezerig door de avond.
Plots werd er luid geklopt. Geschrokken keek ik op, rende naar de gordijnen en trok ze open. Er stond iemand buiten, een man. Hij wees naar de voordeur.
Ik maakte open, ‘de bel deed het niet’, zei hij,  liep naar binnen en ging in mijn stoel zitten.
‘Lekker’, zei hij terwijl hij zijn voeten op tafel legde en nam een kaasje.
‘Kom, de stoel is breed genoeg’. Ik zette me naast hem;  hij sloeg zijn arm om me heen waarop ik verzaligd tegen hem aanleunde. ‘Hemels’, mompelde ik, ‘net vakantie’.
‘Dat is het ook.’ Er verscheen een vaag zonnig beeld met nog vagere muziek,  hij stond op, danste en sprong,  hoog, hoger, ik reikte naar hem maar hij verdween.
Ik ook, naar de echte wereld waar ik nog steeds het geklop hoorde.
Verdwaasd keek ik op, het glas scheef in de hand.
‘Vervelend, die verbouwing bij de buren,’  ontevreden keek echtgenoot me aan, ‘en jij slaapt overal doorheen…’