stappen

Stappen

Stappen tellen deed ik als kind overal en als volwassene alleen op de trap, nog steeds.
In dit huis was dan ook het eerste wat me opviel dat er 15 treden waren. In alle andere woningen waren dat er veertien. Ik heb het over rijtjeshuizen, in ons oude Zaanse pandje zullen het er minder zijn geweest. Een lachertje voor echtgenoot. ‘Gaan we op bezoek om het huis te bekijken, ziet zij alleen die ene traptrede.
Maar goed.
Tegenwoordig telt men met een apparaatje, dat is betrouwbaarder.
Zelf heb ik dat niet. Uitentreuren telde ik met eigen brein het aantal passen van de achterpoort naar winkels of naar een bezoekadres.
Uiteindelijk kwam er een redelijk gemiddelde uit,  2800 v.v. naar markt annex bezoek, supermarkten en bank, iets minder naar bibliotheek, iets meer naar andere speciaalzaken en nog meer naar de tandarts.
Tel daarbij de stappen die je zet bij thuiskomst, boodschappen opbergen e.d. en je komt op een respectabel aantal maar nooit aan de gehoopte tienduizend
Daar ga ik ook niet voor, liever bekijk ik de tijd die ik besteed aan bewegen maar wie zal weten wat het beste is.
Hier een uur, daar een middagje, huishouden-wassen-koken, tuin bijhouden, burenbezoek, alles bij elkaar een aardige hoeveelheid.
En daar doe ik het mee.
==
dipje

Zon met een snik


Vandaag prima zonnig weer hier.
Lekker voor wat boodschappen, beetje onkruid plukken en eindigen in de ligstoel standje bijna-plat, uit de wind.

Halverwege de ligsessie werd het me teveel. Wat? Dat weet ik niet.
Misschien de stilte.
De afstandelijkheid in winkels.
Het eindeloos gepraat en doorgeven van nieuwe informatie.
De verjaardag van iemand waar ik wegblijf want ik ken haar vrienden niet voldoende.
Ook het wekelijkse bezoek aan een bejaard familielid laat ik nu achterwege, je weet nooit wie je treft. Zij of een ander zou maar verkouden worden, dat wil je niet.

Zijn het die dingen ? Kan haast niet.
Ik hou van stilte op zijn tijd, ben meestal belust op nieuws, in de winkels ie iedereen vriendelijk genoeg, de verjaardag vieren we later wel, het bezoek wordt ingehaald.
Dus wat? Ik houd het op de algehele malaise die ongemerkt binnensijpelt.
Wat te doen?
Voorzichtig denk ik aan de chocolade paaseitjes die in de kelder liggen, als ik zeker wist dat ze me opfleurden vroot ik ze allemaal op maar zelfs dat kan me niet bekoren en de fles chardonnay ook niet.
Een sigaret misschien.
Vreemde gedachte na twintig jaar, alsof ik er echt een zou opsteken als een roker het me aanbood.
Maar die is er niet.
==

verkouden

Ben ik weer.

Een dagje uit met avondje na.
Daarna een dag met bezoek en zelf op bezoek gaan.
Niets bijzonders maar met een opkomende kou  -vermoed ik-  word je er niet lekker van en ben je blij op je eigen bank te hangen.
Niet dat het helpt, mijn hoofd borrelt in alle holtes en de maag is solidair.
Ik zal zien hoe ver ik kom met alle berichten, morgen is er ook nog. En overmorgen.
Nu eerst een kop hete thee.
Tot blogs. Misschien.

==

gepensioneerd

Soms druk, soms alleen, maar eigen baas.

Vorige week. Niemand gesproken behalve een enkele bekende in winkels of op de markt.
Deze week. Dagelijks een koffie- of theeleut. Voor morgen staat een afspraak.
Het is de gewone gang van zaken.
Het komt voor dat je een paar weken achter elkaar alleen de vaste bezoekers treft dan wel zelf op bezoek gaat. Berichten blijven uit behalve die van apotheek of tandarts, zelfs de huistelefoon laat zich niet horen, vaak heb ik zelf ook geen zin in gezelschap.
En net als je denkt: zalige vrijheid maar nu wordt het wel èrg eenzaam, stuurt iemand een koffieverzoek.
Belt voor een praatje.
Stelt een shopuurtje voor.
Vraagt voor een evenementje.
Er komt een boodschap door.

Het ongeordende leventje is een groot voordeel van gepensioneerd zijn. Als alleenstaande, moet ik erbij zeggen. Voor een (echt-)paar loopt het wellicht anders.
Ik zou niet meer in een vast ritme willen zitten behalve wat eten en slapen aangaat en bij een club is het ook aanpassen.
Verder ben ik, tot op zekere hoogte, eigen baas, daar hoort onregelmatige aanspraak ook bij.
Met de bus weg als ik daar zin in heb.
Poetsen als ik daar zin in heb. Of niet.
Boeken in één ruk uitlezen als ik daar zin in heb.
Enzovoorts.
Nooit eerder kreeg ik zo vaak mijn zin als nu.
Dat had ik als kind niet kunnen bedenken.
==

buren

Een goede buur is beter dan…..

Van de week moest ik dringend ergens naar toe, ongeveer 15 km buiten het dorp.
Een dag later op ziekenbezoek, ca een uur rijden.
Er wachtte een berg bouwafval op een ritje naar de belt. Dat is 5 of 6 km.
En ik heb geen auto.
Goede raad was niet duur, zelfs benzinekosten moest ik opdringen.
Een aangetrouwd nichtje, een buurvrouw en een buurman-met-aanhangwagen hielpen me uit de brand.

Het nichtje is altijd bereid te helpen, ze heeft echter een druk eigen leven zodat ik haar niet wil overvragen.
Dan zijn goede buren een uitkomst, dat viel deze week extra op.
Sterker: je kunt ze gewoon niet missen.

 

 

 

 

 

 

 

krant

Krant naar keuze


Bladerend in het krantenrek bleef ik hangen bij de Telegraaf. En dacht terug aan de jaren ’50. (sorry hoor, de leeftijd...)
We lazen indertijd de Volkskrant,  iemand nam de Typhoon af en toe mee en ik geloof dat er ook een Zaanlander bestond.
Eenmaal verkast naar Oost-Brabant kwam werd de Volkskrant verruild voor De Gelderlander, deze krant kwam toen de VK tamelijk nabij en zo leerden we meteen de regio ’n beetje kennen.
Tot zover de smaak  van mijn ouders.
Maar toen.
Zagen ze, op bezoek zijnde,  bij ons de Telegraaf liggen, blikvangend midden op het salontafeltje.
Tja. Nou.
Ze wilden geen kritiek leveren maar ik wist: als er ìemand was die een hekel had aan dit blad met de schreeuwerige berichtgeving was het wel mijn vader.
‘Is het wat?’ vroeg hij, voorzichtig. ‘Och…’ zei ik.
Hij overwon zichzelf en bladerde wat. ‘Beetje opvallend hè.’
‘Ja, weer eens wat anders,’ deed ik luchtigjes. Benieuwd of hij zou doorlezen.
Maar nee, hij vouwde hem dicht en gaf hem aan  mijn moeder, ‘Vrouw, wil jij nog effe kijken?’
Moe weerde hem kalmpjes af, ‘leg maar neer, Willem’.
Toen stond ik op, rommelde in de stapel bladen en viste De Gelderlander eruit. ‘Alstublieft.’ ‘Wat nou, lezen jullie twéé kranten?’
‘Ja, P. vind de Gelderlander niks en ik de Telegraaf niet.’
Groot was hun opluchting.  Dochter was nog niet helemáál verloren.