Vanmorgen moest ik ergens heen en haalde op de terugweg meteen een paar weekendboodschappen. Dan heb ik die vast binnen, was mijn gedachte. Genietend winkelde ik van broodbeleg naar kaas naar diepvries en verder.
Niet zo verstandig.
Bij het opbergen van de artikelen kreeg ik kwalijke ideeën.
Zal ik dít vandaag eten? Ziet er zo lekker uit. Of toch maar bewaren?
Straks een chocolaatje bij de koffie? Of twee? Waarom eigenlijk niet?
Visioenen van feestmaaltjes doemden op.
Stop! Blik op oneindig en doorgaan met opruimen.
Goed, dat deed ik.
Vanmiddag een paar koppen thee gedronken met het beeld van die chocola op mijn netvlies, hunkerend nam ik slok na kale slok.
De afbakbroodjes boden dezelfde film terwijl ik een gewone tosti roosterde.
Enfin, ik ben de dag veilig doorgekomen.
Nu staat er een kopje thee naast me terwijl af en toe een fles zoete wijn door mijn hoofd flitst. Eventueel is er ook nog bier.
Stop, wees sterk!
Van de andere kant, als ik nou één glas neem met één chocolaatje of één luxebroodje met kaas-ham-brie…
….dan heb ik die vast binnen.
Zou dat de onderliggende gedachte zijn?
==
bier
Brood – groente – vlees…

Een lange lijst, alle artikelen die ik kon bedenken stonden erop.
—
Als ik niet oppas word ik nog slapende rijk.
==
Laptop bleef er nuchter onder.
Nou had ik het voor elkaar.
Altijd, echt ALTIJD zeg ik: aan de laptop niet eten en uitkijken met wijn, bier of iets sterkers want daar wordt je nonchalant van.
En nu deed ik het zelf.
Dacht ik onderhand oud en wijs genoeg te zijn, schonk ik een glas rood in en zette het achteloos naast de laptop op een wiebelig stapeltje boeken. Niet dat ik dronken was, ik moest nog beginnen, kennelijk werkte de alcohol al van te voren, wonderlijk.
Ik schrok me wezenloos maar zag dat de schade beperkt bleef, het toetsenbord staat op een schuin aflopende verhoging en de wijn was naast de boeken geplensd. Alleen de muis had natte voeten, de grote plas lag op het bureaublad.
Enkel een paar handdoeken zijn nat, ze liggen in een emmer water dronken te wezen, af en toe hoor ik ze lallen.
Voor mezelf heb ik een nieuw glas ingeschonken, het staat op de tafel naast me, voor alle zekerheid anderhalve meter van me af.
Nu maar hopen dat ik zelf niet omval.
==
Virusvers
Een virus van vreemd origine
pakt Jan Piet en Klaas en Sabine
het houdt maar niet op
geen patiëntenstop
wie uit wil zit thuis droef te grienen.
–
Een boos vers is handig te schrijven
maar liever Corona verdrijven
met gelijknamig bier
desnoods per koerier.
Een kater zal niet lang beklijven.
=
Maaltje voor vier jaar
Bouillon is reeds getrokken
de piepers zijn gejast
dat wordt schrokkebrokken
al is het ongepast
een toetje is vergeten
daar malen wij niet om.
Als de honger is gesleten
gaan we languit rusten om
de boel te laten zakken
want van een schrikkelig diner
ist niet alleen je riem herpakken
het moet ook nog vier jaar mee.
==
Brabo. En de vrouw?
Geen vraag van wereldbelang, ik vraag het me zomaar af.
Wat is de vrouwelijke vorm.
Als een Brabander een Brabo wordt, hoe heten wij dan?
Brabesse? Brabine? Brabse? Brabones? Brabegge?
Daar hoor je nooit wat over.
Wijlen (Brabantse) echtgenoot wist het ook niet.
Hij hoorde het woord Brabo niet graag. Hij vond het een scheldwoord maar dat zei me niets, als import heb ik niet het precieze bloed, zuidelijke trots ontbreekt me al moet ik zeggen dat ik hier heel snel het bier heb leren waarderen. En koude schotel.
Navraag bij Wikpedia leverde iets heel anders op.
Ene Silvius Brabo was een Romein die de reus Antigoon doodde en het symbool van de stad Antwerpen werd. Zie
https://nl.wikipedia.org/wiki/Silvius_Brabo
Daar wist ik niets van.
Ik denk niet dat deze Brabo bedoeld wordt. Als een soort held. Het idee. Ha!
–
In mijn vroegere woonplaats was een vrouw veel makkelijker te benoemen.
Je was een Zaanse. Meer niet. We hoefden ons nooit het hoofd te breken over vreemde vragen.
Nou ja, er waren mannen die het over Zanikkers had maar zulke zeveraars vind je overal. Er zijn zelfs Brabanders die hun vrouw een zanik noemen terwijl ze niets van de Zaan afweten. Daar zijn het mannen voor.
Al typende hoopte ik op een oplossing maar nee.
Het blijft een raadsel of zijn we daar vrouwen voor?
==
Straks de wedstrijd Tottenham – Ajax
Een van de weinige situaties waarin ik nog een sigaretje zou willen roken.
Niet om de rook, het is de herinnering aan schoonfamilie.
Een stuk of drie broers (zelf ook voetballers) en meestal een paar vrienden, zaten klaar rond de grote tafel, kijkend naar de televisiehoek.
De eerste keer dat ik er ook bij zat zette ik de stoel tegen die van m’n vrijer aan. Hij reageerde slechts met en kort knikje, de rest zag me niet eens.
–
De wedstrijd begon, iets waar ik niet veel om gaf maar waarvan ik het belang begreep. Er werd meegeleefd, geroepen, meegeschopt, nou ja, wie kent die toestanden niet al was het maar van films.
Voor mij was het nieuw.
Geboeid keek en luisterde ik en vond het heel bijzonder.
Al die sloten koffie (bier werd toen nog niet gedronken, daar was een café voor) en overstromende asbakken. En de herrie. Het paste bij elkaar.
Of de uitslag gunstig was weet ik niet meer.
–
Met de jaren veranderde het kijkgedrag.
Kratje bier kwam erbij, sigaretten niet meer.
De spontaniteit verminderde ook.
Het zullen de leeftijden zijn geweest.
Maar jammer was het.
==
Geluk is een maaltijd
Soep voor hem
patat voor mij
beiden een glas wijn erbij
rijst voor hem
patat voor mij
ieder een glas bier erbij
kaas voor hem
kroket voor mij.
‘Dat was lekker, lief, wat jij?’
–
Carnaval
Het feest der feesten, volgens de liefhebbers.
Wat ik zag in de jaren zestig-zeventig, in Gelderland maar het had ook overal in het zuiden kunnen zijn:
–
Er is voldoende bier en er staan liters frisdrank koel.
Grote koffiekannen zijn aanwezig.
Snert pruttelt op het sudderplaatje en worstenbroodjes liggen in de oven, een hort eieren, mik en bakboter bij het fornuis.
Mokken en glazen vooraan in het buffet.
Er kan niets meer misgaan, zelfs de juiste muziek speelt op de achtergrond.
Het kan beginnen.
–
Denk niet dat ik ga stappen en vannacht met een sliert zingende feestelingen thuis kom en eieren ga bakken.
Dat was niet onaardig toen we jong waren maar lang niet zo uitbundig, later sleet het eruit wat eigenlijk wel jammer was.
Dit is een voorbeeld van wat ik meemaakte bij carnavalisten-van-huis-uit, de oude hap. Niet iedereen deed het zo, meestal was er alleen soep, of eieren, of broodjes. Bij anderen stonden deze etenswaren drie dagen eetklaar in de keuken; af en toe kwam er iemand binnen die honger had, wat nuttigde en weer de kroeg in dook.
–
Deze, in mijn Hollandse ogen overdreven, gastvrijheid verdween langzamerhand. Er ging dan ook veel geld in zitten wanneer je de kosten van het stappen erbij telt.
Maar dat er veel plezier aan de dagen werd beleefd stond buiten kijf.
—
Wit-Rusland — Nederland
Straks, kwart voor negen.
Staat het bier koud?
Zijn de buren er al?
Is er voldoende vreetwerk?
Nee?
Kijkt U eigenlijk wel?
Ik ook niet.
Het minieme kansje is theorie
al weet je het maar nooit.
Mocht Oranje winnen
dan zien we’t op het nieuws.